10 mei, 2009 | Beeld: Alex Wolf | Trefwoord: nederland
Discussie over de scheiding van kerk en staat leeft weer op
In Turkije dreigt het leger in te grijpen zodra de scheiding tussen kerk en staat bedreigd wordt en in Frankrijk is het principe verankerd in de grondwet. In Nederland is de scheidslijn tussen beide machten minder streng en minder duidelijk. Ze vloeit voort uit de vrijheid van godsdienst en het discriminatieverbod. Met andere woorden: Binnen de grenzen van de wet mag iedereen zijn geloof belijden zoals hij wil en de overheid moet zich neutraal opstellen.
Het lijken prima regels om vraagstukken in de praktijk op te lossen. Toch is het niet voor iedereen helder waar de scheidslijn tussen kerk en staat ligt. Vandaar bijvoorbeeld de conferentie begin april, georganiseerd door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, die gemeenten moest helpen vraagstukken rondom religie op te lossen. Mag een gemeente bijvoorbeeld subsidie verstrekken aan een gebedshuis? En mag een gemeente met een imam praten over de inhoud van zijn preek? Een toen uitgereikt rapport moet houvast bieden bij het formuleren van beleid.
Het rapport noemt drie uitgangspunten: Gemeenten mogen zich niet bemoeien met de inhoud van geloof, het contact moet een niet-religieus overheidsdoel bevorderen en alle geloofsgemeenschappen moeten gelijk worden behandeld. Zodra een moskee taalcursussen organiseert, mag een gemeente dus financieel bijspringen met als doel de integratie te bevorderen. Maar niet op elke vraag is een pasklaar antwoord. Zo staat er in de inleiding: “Het zou niet binnen de scheiding van kerk en staat, alsmede de autonomie van gemeenten passen, wanneer van rijkswege zou worden geprobeerd één strikt format op te leggen.”
Het vraagstuk van de scheidslijn tussen kerk en staat leeft. Zo was er in 2008 discussie rond de Westermoskee in stadsdeel de Baarsjes in Amsterdam. De gemeente subsidieerde het gebedshuis en in ruil daarvoor wilde het PvdA-bestuur van het stadsdeel in een contract vastleggen dat er een liberale islam verkondigd zou worden. Job Cohen zei later in dagblad Trouw: “Als je subsidie verleent, moet je wel beargumenteren waarom. Een reden kan bijvoorbeeld zijn dat een gebedshuis een bijdrage levert aan de samenhang in een buurt. Maar proberen de leer in een moskee te beïnvloeden door voorwaarden te stellen aan de geloofsbeleving, betekent dat je de scheiding tussen kerk en staat overschrijdt.”
Ook recentere kwesties geven aan dat het thema leeft. Zo werden er in een moskee in Utrecht twee gemeentelijke loketten geplaatst, één voor de vrouwen en één voor de mannen, met geld van de zogenoemde Vogelaarswijken. De gemeente wil de moskeebezoekers wegwijs maken en hen betrekken bij het gemeentelijke beleid, maar hoort de overheid niet buiten de deuren van een gebedshuis te blijven? Of de kwestie van Het Scharlaken Koord, een christelijke organisatie die subsidie krijgt om prostituees uit het vak te halen en zegt dat ‘hulpverlening onlosmakelijk is verbonden met evangelisatie.’ Wie controleert of er geen overheidsgeld besteed wordt aan het kerstenen van deze mensen? Ook het Tweede-Kamerlid Geert Wilders zwengelt regelmatig discussies aan over de scheidslijn tussen kerk en staat. Bij hem gaat het meestal over de houding van de Nederlandse staat ten opzichte van islamitische geloofsgemeenschappen. Bijvoorbeeld in zijn wens tot een verbod op de Koran.
Theorie
Er lijkt hernieuwde belangstelling voor de plek van religie in de samenleving. Socioloog Max Weber (1864-1920) zou het niet voor mogelijk hebben gehouden. Hij voorspelde dat religie langzaam aan maatschappelijk belang zou inboeten. Modernisering zou samengaan met rationalisering en een samenleving zonder religie zou het resultaat zijn. In de jaren ’50 en ’60 bouwden verschillende sociologen, met de zogenoemde seculariseringhypothese, voort op het idee dat moderniteit samen zou gaan met de afname van religiositeit. Inderdaad neemt het aantal leden van kerkgenootschappen af: 70 procent is geen lid meer van een kerk. Toch bidt tweederde van de bevolking dagelijks en gelooft ruim de helft van de bevolking in God.
Blijkbaar gaat de theorie van Weber niet op. Toch blijft er volgens Wim van de Donk, voorzitter van de Wetenschappelijke Raad van het Regeringsbeleid, een vasthoudende aanhang van het idee. Volgens hem hoort Webers theorie thuis bij de liberale politiek-filosofische overtuiging en is die als een geloof geworden. Daardoor is het debat over de rol van religie in het publieke domein zo heftig: de theorie verschijnt soms meer als een normatieve overtuiging dan als een wetenschappelijke hypothese.
Volgens Sophie van Bijsterveld, hoofddocent aan de universiteit van Tilburg en lid van de Eerste Kamer, raken de discussies over de scheiding tussen kerk en staat de fundamenten van de samenleving. In haar essay De scheiding tussen kerk en staat: een klassieke norm in een moderne tijd schrijft ze dat concrete kwesties, zoals het wel of niet toelaten van geestelijken tot Nederland, een veel dieper spanningsveld hebben. Waar kiezen we voor? Willen we een pluriforme samenleving met grote verscheidenheid aan manieren van leven, of willen we samenhang en eenheid? Willen we dat iedereen zijn eigen identiteit volledig ontwikkelt, of willen we integratie? Willen we vrijheid van meningsuiting, of moeten we respect tonen voor anderen? Het gaat hiermee over vrijheidsrechten, de publieke moraal, burgerschap en gelijke behandeling, en nog verdergaand, de rol van de overheid en zelfs het functioneren van de democratie. Volgens Bijsterveld is het dus niet zo gek dat deze discussies een emotionele lading hebben.
Hoe overheid en godsdienst zich tot elkaar moeten verhouden, blijft een steeds terugkerende discussie. Ieder land en ieder tijdsgewricht zoeken naar een eigen antwoord. Dat de vraagstukken juist nu aan de orde worden gesteld, duidt erop dat het traditionele antwoord niet meer voldoet. De samenleving is veranderd. Zo zijn moslims sterker vertegenwoordigd dan vroeger. Veel mensen ervaren dat als een bedreiging van de leefwijze, cultuur en samenleving van Nederland. Want vanzelfsprekend maken ook moslims aanspraak op de voor iedereen geldende grondwettelijke vrijheden. Dit geeft veel mensen een ongemakkelijk gevoel, zo blijkt ook uit de massale steun voor Partij voor de Vrijheid van Geert Wilders. Wie zijn internetsite opent, ziet als eerste zijn citaat: “Stop de islamisering van Nederland”. Dat de discussie over religie in het publieke domein nog niet ten einde is, is duidelijk.