15 juni, 2011 | Auteur: Lisette de Graaf | Beeld: Kelly Boogaarts | Trefwoord: nederland
Kijkje in het moderne leven van een eeuwenoud beroep
Het clichébeeld dat een doodgraver een oude man is die in zijn eentje op een doodstil verlaten kerkhof werkt, bestaat allang niet meer. Anno 2011 doet een begraafplaatsmedewerker, zoals een doodgraver of grafdelver tegenwoordig genoemd wordt, zeer sociaal en afwisselend werk dat dag in dag uit doorgaat. Een kijkje in het moderne leven van dit eeuwenoude beroep.
Peter Luijkx (50) werkt al twintig jaar als begraafplaatsmedewerker bij uitvaartorganisatie Zuylen. Hij geeft leiding aan zes collega’s, met wie hij verantwoordelijk is voor het onderhoud van elf begraafplaatsen in en rond Breda. Elke dag graven en schoffelen zij en snoeien ze de planten op begraafplaats. Geregeld praat Peter met nabestaanden en stelt hij offertes op. Op die momenten verruilt hij zijn overall voor een net pak en is er niets meer van zijn groene vingers te zien.
Peter was 29 toen hij besloot om grafdelver te worden. In het begin was het werk nog wel eens emotioneel zwaar. “Op een dag stond ik met een kindergrafkistje in mijn handen, terwijl ik in die periode zelf ook kleine kinderen had. Toen bedacht ik me dat mijn kind daar net zo goed in had kunnen liggen. Dat was wel even slikken.” Tegenwoordig kan Peter dit soort dingen een plaatsje geven. “Op een bepaald moment zet je die knop om. Als je dat na zo’n lange tijd werken nog steeds niet kunt, kun je beter stoppen.”
Door de populariteit van het cremeren is het aantal begrafenissen de afgelopen jaren flink afgenomen. Sinds 2003 wordt er in Nederland zelfs meer gecremeerd dan begraven. Toen Peter met zijn werk begon, had hij zeshonderd begrafenissen per jaar. Nu zijn dat er nog maar driehonderd. Desondanks is er wel meer werk bijgekomen. “Mensen zijn nu veeleisender dan toen, willen een eigen plekje op de begraafplaats uitzoeken. Daarnaast moet een begraaf- of gedenkplaats tegenwoordig steeds persoonlijker zijn. De mensen geven hun wensen bij ons aan en wij proberen daar zo goed mogelijk op in te spelen.”
Bovengronds begraven is hiervan het resultaat. Peter merkte dat er vraag naar was en heeft toen zijn eigen idee daadwerkelijk uitgevoerd. “In Enschede staat een enorm flatgebouw waarin mensen begraven worden, alleen ziet dat er niet mooi uit. Daarom ben ik met het idee van een grafheuvel gekomen. Die bestaat uit een aarden wal met betonnen kokers, waar mensen een kist of een urn in kunnen zetten. In feite is het een tussenweg; niet onder de grond, maar ook weer wel.”
Peter denkt dat nog maar weinig mensen het ouderwetse beeld van een eenzaam doodgraverbestaan hebben. “Dat suffe imago hebben we allang van ons afgeschud. Eens in de twee jaar hebben we een open dag, waar honderden nieuwsgierige mensen op af komen. Ook organiseren we bijeenkomsten en geven we rondleidingen. Er komen zelfs basisscholen op bezoek. Mensen willen dan alles over ons weten en vinden het buitengewoon interessant. Het is belangrijk om open te zijn, zodat een eventuele drempel verdwijnt.”
Binnen de uitvaartbranche is veel concurrentie, dus ook doodgravers moeten promotie maken voor hun bedrijf. “We hangen nu bij NAC in het stadion, hebben een tv-commercial en krijgen binnenkort zelfs ons eigen tv-programma”, vertelt Roel Stapper (50), directeur van Zuylen. Zuylens mooi onderhouden begraafplaatsen zijn volgens hem het belangrijkste promotiemiddel. “Veel mensen komen hier ook naartoe om na te denken. Daarom proberen we hier een parkachtige omgeving te scheppen. Mensen moeten zich hier welkom voelen, kunnen ontspannen. Eigenlijk moet iedereen hier op een gepaste manier kunnen recreëren.”