24 mei, 2012 | Beeld: Geesje van Haren
‘Maatschappelijk werk staat onder aan de voedselketen’
Maatschappelijk werk is een vakgebied dat zwaar te lijden heeft onder de economische crisis. Terwijl er op maatschappelijk werk bezuinigd wordt, zijn er meer mensen die hulp nodig hebben. Jonge maatschappelijk werkers zullen rekening moeten houden met een veranderde arbeidsmarkt en zwaarder werk. Gelukkig worden ze hier op voorbereid.
Het is niet zo makkelijk om maatschappelijk werk te definiëren. De International Federation of Social Workers beschrijft het werk als het aanmoedigen van sociale verandering, het probleemoplossend werken in relaties tussen mensen en het zelfverwezenlijken van de mensen om het algehele welzijn te verhogen. Maatschappelijk werk heeft betrekking op veel verschillende disciplines en gebruikt theorieën van de economie en sociologie tot de psychologie en filosofie. Het werk uit zich uiteindelijk het meest in hulpverlening. De populariteit van het vak is moeilijk te voorspellen, in 2009 was er in Engeland een tekort aan maatschappelijk werkers, daar social workers genoemd. Eén op de zeven posities bleef daar oningevuld.

Maatschappelijk werkers in Engeland hebben vooral te kampen gehad met het slechte imago van het beroep. Dit is echter niet alleen in Engeland het geval. Nicole Gondek uit Stockholm, die een semester van haar opleiding maatschappelijk werk in Berlijn volgt, erkent het probleem: “Maatschappelijk werk staat nog altijd onder aan de ‘voedselketen’, als er gekort gaat worden, dan is dat meestal in het veld van maatschappelijk werk. Andere beroepen worden nu eenmaal als belangrijker beschouwd.” In Nederland gaat het de laatste jaren juist erg goed met de populariteit van maatschappelijk werk. Sinds 2006 is het aantal studenten aan de opleiding maatschappelijk werk en dienstverlening sterk toegenomen. Tussen 2006 en 2011 kwamen er per studiejaar gemiddeld 731 studenten bij, volgens de cijfers van de hbo-raad.
Bezuinigingen
In heel Europa vinden echter bezuinigingen in de zorg plaats, waar ook maatschappelijk werk onder te lijden zal hebben. Maar terwijl er bezuinigd wordt op maatschappelijk werk, neemt de vraag naar ernaar juist toe. Het Franse dagblad Le Monde berichtte halverwege vorig jaar dat het aantal hulpzoekenden in Griekenland sinds het begin van de crisis met 25 tot 30 procent gestegen is. Daarbij is volgens de krant ook het aantal zelfmoorden toegenomen. Het zijn vaak mensen met lichte aandoeningen zoals angst, paniekaanvallen en depressies die hulp vragen, schrijft NRC hierover. In Nederland deed actualiteitenprogramma EenVandaag een quickscan waaruit bleek dat het aantal financiële hulpvragen aan maatschappelijk werkers tussen 2002 en 2010 met 7 procent is toegenomen. Deze stijging zette door in 2011 en de verwachting is dat die ook in 2012 voortzet, dit terwijl er volgens de MOgroep, de landelijke brancheorganisatie voor Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening, door de gemeenten komend jaar ongeveer 20 procent bezuinigd zal worden op maatschappelijk werk.

Sofia Minor (24) komt uit Lund in Zweden. Ze loopt stage in een verzorgingstehuis in Berlijn waar zij met lichamelijk en geestelijk gehandicapten werkt. Ook zij is bang dat de crisis en de bezuinigingen haar werk zullen beïnvloeden: “Ik geloof dat de economische crisis sociale problemen veroorzaakt die niet alleen mensen zullen treffen die toch al te lijden hebben onder bepaalde sociale structuren, maar die iedereen treffen. Ik ben bang dat er minder banen beschikbaar zullen zijn, terwijl de sociale problemen toenemen en er meer maatschappelijk werkers nodig zijn.” Ook denkt zij dat er een groter beroep gedaan zal worden op de goedhartigheid van maatschappelijk werkers; ze werken voor een laag salaris en Sofia vreest dat de overheid dus afhankelijker van deze mensen zal worden.
Leren omgaan met veranderend klimaat
Dat de crisis een grote rol speelt in het vakgebied van het maatschappelijk werk wordt ook opgemerkt door The Europe Institute for Social Work in Berlijn. Deze organisatie bestaat sinds 1994 en wil onderzoek, ontwikkeling en onderwijs in het vakgebied van maatschappelijk werk en sociale pedagogie promoten die studenten, docenten en maatschappelijk werkers de mogelijkheid wil geven om met elkaar in contact te komen en die lokale netwerken in een grote Europese arbeidsgemeenschap wil integreren. Een van de initiatieven die ze sinds 1996 organiseert is de jaarlijkse European Summer School; toekomstige maatschappelijk werkers uit heel Europa komen dan samen om twee weken lang ideeën uit te wisselen en lessen te volgen. Deze Summer School staat altijd in het teken van een bepaald thema dat actueel is in het vakgebied en in heel Europa. Vorig jaar was dat ‘human trafficking and human rights’, dit jaar ‘the social dimension of the economic crisis in Europe’.
Volgens Teresa Metzinger, student maatschappelijk werk en werkzaam bij het instituut, wil het leerlingen vooral bijbrengen hoe maatschappelijk werk, maar eigenlijk het hele ‘help-system’ beïnvloed wordt en betrokken is bij het economische systeem en de crisis. Door de studenten lessen aan te bieden en te discussiëren over problemen, worden ze voorbereid op het veranderde klimaat waarin ze misschien later terechtkomen.
Zowel Nicole als Sofia nemen dit jaar deel aan de lessen die aangeboden worden door de Summer School. Het is voor hen de afsluiting van een semester in het buitenland, wat ook bij de opleiding maatschappelijk werk en dienstverlening steeds gangbaarder wordt. Sofia: “Het is belangrijk om maatschappelijk werk vanuit een ander land en dus een ander perspectief te zien. Op deze manier ontwikkel ik een kritischere blik op hoe mijn thuisland, Zweden, met maatschappelijk werk omgaat. Daarbij denk ik dat het werken in een taal die niet mijn moedertaal is ervoor zorgt dat ik me beter kan realiseren hoe het is als je jezelf niet goed kunt uitdrukken en niet begrepen wordt. Ik denk niet dat ik dit gevoel ooit zal vergeten in mijn toekomstige werk.” Met ervaring die Sofia en Nicole nu opdoen in het buitenland, hopen zij een betere kans op de nauwer wordende arbeidsmarkt te krijgen.