18 september, 2012
Koerden zien geen andere optie dan vechten
De Turkse onderdrukking van Koerden neemt toe en vooral de intellectuele elite is daar het slachtoffer van. Steeds meer studenten worden gearresteerd, maar ze laten zich niet zomaar intimideren. “We moeten ons niet bang laten maken.”
Hamdullah (23) en Tahsin (25) rijden naar het cultureel centrum van Diyarbakir, de belangrijkste stad van Koerdisch Turkije, in het zuidoosten van het land. Ze zijn opgewonden. De twee Koerden hebben net hun studie medicijnen afgerond en zijn nu druk bezig om hun afstudeerfeest te organiseren. Achterin de auto liggen grote tassen met professorhoedjes. Vanmiddag repeteren ze de ceremonie, zodat morgen alles goed gaat. De officiële huldigingsceremonie wordt door 64 studenten geboycot, omdat het daar verboden is om ook maar één woord Koerdisch te spreken. “Op ons eigen feest mag je zowel Turks als Koerdisch praten”, zegt Hamdullah. Dat het niet zonder risico is, weten ze maar al te goed. De Turkse repressie is de afgelopen jaren enorm toegenomen en vooral de Koerdische intellectuele elite merkt dat. Onder meer studenten zijn slachtoffer van geweld en willekeur. Het is niet ondenkbaar dat Hamdullah en zijn vrienden worden opgepakt voor het organiseren van dit feestje. Maar of zij bang zijn? “Nee”, zeggen ze zelfverzekerd. “We moeten ons niet bang laten maken. De overheid wil juist dat we in angst leven. Dat laten we niet gebeuren.”
|
|
|
Stadsgezicht Diyarbakir. |
In de kantine van het cultureel centrum ontmoeten de twee hun vrienden, ook net afgestudeerd. De televisie staat op een illegale Koerdische satellietzender, die vanuit Denemarken uitzendt. Dit gebouw is voor de jonge Koerden een veilige haven; politie komt hier niet snel. Bij een kopje thee praten de jongens honderduit over de toegenomen repressie, het politiegeweld en de justitiële willekeur. Een vloedgolf aan verhalen vult de kantine. “Studenten die geld inzamelen voor een picknick, worden beschuldigd van terroristische activiteiten”, zegt de een. “Drie jaar geleden zaten er nog 400 studenten vast”, weet een ander. “Nu zijn dat er bijna 800. Sinds de AK-partij aan de macht is, is het alleen maar erger geworden.” Eén van de jongens, Habib, heeft drie jaar geleden een paar maanden vastgezeten. Zijn huisgenoot is voor 17 jaar geschorst door de universiteit. Hamdullah: “Ze willen dat we ons ‘als een koe’ gedragen. Dat is een uitdrukking hier. Als je je als koe gedraagt, eet je alleen maar gras en houd je je verder dom. Zulke studenten wil de Turkse overheid.”
Achter tralies
Anders word je opgepakt. Volgens TÖDI, een organisatie voor gearresteerde studenten, zitten momenteel 771 studenten achter tralies; meer dan 23.000 studenten zijn de afgelopen vier jaar onderworpen aan strafrechtelijk onderzoek. Vorig jaar werden bijna 3.000 studenten gearresteerd. Nog begin deze zomer werden 46 studenten door het hele land tegelijk van hun bed gelicht. De beschuldiging: deelname aan terroristische activiteiten. Dertien van hen zijn veroordeeld. Eerder schreven 53 studenten vanuit de gevangenis in Diyarbakir een open brief, als schreeuw om aandacht. Ze zijn opgepakt nadat ze bij hun universiteit hebben gedemonstreerd. “We worden alleen maar vastgehouden omdat we ons betrokken toonden bij sociale problemen in dit land”, schreven de studenten van twaalf verschillende universiteiten. “Omdat we zo lang vastzitten, is ons recht op onderwijs ons ontnomen. We zijn boos.” Negen van hen zijn veroordeeld, waarvan één met een straf van minder dan tien jaar. De anderen zijn nog in afwachting van hun proces.
Een proces in Turkije is geen pretje. De Turkse regering voert met regelmaat wetten door die je rechten als verdachte inperken. Berucht is de Antiterrorismewet uit 2006, die de definitie van het woord ‘terrorist’ flink oprekt. Nu kun je voor de rechter worden gesleept voor ‘terroristische activiteiten’, zoals een spandoek ophouden of leuzen schreeuwen. Demonstreren is dus terrorisme.
Een nieuw wetsvoorstel ligt klaar, waarmee het recht op een advocaat wordt ingeperkt. Als deze wet (the Law on the Execution of Punishment and Security Measures) van kracht wordt, kan het gebeuren dat iemand een half jaar in voorarrest zit, zonder dat diegene iemand mag zien of spreken. Amnesty International vreest dat de wet ‘willekeurig’ zal worden gebruikt, waarmee ‘de rechten van gevangenen kunnen worden geschonden.”
Strijd om identiteit
Ondertussen zijn veel jonge Koerden gedreven om te doen waar ze zelf zin in hebben. Het enthousiasme waarmee Hamdullah en zijn vrienden hun eigen afstudeerfeestje organiseren, is tekenend voor hun activisme. Ze ‘voeren’ weliswaar ‘een strijd’, maar voor studenten zoals zij hoort dat bij het leven. Strijden gaat vooral tussen de bedrijven door. Het bestaat uit ‘stil’ activisme, zoals het organiseren van het feestje, waarmee ze vooral voor zichzelf en voor elkaar willen bewijzen dat ze de Turkse repressie kunnen omzeilen of weerstaan. Daar spreekt weinig politiek statement uit. Tegelijkertijd schuwen ze niet om de straat op te gaan voor demonstraties, waar ze bijna altijd slaags raken met de politie. Dan laten ze hun militante gezicht zien. Ook steunen ze de Koerdische afscheidingsbeweging PKK zonder meer.

Hun gedrevenheid zit hem in het recht op een eigen identiteit, welke wordt ontkend en onderdrukt door de overheid. Van jongs af aan leven Koerden in een dubbele wereld. Hamdullah vertelt hoe dat bij hem ging. Hij werd geboren in Adana, in het zuiden van Turkije, waar meer Turken dan Koerden wonen. “Ik groeide op tussen de Turken en voelde me ook zo. We leren op school dat we Turk zijn. Iedere ochtend moeten we zeggen ‘Ik ben een Turk, ik ben goed, ik werk hard.’ Iedere week wordt uit volle borst het Turkse volkslied gezongen.”
“Er wonen veel Koerden in Adana, maar we wisten het niet van elkaar. We waren allemaal Turks, we spraken Turks. Pas toen ik naar Diyarbakir kwam om te studeren, ontdekte ik mijn Koerdische identiteit. Ik begon Koerdisch te leren. Vroeger schaamde ik me om mezelf Koerd te noemen. Nu ben ik daar niet meer bang voor.”
Versoepeling
De Koerdische kwestie in Turkije kent een lange en ingewikkelde geschiedenis. Al sinds de stichting van natiestaat Turkije, worden Koerden óf niet erkend, óf gezien als tweederangs burger. Toch zijn er tekenen dat de Koerden het steeds beter krijgen. Zo is de taal sinds een aantal jaar toegestaan op de radio en in het onderwijs; de regering lijkt af en toe toenadering te zoeken.
“In sommige opzichten is het voor Koerden inderdaad beter geworden, maar je moet dat niet zien als ‘giften’ van de overheid”, zegt Zübeyde Zümrüt, hoofd van de Partij voor Vrede en Democratie (BDP) van de provincie Diyarbakir. “Die versoepeling is het resultaat van onze jarenlange strijd. Wij hebben die verworven, omdat we er recht op hebben.” Deze kleine Koerdische vrouw zit al bijna 20 jaar in de politiek en heeft daar veel meegemaakt. De BDP is de nieuwste variant van de (pro-)Koerdische partijen die steeds worden verboden. Zelf is ze al een aantal keer gearresteerd. “Dat ik steeds opgepakt word, hoort erbij. Drie jaar geleden stond ik voor de rechter en daar verdedigde ik me in het Koerdisch. Maar de rechter zei dat de verdediging sprak in een onbekende taal. Hij zei niet ‘een ongeaccepteerde taal, nee, een onbekende taal.” Twee weken na dit interview, tijdens een grote demonstratie, raakte Zübeyde gewond toen de politie op de menigte insloeg. Moe wordt ze ervan, maar van stoppen wil ze niets weten. “Er gaan nog steeds mensen dood, onschuldigen worden gearresteerd. Zo lang we moeten strijden, zullen we dat doen.”
Steun aan PKK
Terug in de kantine trekt de illegale televisiezender de aandacht. De studenten wijzen naar het scherm: “Kijk, de leider van onze groep, de PKK.” Het is de commandant van de afscheidingsbeweging die door zowel Turkije als Europa als ‘terroristisch’ wordt aangeduid. De studenten zijn het niet eens met die bewoording. “Het zijn guerrilla’s”, zegt een van hen, niet zonder trots. “Onze guerilla’s.”

In een bloedige oorlog tussen de PKK (Koerdische Arbeiders Partij) en het Turkse leger zijn in ruim 30 jaar meer dan 40.000 doden gevallen. De PKK ontstond eind jaren zevetig, evenals talloze andere Koerdische partijtjes. De PKK was meteen meer een vechtersbeweging dan een politieke partij. Volgens de Koerden hier, begonnen ze met vechten als reactie op de Turkse aanvallen op Koerdische dorpen. Het leger, dat in 1980 een staatsgreep pleegde, ging niet zachtzinnig om met de Koerden. Duizenden Koerden werden gearresteerd, veel van hen zijn na massaprocessen geëxecuteerd. Jonge mannen en vrouwen ‘trokken de bergen in’, zoals dat hier heet. Daar, in het onherbergzame gebied rond de grens van Turkije met Irak, hebben de strijders hun kampen opgeslagen. Van daar uit vechten ze al drie decennia tegen het Turkse leger, zonder veel uitzicht op vrede.
Veel Koerdische jongeren steunen de beweging nog steeds. Hamdullah zegt dat de PKK alleen aanvalt als ze zelf worden aangevallen. “Dat er Turken worden gedood door onze groep, de PKK, maakt me verdrietig”, zegt hij. “Ik wil niet dat er mensen doodgaan. We willen vrede, maar de Turkse overheid wil dat de oorlog doorgaat. De helft van de Turkse economie rust op die oorlog.” Iemand anders zegt dat er geen andere optie is dan vechten. “Als we demonstreren”, zegt hij, “worden we doodgeschoten. Wat moeten we doen?” Hamdullah beaamt dat breed gedeelde gevoel. “We willen onze taal spreken, we willen onze cultuur leven, we willen niet gearresteerd worden. De enige optie is nog om tot de dood te vechten voor onze rechten.”
