18 september, 2013 | Auteur: Arachne Molema | Beeld: Arachne Molema | Trefwoord: zuid-afrika

Klassieke muziek krijgt in Zuid-Afrika geen waardering

Muziek gaat over discipline, meent de Zuid-Afrikaanse componist Hendrik Hofmeyr. Als iemand die discipline heeft gevonden, heeft hij de vrijheid om te communiceren in zijn cultuur en met zijn publiek. Maar hij maakt zich zorgen. “Klassieke muziek krijgt in ons land van de overheid geen waardering.”

“Zonder de klassieke muziek was ik er niet geweest. Mijn bestaan heb ik te danken aan het laatste pianoconcert van Beethoven. Mijn moeder had voordat ze mijn vader ontmoette al meerdere vriendjes gehad. Het waren allemaal rugbyspelers. Ze hadden geen inhoud en mijn moeder besloot dat haar volgende vriend van klassieke muziek moest houden. Op een dag speelde mijn moeder piano, toen mijn vader langs haar huis liep, op weg naar zijn ex verderop in de straat. Voor het openstaande raam bleef hij staan, belde aan, stapte naar binnen en luisterde. Sindsdien is hij nooit meer gestopt naar haar te luisteren. Als mijn moeder muziek aanzette, mochten we niet praten en dempte ze het licht. Zo groeide ik op.”

De Zuid-Afrikaanse componist en pianist Hendrik Hofmeyr (1957) deelt zijn beschouwing op de klassieke muziek in ‘Ricks café American’, een zijstraatje van Longstreet in Kaapstad. Voor zijn 50-plus ziet hij er hip uit. Het leren jacket hangt hij over de stoel voordat hij gaat zitten. Het duurt wel even voordat de menukaart wordt opengeslagen, want praten kan hij. De ober komt vier keer langs eer Hofmeyr voor een gestoofde springbok, een typisch Zuid-Afrikaans vleesgerecht, in tajine met couscous kiest.

Hofmeyr verdient zijn geld met het componeren van klassieke stukken. Meer dan honderd composities staan op zijn palmares. In 1997 won hij de prestigieuze Queen Elisabeth Music Competition en vele awards volgden. Tevens is hij hoofd van het Muziek departement aan de Universiteit van Kaapstad. Vrouw en kinderen heeft hij niet, toch leidt hij zeker niet het typische componistenkluizenaarsbestaan. De hele week is vol gepland. Een planning die rondom de liefde van zijn leven draait: de klassieke muziek.

Maar Hofmeyr maakt zich zorgen: de kunst- en muzieksector wordt nauwelijks door de overheid ondersteund. Met de komst van de democratie in 1994 werd muziek uit het schoolpakket gehaald. “Klassieke muziek krijgt van de overheid geen waardering”, vertelt hij. “Dat culturele verlies voor dit land is voor mij een grote tragedie. In plaats van ‘alles te openen voor iedereen’, zie je het tegenovergestelde. Muzieklessen worden niet gesubsidieerd. Rijkere scholen worden gesponsord door ‘buddies’ die de muziekleraren uitbetalen. Kinderen uit lagere klassen en townships worden zo benadeeld: als ze muziek willen studeren hebben ze de keus tussen een dure school óf peperdure privélessen. Tijdens de apartheid betaalde je in ruil voor muzieklessen iets meer schoolgeld. Ik hoopte dat ‘democratie voor allen’ betekende dat iedereen muzieklessen zou kunnen volgen. Het is juist moeilijker geworden.”

Een ander probleem is dat klassieke muziek veelal is gestigmatiseerd als iets dat alleen voor blanken is. Een popzanger wordt gezien als ‘van en voor het volk’, een operazanger als ‘elitair’. Alles wat elitair is, roept herinneringen op aan de Apartheid. Hofmeyr: “De blanken willen nog altijd het schuldgevoel van de Apartheidgeschiedenis van zich afwerpen en onderdeel daarvan is het verbannen van de klassieke muziek. Klassieke muziek wordt geassocieerd met de Engelse elite en zij waren voor Apartheid. Alleen de Afrikaanse krant Die Burger recenseert concerten, de Engelstalige Times Live ontkent letterlijk het bestaan ervan, door er niet over te schrijven.”

Hofmeyr: “Popmuziek heeft een veel groter publiek dan klassieke muziek, mensen willen iets moois in drie minuten tijd. Maar wat in een Bachstuk staat, kun je niet in drie minuten laten ervaren.” Mensen zijn volgens hem wereldwijd zo verwend met directe muzikale bevrediging door de popmuziek, dat er geen plek is voor klassieke muziek. “Klassieke muziek geeft je een gevoel dat geen andere vorm van muziek of kunst je kan geven. Er zijn zelfs bepaalde delen van de hersenen die alleen worden geactiveerd als je klassieke muziek luistert. Soms moet je iets meerdere keren luisteren voordat je de diepte er van kunt begrijpen.”

“Iedereen zou er van moeten kunnen genieten”,  zegt de componist. Dat is de reden dat hij samen met de muziekfaculteit van de Universiteit van Kaapstad outreach-programma’s heeft opgezet. Leden van het orkest geven hierbij een of twee keer per week muziekles in de townships. Het programma ‘Trainingtrust’ zamelt daarvoor geld in. Als iemand geld doneert aan het orkest, kan dat in Zuid-Afrika niet van de belasting worden afgetrokken. Bij gelddonatie aan een onderwijsprogramma zoals Trainingstrust kan dat wel. “Muziek gaat over discipline. Als iemand die discipline heeft gevonden, heeft hij de vrijheid om te communiceren in zijn cultuur en met zijn publiek. Dat gaat verder dan muziek alleen”, zegt Hofmeyr.

Helen Vosloo, een vriendin van Hofmeyr, is initiatiefneemster van Keiskamma Music Academy. Keiskamma stelt ieder jaar 12 middelbare schoolleerlingen met een lage sociale achtergrond uit heel Zuid-Afrika in de gelegenheid om gratis een interne muziekschool te volgen. De eerste selectie vindt plaats op basis van een recorder. Het koor heeft inmiddels zestig leden, won meerdere prijzen en reist heel Zuid-Afrika rond. Zijn vriend André van de Merven is dirigent en componist van het National Youthchoir uit Stellenberg. Hofmeyr ziet de toegevoegde waarde van deze opleidingen: “In het eerste jaar wordt een toelatingstest gedaan bij ons op de universiteit. De studenten vanuit Stellenberg slagen allemaal en hoeven geen schakelprogramma te doen.”

Soms is Hofmeyer bang dat Zuid-Afrika niet op eigen voeten zal kunnen staan. “Ik geloof dat we een verantwoordelijkheid hebben om de achtergestelden te helpen. Maar ik geloof niet dat dit alleen voor zwarten geldt. In de woonplaats waar ik in de weekenden ben, heb ik het project ‘Darlingmusicproject for all’ opgezet. Het heet niet voor niets, for all. Muziek moet voor iedereen toegankelijk zijn. De fout van 1994 is dat mensen elkaar niet volledig hebben geaccepteerd en niet hebben samengewerkt om een toekomst te garanderen. Muziek verbindt. Door muziek leer je te communiceren met je omgeving.” Hofmeyr denkt dat muzikaal inzicht de mens helpt te begrijpen waar hij in het leven staat. “Je moet naar elkaar luisteren, anders zal je nooit een mooi stuk samen kunnen spelen. Je leert afhankelijk te zijn van je omgeving. Dat noemen we socialising behavior.”

“Eén van mijn blanke collega’s wou opera’s ‘afrikaniseren’. Hij veranderde het onderwerp van de opera en de zwarte operazangers moesten in een Afrikaanse jurk het podium op. De zwarte zangers kwamen verontwaardigd naar hem toe. Zij hadden er geen problemen mee de blanke kant te accepteren. Een omgekeerde wereld.”

Vijfennegentig procent van de Zuid-Afrikaanse operazangers is zwart. Ze hebben een voorsprong op operagebied vanwege hun stemontwikkeling. Hofmeyr: “Ik weet niet of het cultuur of natuur is, maar ze hebben een veel opener air. De Engelssprekenden zijn heel erg geneigd om hun stem van jongs af aan te dempen. Ze spreken zo veel mogelijk op een zo zacht mogelijke manier. Als je wil zingen, vooral voor opera, moet je de lucht juist zo optimaal mogelijk gebruiken. Een groot aantal spieren die je gebruikt tijdens het opera zingen, is een Engelsman niet gewend om te gebruiken. Zingen gaat over het maximale effect met zo min mogelijke inspanning. In dat opzicht hebben zwarte mensen  een groot voordeel. Ze hebben niet de [a],[o],[i]- in klinkerstops die wij hebben, dat maakt het voor hen gemakkelijker om de transitie te maken van spreken naar zingen.”

Af en toe voelen de blanken zich op het conservatorium achtergesteld. Als blanken een zangcarrière beginnen, is hun stem onderontwikkeld. Na vier jaar les kunnen ze redelijk wat aria’s zingen, maar als ze in contact komen met zwarten die al in hun eerste jaar Pertini zingen, werkt dat ontmoedigend. “Het is een gat dat niet snel is opgevuld. Het is niet dat ze slecht zijn, het is alleen dat ze een andere achtergrond hebben wat betreft cultuur. Een cultuur waar een stem in veel mindere mate wordt gebruikt. Een blanke kost het minimaal zes á zeven jaar voordat ze hun operastem hebben ontwikkeld. Veel mannelijke zangers bereiken pas op hun veertigste hun optimale stem. Dat maakt het als leraar moeilijk om hen in dezelfde klas te hebben.”

Iedere zwarte gemeenschap heeft zijn eigen koor. Die koortraditie is terug te zien in de New Apostolic Church, een zwarte kerk die veel waarde hecht aan de klassieke muziek. De kerk geeft muzieklessen, zingt de Messiah met kerst en ze moedigen de jongeren aan een instrument te bespelen. Dat zijn merendeels bigbrass-instrumenten. De meeste zwarte studenten die studeren aan de muziekfaculteit komen, komen uit deze kerk. “Als dat koor zingt, vliegt het dak van de kerk er af”,  zegt Hofmeyr.

De tajine is leeg. De springbok op. Hofmeyrs verhalen nog niet. “Ja, als ik eenmaal begin te praten over klassieke muziek en Zuid-Afrika, dan kan ik moeilijk stoppen. Het is mijn leven, en zoals ik al zei 'Muziek verbindt'. Als Zuid-Afrika een toekomst wil hebben, zal dat moeten beginnen met acceptatie en vertrouwen in die ander. Luisteren zonder stigma.”

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.