27 september, 2021 | Auteur: Monica Lam | Beeld: de redactie | Trefwoord: europa
Moeizame samenwerking verhindert efficiënt terugkeerbeleid EU
De Europese Unie heeft de afgelopen zes jaar haar terugkeerbeleid nauwelijks verbeterd. Dat concludeert de Europese Rekenkamer in een speciaal verslag. Vooral de onderhandelingen met niet-EU landen boekten weinig vooruitgang. Door de moeizame samenwerking keren uitgeprocedeerde asielzoekers bijna niet terug naar hun land van herkomst.
De Europese Rekenkamer (ERK) bekeek of de Europese Unie haar samenwerking met niet-EU landen in het overnemen van uitgeprocedeerde asielzoekers heeft verbeterd. Die resultaten publiceerden ze afgelopen maandag in een speciaal rapport. Volgens de ERK heeft de EU tussen 2015 en 2020 weinig nieuwe deals gesloten met derde landen. De pogingen van de EU bleken volgens de ERK niet efficiënt genoeg. In de praktijk betekent dit dat herkomstlanden nauwelijks uitgeprocedeerde asielzoekers uit de EU terugnemen.
Nederlandse media kopten eerder deze week dat het terugkeerbeleid van de EU migranten zou aanmoedigen hierheen te komen, in plaats van af te remmen. Dit was echter al een eerder getrokken conclusie van de Europese Commissie uit 2015. Volgens een woordvoerder van de ERK “maken smokkelaars misbruik van het inefficiënte terugkeerbeleid doordat weinig terugkeerbeslissingen daadwerkelijk worden uitgevoerd.” In het rapport is nu vooral de conclusie over de inefficiente samenwerking tussen de EU en niet-EU landen getrokken.
Europese terugkeerbeleid
Volgens het Europese terugkeerbeleid hebben uitgeprocedeerde asielzoekers geen recht om in de EU te verblijven. Na de afwijzing van een asielaanvraag ontvangt de asielzoeker een terugkeerbesluit. Zij moeten dan terugkeren naar hun land van herkomst.
In de praktijk is de overname vaak niet succesvol. Volgens de ERK keert sinds 2008 slechts één op de vijf terug na een afwijzijng. De EU doet pogingen om dat beleid te verbeteren. In september 2018 introduceerde de Europese Commissie een voorstel om het te herzien. Waarna het Europees Parlement in december 2020 een resolutie aannam waarin staat dat het de nadruk meer moet liggen op vrijwillige terugkeer in plaats van gedwongen vertrek. Ook mogen de rechten van terugkerende migranten niet geschonden worden en moet de EU daarop toezien. En moeten vooral alleenstaande minderjarige vreemdelingen hierbij beschermd worden. Zij mogen niet teruggestuurd worden, tenzij dat in hun eigen belang is.
Minderjarigen worden dus in principe niet teruggestuurd. Maar veel minderjarige asielzoekers die bijna 18 jaar worden en uit ‘veilige landen’ komen, weten dat zij niet kunnen blijven. Tegelijkertijd kunnen zij ook na hun 18de verjaardag niet teruggestuurd worden, omdat veel herkomstlanden weigeren mee te werken om hun uitgeprocedeerde onderdanen op te nemen. Daarom belandden veel uitgeprocedeerde asielzoekers vanaf hun 18e jaar op straat.
Eerder zei de Nederlandse Europarlementariër Tineke Strik van GroenLinks: “Als we terugkeer effectiever willen maken, dan moeten we inzetten op betere samenwerking met niet-EU-landen, individuele begeleiding en perspectief geven aan derdelanders, met respect voor hun grondrechten. Een focus op alleen detentie en andere vormen van dwang is kortzichtig en evenmin effectief.” Volgens het Parlement moeten de lidstaten kijken naar betere terugkeer deadlines en naar een beslissing op individuele basis bij het inreisverbod. Korte deadlines voor vrijwillige terugkeer en een opgelegd inreisverbod zouden volgens de EP-leden het vertrek namelijk bemoeilijken.
Aanbevelingen
Het verslag van de Rekenkamer sluit aan op de conclusies van de Commissie en het Parlement. Alhoewel de EU onderhandelt met meerdere niet-EU landen, blijven de resultaten behoorlijk beperkt. De meeste migranten die na een terugkeerbesluit niet terugkeren komen uit Afghanistan, Marokko, Pakistan, Irak, Algerije, Nigeria, Tunesië, India, Bangladesh en Guinee. De Europese Raad en Commissie merkten al eerder acht van deze landen aan als prioriteit waarmee onderhandeld moet worden.
Het rapport eindigt met een aantal aanbevelingen. Zo moet de EU meer hun best doen om ‘structurele stimulansen’ te creëren zodat niet-EU landen overnameverplichtingen nakomen. Volgens de Rekenkamer zou de EU bijvoorbeeld kunnen kijken naar haar handelsbeleid voor economische stimulansen. Ook kan de EU meer gebruik maken van haar bilaterale arbeids- en onderwijsregelingen.
De toekomst van het terugkeerbeleid
In een reactie op het rapport van de ERK kondigde de Europese Commissie aan om alle aanbevelingen op te volgen. Eerder dit jaar, in april, introduceerde de EU al haar nieuwe plannen voor het terugkeerbeleid. De aanbevelingen van de Rekenkamer sluiten hierop aan. Zo is er volgens de Commissie EU-geld beschikbaar om ambtenaren in niet-EU landen op te leiden. Zij zouden moeten helpen bij de reïntegratieplannen van de teruggestuurde migranten, zoals scholing en banen.
In haar nieuwe plannen krijgt Frontex ook een grote rol. Frontex, die toeziet op de bewaking van de Europese buitengrenzen, krijgt een grote verantwoordelijkheid bij de vrijwillige terugkeerbesluiten, in het bijzonder bij de terugreis. Hiervoor wordt een speciaal aangewezen terugkeermanager aangesteld. Een opmerkelijk besluit, gezien Frontex onder vuur ligt vanwege de pushbacks van vluchtelingen aan de Europese buitengrenzen. Desondanks is in mei 2021 de eerste pilot van Frontex begonnen, waarbij migranten die vrijwillig terugkeren hulp krijgen bij hun reïntegratieplannen.