6 december, 2013 | Auteur: Steven Piek | Beeld: Steven Piek | Trefwoord: china
Leven in een kelder betekent dat je altijd stil moet zijn
Het stinkt, het is er nat en enorm smerig, maar een andere optie is er niet. In Wulidian-zuid, een stadsdeel in Peking, wonen zo’n 3.000 huishoudens in de kelders van appartementen. Dit omdat veel migranten de huurprijzen niet kunnen opbrengen. In het Engels worden deze kelderbewoners The Mouse Tribe genoemd.
In de flatwijk die in een armoedige volksbuurt ligt, komt de ene na de andere vreemde en vieze geur voorbij. Dit is duidelijk een deel van China waar westerlingen nog onbekend zijn. Buitenlanders worden nog nagekeken en achterna gelopen. De armoede die je tegemoet treedt tijdens het afdalen van de trap, is ongekend. Eenmaal beneden, volgt een donkere ondergrondse gang. Het stinkt en het is er vochtig. De lekkende en beschimmelde rioleringsbuizen hangen zo laag aan het plafond, dat je er gemakkelijk je hoofd kunt stoten. Op een kleedje naast een roestige metalen deur, ligt een ziek en mager hondje. De ‘voordeur’ van een van de ‘woningen’ zwaait open. Een kleine dikke vrouw hinkt naar buiten, de trap op richting het verblindende licht van de bovenwereld. Ondanks het dichtslaan van de roestige metalen deur is het babygehuil dat erachter vandaan komt nog even goed te horen.
Grijs gebied
In feite is deze manier van wonen in China illegaal. Omdat de bewoners van deze kelders toch ergens heen moeten en ook bijdragen aan de economie van de stad, gedogen de Chinese overheden deze manier van leven. “Tussen wet en praktijk zit in China nogal wat ruimte. Formeel mag het natuurlijk allemaal niet, maar in de praktijk wordt er niet veel aan gedaan. De eigenaren van de gebouwen hebben boter op hun hoofd. Zij ontvangen geld voor die aftandse kelders die anders niks hadden opgeleverd”, zegt China expert Fred Sengers.
Zhao Guannan is 26 jaar en woont in een van de kelderkamers. Hij heeft geen baan en is hier beland uit bittere noodzaak. “Ik woonde eigenlijk in het westen van Peking, maar de stad had daar plots andere plannen. Ik moest mijn huis uit omdat ze het gingen slopen. Ik heb nog geen cent van het beloofde compensatiegeld ontvangen.” Zhao Guannan maakt een gefrustreerde en troosteloze indruk. Hij is werkloos en heeft geen kenissen in deze buurt. In feite lééft hij in zijn kelder. “Hoe vies het hier ook mag zijn, mijn ruimte is toch vast het schoonst, dat vind ik heel belangrijk. Ik ben dan ook zo blij met de eigen wc die ik hier heb.” Zhao is trots op zijn ruimte en dat is waarschijnlijk ook de reden dat hij als een van de weinigen op de foto wil. Zhao betaalt 800 Yuan per maand (een kleine honderd euro). “Met mijn buren spreek ik nooit. Je loopt elkaar hier in de gangen straal voorbij.”
De bewoners van deze woningen kunnen nergens anders heen. De prijzen van de appartementen in de Chinese hoofdstad zijn nou eenmaal torenhoog. Sinds de jaren negentig is de luchtverdedigingsdienst van China zijn schuilkelders gaan verhuren. Juist in die periode rezen de huren van woningen in de grote steden de pan uit door de verstedelijking.
Inmiddels wonen alleen al in Peking ongeveer een miljoen plattelandsmigranten in een kelder. Een appartement op een reguliere verdieping kost zo’n 2.000 tot 3.000 Yuan (zo’n 240 tot 360 euro), iets wat een arbeidsimmigrant zich niet kan veroorloven. De kelders daarentegen mogen per maand al voor 700 yuan bewoond worden. De zeldzame kamers met een raampje voor een straaltje daglicht kost zo'n 1.000 Yuan per maand.
Buiten de kamer van Zhao Guannan dient de weeïge en scherpe stank zich weer aan. De kelderbewoners hebben weliswaar toegang tot gemeenschappelijke sanitaire voorzieningen, de staat ervan is een ander verhaal. Omdat niemand de verantwoordelijkheid heeft of neemt om schoon te maken, gebeurt dat ook niet, met alle gevolgen van dien. De toiletten en de enkele douche voor de ongeveer twaalf huishoudens zijn extreem smerig. Voor een frisse neus moet je naar boven.
Buiten voor de ingang van de kelder zit een vrouw groente te snijden. Zij woont beneden. En zij wil haar naam niet noemen. Wel zegt ze in de dertig te zijn. “Mijn kamer beneden is eigenlijk van mijn broer. Hij is rijk en woont in het centrum van Peking. Ik mag hier van hem met mijn man en kinderen wonen. Gelukkig is het maar tijdelijk!” Ze heeft met haar man lang op het platteland gewoond, maar is inmiddels teruggekeerd naar Peking omdat ze daar haar Hukou status (document dat sociale voorzieningen garandeert voor de houder) heeft en hun zoon daar dus gratis onderwijs krijgt. “Mijn man is taxichauffeur en werkt ’s nachts. Omdat hij overdag slaapt is het voor ons erg moeilijk om hier te leven. We hebben maar één ruimte en moeten altijd stil doen.” Gehorig zijn de kelders inderdaad. Wanneer je in de gang staat zijn achter iedere deur de gesprekken luid en duidelijk te verstaan. “Ik ben wel tevreden met de woonomstandigheden hoor. Bij ons lekt het ten minste niet en wij hebben geen last van ratten. Ik ben alleen soms bang voor vreemdelingen. Die kunnen hier immers ieder moment binnenkomen omdat er geen centrale deur is.”
Buurtcomité
“De buurt telt zo’n 27.000 huishoudens, maar naar schatting hebben 3.000 huishoudens zich niet geregistreerd. Dit zijn bijna allemaal de mensen die in de kelders wonen. De mensen die er hun intrek nemen hopen tijdelijk te blijven en ontwijken het papierwerk dan ook maar”, zegt Bu Changxia (39). Zij is adjunct directrice van het nabijgelegen Wulidian-zuid buurtcomité. Het buurtcomité houdt zich onder meer bezig met het reguleren van de eenkindpolitiek, conflictbemiddeling en openbare veiligheid. In de praktijk blijkt echter dat de mensen meestal veel langer in de kelder blijven wonen dan verwacht. Uiteindelijk lopen ze op deze manier diensten mis als reparaties aan bijvoorbeeld de leidingen, bemiddeling tussen burenruzies, bijstandsuitkeringen en ouderenzorg. De problemen met de riolering worden via het comité opgelost, zij huren daarvoor een bedrijf inhuren waarvan de kosten via het comité bij de buurtbewoners wordt opgehaald. Volgens de directrice wordt er niet neergekeken op de kelderbewoners. ”Het is zo veelvoorkomend. Het is een normaal onderdeel van de maatschappij en die kelders zijn gewoon de goedkopere woningen”.
Vorig jaar eind juli, had Peking te kampen met ernstige overstromingen. Dit kwam vooral door de slechte, verouderde afwateringsinstallaties in de straten van de stad, afgeleid van de technieken van de Sovjet-Unie. Uiteindelijk vielen er 79 doden. Ook in de kelders ging het fout. Zodanig fout dat de 33-jarige Wang Jing, die met haar broer in een van de kelders woonde, verdronk. Het water stond in deze kelder bijna tot aan het plafond, de vrouw is geëlektrocuteerd. De woning waar het gebeurde wordt nog altijd met rust gelaten.
Inmiddels is het rioleringsprobleem in deze regio wel opgelost, maar volgens Fred Sengers typeert dit de Chinese overheid perfect. “Overheden treden pas op als tijdelijke- of ongeregistreerde bewoners overlast veroorzaken of bij extreme misstanden zoals de overstromingen afgelopen jaar. Er wordt gewoonweg geen verantwoordelijkheid genomen voor de leefomstandigheden.”
In de gang onder de grond klinken verderop de geluiden van een actiefilm. Een paar passen verder en voorbij de sanitaire voorzieningen hangt een gordijntje. Hier achter ligt een dikkige man van in de twintig in zijn bed een film te kijken op zijn laptop. Na te zijn aangesproken duurt het een tijdje voor hij naar buiten komt. Slaperig sloft hij naar buiten. “Ik werk bij een bedrijf dat handelt in bouwmaterialen. Het is hier vlakbij gevestigd, dat is erg handig. Ik betaal maar 500 Yuan (zo’n 60 euro) per maand voor deze ruimte en heb niks te klagen.” Zijn baan is de reden dat hij hier nu leeft. Zijn vrouw en kinderen wonen nog steeds in het Noordoosten van China. “Ik mis ze ontzettend maar zal ze nooit hier laten wonen. Ikzelf vind het prima, ik heb hier alles wat ik nodig heb maar voor kinderen is het niet geschikt. Ik weet dat sommigen hier met hun kind wonen, maar ik vind dat niet kunnen. Kinderen zouden niet onder de grond moeten opgroeien.”