5 juni, 2026 | Auteur: Imke Kleingeld | Beeld: Imke Kleingeld | Trefwoord: griekenland
Lesbos: paradijselijk Grieks eiland in de schaduw van migratiecrisis
Lesbos, het Griekse eiland van olijfbomen, steile bergwegen en zwerfkatten slapend onder plastic stoelen van tavernes. Het eiland waar mannen vroeg op de middag samen ouzo drinken met een peuk in de hand, is een plek geworden waar gastvrijheid en scepsis hand in hand gaan. Sinds 2014, toen voor het eerst rubberboten met mensen op de vlucht vanuit Turkije de kust van Lesbos bereikten, is de sfeer langzaam veranderd. Het ongenoegen overheerst nu.
De plotselinge komst van grote aantallen mensen had niet alleen gevolgen voor de gezondheidszorg en de infrastructuur op Lesbos, maar trof ook de bewoners, de natuur en het dagelijks leven. In iedere haven liggen de afschrikwekkende schepen van Frontex, dat grenscontroles en pushbacks uitvoert. Groot, grijs, ongeduldig. De schepen intimideren enorm tussen de blauwe vissersbootjes waar vanuit oude mannen voorbijgangers vriendelijk groeten. Mannen in zwarte uniformen lopen over het dek van een schip van Frontex. Ze spuiten zout van het staal. Hun zonnebrillen, met glazen als geblindeerde autoruiten, weerkaatsen de glinstering van licht op het golvende water.

Lesbos is rijk aan talloze kleine baaien waar het blauwe water zo helder is dat zee-egels en visjes tot ver in de diepte zichtbaar zijn. Daardoor lijken ze over de bodem te zweven. Onderweg passeer je meren, heuvels, steden en dorpjes. Afgewisseld met tavernes waar de octopussen buiten hangen, hun tentakels klapperend in de wind. En olijfboomvelden met daarachter rijen bijenkasten, hellingen vol rode klaprozen die deinen als prinsessen in het landschap.
Aan de kust overheerst de geur van zoute zee, gedroogd wier en warm gesteente. Sommige stranden zijn prachtig wit, anderen grijs met bruin door een ondergrond van keien. Alleen de commerciële stranden worden echt schoongehouden, op anderen liggen vaak plastic en spullen die zijn aangespoeld.
Twee gezichten
Wanneer je de tijd neemt om langer te kijken dan alleen de pracht van het eiland op het eerste gezicht, zie je dingen die niet zouden horen. Afval is hier zelden puur en alleen afval. Lesbos is een eiland met twee gezichten. Aangespoelde schoenen, jassen, tassen, tandenborstels. Ergens ligt een speen. Even verderop een portemonnee, met een identiteitsbewijs en Turks geld erin. Pasfoto’s drijven in het water. In een inham ligt een stapel oranje zwemvesten, met bovenop een zwembandje voor kinderen. Het ding is geel en bedrukt met in blauwe letters de woorden ‘Swim Safe’.
Stukken van aangespoelde rubberboten kom je hier regelmatig tegen. Soms een klein deel, soms een hele boot. Soms wel zeven op een rij. Het maakt de onmenselijke situatie op de Egeïsche zee duidelijk, keer op keer. Achter elk stukje puin, groot of klein, heel of versleten, schuilt het verhaal van een leven van iemand die onderweg was. Dat van moeders en vaders, kinderen en grootouders. Mensen die zochten naar een ander leven.

De stilte van deze stranden zet aan tot nadenken. Bij elke windvlaag komen er nieuwe vragen op. Over waar de aangespoelde spullen vandaan komen. Vanaf welke locatie deze zwarte rubberen boot vertrok en hoeveel mensen er aan boord waren. Waarom de meneer zijn portemonnee verloor. Hoeveel portemonnees zullen er überhaupt nog op de bodem van de zee liggen?
De meeste vragen zullen onbeantwoord blijven. Niemand kan vertellen van wie de tandenborstel was, wie het zwembandje heeft opgeblazen, of waar de mevrouw van de pasfoto nu is. Alleen de zee weet wat er gebeurde.
Ongenoegen
De bewoners van Lesbos zijn er inmiddels aan gewend en kijken er niet meer van op. Maar gewenning is iets anders dan er vrede mee sluiten. Wat iedereen op Lesbos gemeen lijkt te hebben is ongenoegen over de situatie.
Oorlog en onveiligheid kennen geen winnaars. Niet voor de mensen die huis en haard moesten verlaten, maar ook niet voor degenen die plotseling aan ‘de poort’ van Europa bleken te wonen. Voor bewoners van Lesbos die hun brood verdienden aan de toeristische sector en plots geen werk meer hadden toen in 2015 het officiële reisadvies rood kleurde, maar ook voor de mensen die de handen uit hun mouwen staken en maar bleven helpen. Het heeft ze opgebroken, soms zelfs tegen elkaar opgezet.
Aan de bekraste auto’s zonder spiegels, de gekleurde huizen, talloze tavernes met lange tafels en muziek, de zon en de zee, bakjes met kattenvoer voor de zwerfkatten, het geluid van toeters, stemmen en de herkenbare Griekse blauw-witte vlag in alle vormen, maten en staten: van groot, naar nog groter en van nieuw tot gescheurd, verweerd of in de knoop.
Als je langs de stevige muren van kamp Mavrouni rijdt en je bij haar poort de Europese vlag ziet wapperen. Als je bovenop een berg tegen een uitkijkpost van Frontex aanloopt, of een drone hoort vliegen. Als je een blik werpt op de overkant, naar de heuvels van Turkije die hemelsbreed maar twaalf kilometer ver zijn. Als je beseft dat op dit stukje zee mensen vechten voor hun leven.
In de avond flikkeren lampjes van de Turkse huizen aan als een extra sterrenstelsel achter de zee. Op hetzelfde water waar meerdere malen per dag de blauw-witte ferry met toeristen vaart en af en toe dolfijnen boven water komen, drijven in de nacht kleine bootjes overladen met mensen die moesten vluchten. Lesbos is een eiland van komen en gaan. Het lijkt nog steeds een typisch Grieks vakantie eiland. De realiteit wordt echter zichtbaar als je er de aandacht voor hebt.