16 november, 2012 | Auteur: Mark Schrader | Beeld: Mark Schrader | Trefwoord: china
Kroketten uit Peking
Stroopwafels, appeltaarten, broodjes kroket en bitterballen. Stuk voor stuk oerhollands. Maar ook aan de andere kant van de wereld worden deze ‘Dutch specialties’ gemaakt en gegeten. En dat allemaal dankzij de samenwerking tussen een Nederlander en een Chinese die zes jaar geleden het avontuur aangingen.
Op een industrieterrein in een buitenwijk van Peking staat de fabriek waar tientallen Chinezen sandwiches, stroopwafels en taarten bereiden. Op de begane grond in de fabriek zijn vijf Chinezen zeer geconcentreerd bezig met het beleggen van broodjes met eier- of tonijnsalade. Boven de sandwichmakers, op de tweede verdieping, versieren een paar vrouwelijke bakkers, met koksmuts op, kindertaarten. Eén van hen is net begonnen met het aanbrengen van de glazuurlaag op een rode sportwagentaart, een ander is druk in de weer met kleurrijke cupcakes.
Henny Fakkel was in een vorig leven directeur van twee grote bakkerijen in Amsterdam. Het ging hem voor de wind, totdat hij in 2005 verkouden werd. Het bleek een virus te zijn waarvan hij plotseling gedeeltelijk doof werd. Henny: “Stop maar met werken, dit komt voorlopig niet meer goed', vertelde de dokter mij. Ik ging nog even door, maar zag al snel in dat ik zo niet meer normaal kon functioneren.” Lang zat Fakkel echter niet stil. “Wanhopig op zoek gaan naar een nieuwe baan leek me niets.” Op een zaterdagavond zat Henny aan het diner bij zijn goede vrienden Menno en Grace. “Misschien moet ik maar een bakkerij in China beginnen”, grapte Henny tegen Grace, die in Peking is geboren en op haar twintigste naar Nederland verhuisde om te studeren. “Grace zag er wel wat in en vroeg me die maandag daarna of ik serieus was. Nog geen maand later vlogen we naar China om de mogelijkheden voor een bakkerij te onderzoeken.” Na meerdere bezoeken, hakten de zakenpartners de knoop door: in 2006 openden ze de eerste winkel van hun ‘Euro Bakery’.
Achter één van de lopende banden staat Song, hoofdbakker van het eerste uur. “We verstaan elkaar niet, maar we begrijpen elkaar. Ik heb hem laten zien hoe je bepaalde producten maakt en die maakt hij nu zelf”, vertelt Henny. Song reageerde vijf jaar geleden op een advertentie en nam zijn ‘team’, waar de bakker al eerder mee had gewerkt, mee. “Zo gaat dat hier. Voor Grace en mij was dat natuurlijk een geschenk uit de hemel. Het is niet makkelijk om goed personeel te vinden. Het beroep van bakker is, zeker in China, niet sexy. Het was vorig jaar zelfs zo erg dat niemand zich voor de bakkersopleiding hier had insgeschreven.” Fakkel ziet een duidelijk verschil met zijn personeel in China en werknemers in Nederland. “Ook al hebben we niet vaak persoonlijke gesprekken, ze zijn er altijd, werken hard en we kunnen elkaar vertrouwen”, aldus de bakker.
Fakkel en Wang zien beiden de kracht van een joint venture. “We hebben op financieel gebied aardig wat risico’s genomen, maar na zes jaar is er nu wel een stabiel bedrijf. De klik is het belangrijkst. Daar is de samenwerking tenslotte op gebaseerd. We verschillen vaak van mening, maar we vinden altijd wel een oplossing”, vertelt Grace (38). Ze is geboren in Peking, ging op haar twintigste naar Nederland voor een marketingopleiding en spreekt vloeiend Chinees. Ze weet alleen niets van de bakkerswereld. Henny (56) is een geboren Amsterdammer, spreekt geen woord Chinees, maar heeft wel alle verstand van het bakkerswezen. “Die combinatie is ideaal. Grace onderhoudt en legt het contact met de klanten, ik stuur de dagelijkse werkzaamheden in de fabriek aan. Soms moet ik uitbeelden wat ik bedoel, want mijn werknemers en ik verstaan elkaar totaal niet. We hebben inmiddels ook meerdere Chinezen in dienst op kantoor die Engels spreken en helpen met vertalen.”
Toch is het niet altijd makkelijk voor Fakkel om in China een bedrijf te hebben. “Je wordt geconfronteerd met een totaal ander systeem dan je gewend bent. Voor de vergunningen werden we van het kastje naar de muur gestuurd. Grace heeft uren in de rij gestaan bij meerdere instanties. Zonder haar had ik waarschijnlijk al de handdoek in de ring gegooid. Het is zo anders dan in het Westen. Met Chinezen werken vraagt geduld en takt. Ze zijn bereid om alles te leren wat je ze vraagt, maar je moet er wel de tijd voor nemen. De werkwijze in China is anders. In Nederland zijn we bijvoorbeeld veel directer, ook op de werkvloer.”
Na zes jaar heeft het ondernemde duo nu vijf eigen winkels in Peking en ze leveren producten aan supermarkten en coffeeshops. “Hier is het allemaal begonnen”, vertelt Henny, die samen met Grace aan een tafel voor één van hun winkels zit. Grace heeft net een broodje kroket besteld. “Ik weet eigenlijk niet wat dit in het Chinees betekent, maar ook Chinezen vinden het lekker. Echt waar.” De winkel – met aan de gevel een oranje molen – is de enige Nederlandse shop in Peking. “Dit is een expatwijk en we horen regelmatig van ons personeel dat Nederlanders een broodje komen halen”, aldus Wang.

Chinezen hechten meer dan ooit veel waarde aan de kwaliteit van voedsel. Dat ook Wang en Fakkel daar waarde aan hechten, blijkt wel uit de kast vol vergunningen in hun kantoor. “Voedselinspecteurs staan hier geregeld onaangekondigd voor de deur. En iedere keer krijgen we een nieuw rapport met dezelfde inhoud. De kast wordt voller en voller, maar dat hoort er nu eenmaal bij. We zijn allang blij dat we aan de eisen van zowel de machines als van de kwaliteit van het voedsel voldoen.”
Hoe het verder gaat? “Geen idee. We zijn tevreden met wat we hebben opgebouwd en de zaken gaan goed.” Grace glimlacht en zegt dat ze stiekem droomt van een eigen stroopwafellijn. “Peking is een mooie plek om te beginnen. Maar China is meer dan alleen de bekende hoofdstad. Er liggen hier voor ons nog genoeg kansen.”