18 juli, 2022 | Auteur: Monica Lam | Beeld: Monica Lam | Trefwoord: nederland

"Niemand wil deze jongeren"

“Deze jongens worden in de media en politiek vaak weggezet als overlastgevende ‘***’-Marokkanen, maar dienen daarnaast ook te worden gezien als kwetsbare slachtoffers die met multiproblematiek kampen en hulp nodig hebben”, concludeert een medewerker van stichting Nidos, de voogdij-instelling voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen. Al jaren zorgt een klein aantal Noord-Afrikaanse minderjarige asielzoekers voor overlast op asielzoekerscentra. De strenge maatregelen van het ministerie van Justitie en Veiligheid zijn tevergeefs. Wat gaat er allemaal mis?

Stilte is een terugkerend thema bij een bezoek aan het asielzoekerscentrum (azc) in Oisterwijk. In de omgeving is de plattelandsgeur sterk aanwezig is. Naast de doodlopende weg bij het azc staat een groot tarweveld. Bij het ondergaan van de zon raast een tractor voorbij. In de verte klinkt een trein. Zo’n honderd meter van het azc vandaan staat een tweetal herten in het gras rustig te eten. Dauw trekt op vanuit de bosgrond.

In het bosgebied woont een bijzondere mix van buren: naast de asielzoekers verblijven er vakantiegangers die op hun beurt weer buren zijn van huisjes vol Europese arbeidsmigranten. Wandelaars lopen het azc voorbij en verdwijnen in het bosrijke gebied. Toeristen kunnen terecht bij de campings of een Bed & Breakfast. Er overheerst een enorme rust in het gebied. De stilte wordt enkel doorbroken door auto’s die over de slingerweg langs de vennetjes scheuren. Auto’s met Poolse en Bulgaarse kentekenbewijzen jakkeren voorbij.

In Oisterwijk was de afgelopen jaren veel overlast. Het asielzoekerscentrum kwam regelmatig in het nieuws vanwege incidenten op het terrein, maar ook door overlast in de omliggende wijken en in het centrum. Jongens gingen met elkaar op de vuist, tot bloedens aan toe. Messen werden getrokken. Fietsen werden ontvreemd, supermarkten werden bestolen. De lokale gemeenteraad dreigde om asielzoekers uit ‘veilige landen’ te weren, maar in plaats daarvan beloofde  voormalig staatssecretaris Broekers-Knol van het ministerie van Justitie en Veiligheid een hardere aanpak.

Overlastgevers

Broekers-Knol introduceerde in 2020 ‘ketenmariniers’ die werken volgens een top-X aanpak. De ketenmariniers hebben als doel om de overlast op azc’s te verminderen. Daarnaast hebben ze als taak de samenwerking tussen alle betrokken partijen te versterken om de aanpak tegen overlast te verbeteren. Elke maand maken zij een lijst met daarop alle overlastgevende asielzoekers in Nederland om de overlast beter in kaart te brengen. Die lijst overhandigen zij aan alle asielzoekerscentra. Het gaat hierbij om gemiddeld 300 overlastgevers per jaar.

Medewerkers van het COA (Centraal Orgaan opvang Asielzoekers) en andere bewoners op azc’s voelen zich onveilig door de kleine groep overlastgevers. Eind 2018 viel in Weert een jonge asielzoeker COA medewerkers en beveiligers aan met een mes. De medewerkers deden aangifte. “Bewoner was mogelijk onder invloed van drugs”, staat in interne notulen van het azc in Weert. Meer jongeren op azc’s blijken aan de drugs te zitten. Middelen als Rivotril en Lyrica worden veel gebruikt. “Dit lijkt steeds meer te worden”, mailt een medewerker van het azc in Overloon in de zomer van 2019.

Medewerkers van het COA maken zich zorgen om jonge verslaafde asielzoekers. Over een 15-jarige asielzoeker schrijft een medewerker: “Ik heb steeds sterkere vermoedens van uitbuiting en dat hij ingezet wordt voor drugshandel en andere criminele activiteiten door oudere bewoners. Hij is dun geworden, heeft wallen onder de ogen, een slechte huid en zijn persoonlijke hygiëne is achteruit gegaan. Hij is regelmatig onder de invloed van drugs en geeft zelf ook aan verslaafd te zijn.”

Waar ze in azc’s ook last van hebben, zijn illegale bezoekers. Dit blijkt uit interne notulen van het Lokaal Ketenoverleg van januari 2021, een overleg tussen de DT&V (Dienst Terugkeer en Vertrek), COA, politie en IND (Immigratie- en Naturalisatiedienst). Jongeren van andere azc’s betreden illegaal het terrein zonder zich aan te melden. En deze jongeren lijken elkaar vaak al te kennen. “Onze jongeren gaan om met een aantal van jullie jongeren,” staat in een interne mailwisseling tussen het azc in Overloon en het azc in Oisterwijk.

De azc’s hebben naast de illegale overnachtingen ook te maken met verdwijningen van jongeren in groepsverband. Zo is in interne notities te lezen dat deze groepen in de nacht verdwijnen en weer terugkeren onder invloed van verdovende middelen. Ze keren terug met hun tassen vol met spullen. Na controles treffen COA medewerkers dure kleding en telefoons aan. Veel van de betrokken partijen, zoals de IND, DT&V en de politie, vermoeden dat de jongeren slachtoffer zijn van criminele uitbuiting. Ze krijgen verdovende middelen verstrekt om in opdracht winkeldiefstallen te plegen en te zakkenrollen.

Er is al jaren een zoektocht naar de juiste oplossing voor de overlast. Naast de genoemde ketenmariniers en de top-X aanpak bestaan er strafrechtelijke trajecten voor asielzoekers die overlast veroorzaken. Maar, die zouden niet succesvol zijn. Volgens de amv-commissie die advies gaf over minderjarige asielzoekers aan de directie van het COA maar inmiddels niet meer bestaat, hebben strafrechtelijke trajecten niet het gewenste effect omdat trajecten lang op zich laten wachten of pas ingaan als de minderjarige asielzoeker al van het azc is verdwenen, blijkt uit documenten in handen van de redactie.

Niet naar Halt

Ook de buitenstrafrechtelijke trajecten van Stichting Halt zouden volgens de amv-commissie “geen passend aanbod bieden”. Ook in dit geval kunnen de meeste minderjarige asielzoekers al van de asiellocatie verdwijnen voordat zij hun Halt-interventie te horen krijgen of spreken ze onvoldoende de Nederlandse taal om een Halt-interventie uit te kunnen voeren.

Halt is de instantie om jongeren die voor het eerst een licht delict hebben gepleegd op het rechte pad te krijgen door middel van interventies. Maar volgens Halt, dat werkt met een tolkentelefoon, is er van een taalbarrière geen sprake. “En als die er is, kijken we samen met de voogd of begeleider of we iets passends kunnen vinden. Er zijn genoeg opties die jongeren kunnen uitvoeren op het asielzoekerscentrum of in de omgeving”, zegt een Halt medewerker. Ook in gesprekken tussen Halt en betrokken partijen, zoals het Openbaar Ministerie, de politie, het COA en Nidos geeft Halt aan dat ze graag meer hun aanwezige expertise willen inzetten om minderjarige asielzoekers op het rechte pad te krijgen. Waarom is er geen match?

Rieke Gremmen, juridisch deskundige bij de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) bevestigt dat weinig amv’ers naar Halt doorgestuurd worden. Bij strafzaken voor minderjarigen adviseert de Raad voor de Kinderbescherming de rechter. Volgens Gremmen lopen zij tegen de taalbarrière aan bij strafzaken van amv’ers. “Vaak gaat het om minderjarigen die de Nederlandse taal niet beheersen. Het is dan lastig om sommige sancties te adviseren, zoals een leerstraf. Ook werkstraffen kunnen zij daarom vaak niet uitvoeren. Dat komt mede omdat hun motivatie regelmatig ontbreekt en er sprake is van psychische problematiek, zoals trauma’s en verslaving, wat het lastig maakt om een werkstraf op te leggen.”

Als bijkomend probleem benoemt Gremmen dat deze amv’ers met onbekende bestemming verdwijnen in het proces tussen aangifte en de doorverwijzing naar een taakstraf. “Als ze opgeroepen worden voor een zitting zijn ze alweer verdwenen. Ze hebben vaak meerdere strafzaken lopen. En ze worden overgeplaatst van COA naar COA. Die continue verhuizingen maken het lastig om een Halt-interventie uit te voeren.”

Volgens Gremmen krijgen de jongeren in plaats van een werk- of leerstraf jeugddetentie opgelegd. “Bij deze doelgroep is sprake van heftige strafbare feiten en recidive in korte tijd. Dan komt Halt, dat zich alleen bezig houdt met licht strafbare feiten, of een taakstraf ook niet in aanmerking.”

“Uiteindelijk blijven we wel kijken per individu wat een minderjarige asielzoeker nodig heeft”, aldus Gremmen. Als voorbeeld geeft ze een pilot die vorig jaar liep in Oost-Brabant, waarbij minderjarige asielzoekers uit Noord-Afrika een werkstraf konden uitvoeren onder Arabisch sprekende begeleiding. “Deze pilot is inmiddels omgezet in een vaste werkwijze.”

Maatregelen vanuit het COA

Dan zijn er nog maatregelen die het COA zelf kan opleggen in het geval van niet-strafbare feiten, zoals wanneer een asielzoeker huisregels overtreedt. Als een asielzoeker bijvoorbeeld meerdere keren te laat komt bij de dagelijkse meldplicht of rookt in de kamer, kan het COA een ROV-maatregel opleggen (Reglement Onthouding Verstrekkingen). Zo kan het COA zakgeld inhouden of tijdelijk het verblijf op de opvang stopzetten. Bij minderjarige asielzoekers kan de opvang niet stopgezet worden. Wel kunnen zij maximaal zeven dagen een ‘time-out’ krijgen: de jongeren moeten dan naar een andere locatie en nadenken over wat ze misdaan hebben. In 2020 legde het COA 7.237 keer een ROV-maatregel op, waarvan 177 aan amv’ers.

Volgens een rapport van de inspectie van Justitie en Veiligheid werkt het inhouden van leefgeld niet bij minderjarige asielzoekers en hebben time-out plekken geen afschrikkende werking voor overlastgevers. “Daarom leggen we bij amv vaker alternatieve maatregelen op, zoals een correctiegesprek of waarschuwingsbrief. Het inhouden van zakgeld werkt in de meeste gevallen niet”, verklaart Joske Geraedts, beleidsadviseur van het COA.

Deze alternatieve maatregelen voorkomen niet in alle gevallen de overlast. “Die jongens zijn nergens van onder de indruk. Als je vijf jaar op straat hebt geleefd, dan maakt een correctiegesprek of het korten op leefgeld niets uit”, zegt een projectleider van Nidos in de evaluatie van de PON (Perspectief Opvang Nidos).

Het COA legt uit dat zij niet het hulpverleningsaanbod hebben voor jongeren die kampen met psychische problemen en drugsproblematiek. “We bieden opvang aan, maar zijn geen hulpverleners. Sommige jongeren hebben meer nodig dan wij kunnen bieden”, vertelt Nadia Maqdache, secretaris en beleidsadviseur van het COA. Als voorbeeld geeft zij een minderjarige asielzoeker die onlangs een psychose kreeg. “Wij moesten hem toen doorsturen naar de GGZ. Alleen konden zij niks voor hem betekenen want hij sprak de taal niet. Hij kwam bij ons terug en we wisten meteen: dit kan niet goed gaan. Het is dan wachten totdat het weer misgaat.”

De oplossing: Perspectief Opvang Nidos?

Vanaf 1 januari 2019 startte een volgende traject: de pilot PON, Perspectief Opvang Nidos, voor overlastgevende minderjarige asielzoekers. Het COA kon daarmee overlastgevende jongeren verplaatsen naar kleinschalige opvanglocaties van Nidos met maximaal 6 jongeren per locatie. Ter vergelijking: in een normale opvanglocatie van het COA zitten gewoonlijk 20 tot 80 jongeren. In de PON krijgen de jongeren intensieve begeleiding, vaak één op één. Bijzonder aan de opvang is de aanpak: via een interculturele werkwijze willen de medewerkers het gedrag van de jongeren veranderen. Hierbij zien medewerkers zichzelf als rolmodellen, in plaats van als hulpverleners, waarbij begrippen als respect, vertrouwen, schaamte, vrijheid en verantwoordelijkheid centraal staan.

Deze werkwijze werpt haar vruchten af. Het COA concludeert dat door overlastgevende jongeren te verplaatsen naar de PON de overlast op de COA locaties is verminderd. “Daardoor voelen zowel medewerkers van het COA als de andere bewoners zich veiliger”, zegt Maqdache.

In de PON locaties vertonen de jongeren aanzienlijk minder overlastgevend gedrag. Dat komt door de interculturele aanpak en zeer kleinschalige opvang. “Door intensief in de eigen taal en cultuursensitief te communiceren en een grote mate van betrokkenheid aan de dag te leggen, slagen begeleiders erin een relatie met de pupillen aan te gaan die vergelijkbaar is met een voor de jongeren herkenbare (groot)familierelatie”, concludeert de evaluatie.

In de pilot konden in totaal 20 jongeren terecht, 15 daarvan hebben een Noord-Afrikaanse nationaliteit. De begeleiders beschrijven de jongeren uit Noord-Afrika als ‘uiterst kwetsbaar’ en ‘getroebleerd’. De meeste jongens hebben op straat gewoond, ook al in hun thuisland. Hun ouders zaten aan de drugs, waren gescheiden of er was sprake van armoede. Ook heeft een groot deel van de Noord-Afrikaanse jongeren een drugsverslaving. Ze gebruiken voornamelijk Rivotril, een medicatie tegen epileptische aanvallen.

In de PON heeft een aanzienlijk deel van de jongeren problemen met middelengebruik, 14 jongeren in totaal. “Dat brengt problemen met zich mee”, vertelt Jan Murk, directeur opvang bij Nidos. “Als voogdij instelling zijn we experts in het aanbieden van opvang, maar we zijn geen zorgprofessionals. Helaas zijn we bij een kleine groep niet in staat om ze te helpen. Daar heb je echt jeugdhulp of verslavingszorg nodig.”

Onvoldoende aansluiting met Nederlandse zorg

Maar, die aansluiting met de Nederlandse zorg is er niet voor deze groep jongeren. Instanties hebben geen plek of weigeren om minderjarige asielzoekers op te nemen. Zelfs als de rechter beslist om een jongere in gesloten jeugdzorg te plaatsen, “zijn instanties soms weigerachtig om PON-pupillen op te nemen”, concludeert de evaluatie over de PON. En dat terwijl er een zorgplicht geldt voor minderjarigen.

“Daardoor doet ons personeel noodgedwongen dingen waartoe zij niet geïnstrueerd zijn. Het COA en Nidos kan overlastgevende jongeren bij gebrek aan betere alternatieven alleen naar de PON of de HTL sturen. Betere alternatieven zouden bijvoorbeeld de psychiatrie, verslavingszorg en jeugdzorg zijn”, vertelt Murk. De HTL is een handhaving- en toezichtlocatie, waar overlastgevende asielzoekers tijdelijk naartoe gestuurd kunnen worden en waar strengere regels gelden. Asielzoekers die veel en ernstige overlast veroorzaken en 16 jaar of ouder zijn kunnen daar geplaatst worden.

Waarom weigeren instanties deze groep jongeren? Volgens Murk komt dat omdat de verslavingszorg op vrijwillige basis is en meestal zonder verblijf erbij. “En intercultureel is het ook niet.” Ook bij de psychiatrie kunnen ze niet terecht. Murk legt uit dat ze daar niet terecht kunnen vanwege hun middelengebruik. Ook verslavingsorganisaties geven in reactie op een enquête van de redactie meerdere redenen op. Ze geven aan dat het beheersen van de Nederlandse taal van belang is voor de behandeling, dat cliënten minimaal 18 jaar of ouder moeten zijn of een thuiskeeradres moeten hebben. Eén organisatie geeft zelfs aan dat hun “CAO specifieke afspraken heeft met zorgverzekeraars die lokale zorgaanbieders uitsluit om asielzoekers te helpen.”

Goran Matkovic, psychiater bij Ready For Change, een verslavingshulporganisatie, heeft in het verleden ook asielzoekers behandeld. “Je kan jongeren niet dwingen om af te kicken. Als ze niet geholpen willen worden dan kan je als maatschappij van alles doen, maar dan wordt het heel moeilijk. Als we alleen zeggen: we gaan de jongeren behandelen en dat is het, dan los je het probleem niet op. Je wilt het liefst iemands verslaving behandelen tot aan dat zij hun leven oppakken. Maar hoe kan zo’n amv’er weer het leven oppakken als ze zo lang moeten wachten in asielzoekerscentra? Het is niet gek dat zij zich gaan vervelen of negatieve gedachten krijgen door een uitzichtloze situatie. Daarnaast worden tolkentelefoons moeilijk vergoed, het is lastig te declareren en de werkzaamheid is matig. Amv’ers worden door onze zorg nog zieker gemaakt.”

Dat minderjarige asielzoekers met multiproblematiek niet in alle gevallen terechtkunnen binnen de (gesloten) jeugdzorg, is omdat de huidige vorm niet passend is, zegt Wouter van der Galiën, woordvoerder van Jeugdzorg Nederland. “De opvang en dynamiek in groepen, de taalbarrière, normen, waarden en regels leiden er vaak toe dat het verblijf van een amv’er een groot effect heeft op de instelling, andere jongeren en professionals. Daarnaast komt de behandeling van amv’ers niet of nauwelijks van de grond door taal, cultuur, psychiatrische klachten, trauma, strafrechtelijke trajecten en/of geweldsincidenten.” Volgens Van der Galiën is dit niet op te lossen binnen het huidige stelsel. “Het vraagt om een landelijke regeling en extra financiering vanuit het Rijk voor de ontwikkeling ervan.”

Als gevolg blijven jongeren noodgedwongen op de PON- en COA-locaties. Medewerkers moesten zichzelf daarom zo veel mogelijk kennis aanleren over verslavingen. Ook hebben ze in samenwerking met Brijder, een verslavingszorg organisatie, een eigen pilot gemaakt om op een interculturele manier zorg aan te bieden. “Maar het feit blijft dat deze verslaafde jongeren nog steeds niet terecht kunnen bij een zorginstelling. Dus op het moment dat het op een COA locatie gevaarlijk wordt dan hebben we nog steeds geen locatie waar ze naartoe kunnen. Hierdoor komen ze noodgedwongen naar ons.”

En nu?

Zowel het COA als Nidos zijn zeer positief over de PON. “In zo’n kleinschalige opvang kunnen de jongeren tot rust komen en daarbij kan je echt kijken naar wat er speelt bij zo’n jongere. Daar is best veel tijd voor nodig om daarachter te komen”, zegt Maqdache. Medewerkers van het COA voelen zich veiliger, de rust keert terug op de locaties door jonge overlastgevers door te sturen naar de PON en andere bewoners op het COA voelen zich weer beschermd. Ook de overlastgevers zijn gebaat bij de interculturele aanpak van de PON: ze tonen aanzienlijk minder overlastgevend gedrag.

“Toch is de PON niet dé oplossing”, zegt Murk. “Het is slechts een ventiel. Hoewel het goed is dat er voor een kleine groep een vorm van opvang bestaat die aansluit, blijft een echte structurele oplossing om verslavingshulp en de (gesloten) jeugdzorg toegankelijk te maken voor amv’ers achterwege.”

Al sinds het aflopen van de pilot in 2020 lopen er gesprekken over structurele oplossingen tussen het ministerie van Justitie en Veiligheid, het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten), COA en Nidos. In juni 2021 vertelde Broekers-Knol aan de Tweede Kamer dat in de loop van 2022 twee instellingen aan de slag zullen gaan om toegankelijke zorg aan amv’ers aan te bieden.

Maar die instellingen zijn er nog steeds niet. “Al twee jaar staat het op de agenda maar er is nog steeds geen gespecialiseerde jeugdzorg. De VNG heeft er van alles aan gedaan: een aanbesteding uitgeschreven en instellingen aangeschreven. Maar geen één instelling stapt in. Niemand wil deze jongeren”, sluit Murk af. Volgens de woordvoerder van Jeugdzorg Nederland komt dit vooral omdat de omvang van de doelgroep onzeker is waardoor een bekostiging voor gemeenten niet mogelijk is.

Binnenkort starten er weer nieuwe gesprekken tussen de betrokken partijen. Daarbij wordt een nieuwe poging ondernomen om gespecialiseerde zorg aan minderjarige asielzoekers aan te bieden.

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.