18 november, 2009 | Auteur: Ramón Tukker | Trefwoord: tanzania

Mpangala (3): ‘Ik censureer mijzelf bewust’

Cartoons zijn in Tanzania zo sterk verankerd in de samenleving, dat uitgevers eind vorige eeuw nog tabloids maakten die geheel uit strips bestonden. Cartoonisten bepaalden lange tijd de toon van het publieke debat en wisten vele landgenoten met hun tekeningen te vermaken. Echter, ongeveer vijftien jaar geleden deed televisie zijn intrede. Ineens was er een alternatief.  

In het nieuwe televisietijdperk bleven cartoons nog een tijdje bestaan, maar toen de krantenoplagen verminderden, zakte het marktaandeel van cartoons onvermijdelijk ook. Toch zijn zij nog razend populair.

In dit drieluik brengt Ramón Tukker de visie van drie hedendaagse, toonaangevende Tanzaniaanse cartoonisten in beeld. Zij spreken over de invloed van cartoons op de verhoudingen in hun land, hun werk en hun vrijheden. Vandaag cartoonist Nathan Mpangala. Hij werkt vanuit Nairobi. 

Nathan Mpangala vertelt: (full-qoute)

“Tegenwoordig gebruiken cartoonisten nieuwe manieren om te tekenen en informatie te krijgen. Met computers en via internet. Ik woon nu twee jaar Nairobi, waar ik werk aan een langdurig animatieproject. Daarnaast teken ik voor de Tanzaniaanse krant Majira, voor het Tanzaniaanse tv-programma Alquivir en voor het web. De wereld voelt voor mij aan als een dorp. Veel Tanzaniaanse cartoonisten hebben de mogelijkheden van internet nog niet ondekt. Daardoor komt de buitenwereld niet met Tanzaniaanse tekenaars in contact. Tanzanianen zelf nemen ook niet zo makkelijk initiatief om met de buitenwereld in contact te komen. Dat is jammer.

In sommige Afrikaanse landen hebben cartoonisten heel veel vrijheid in wat ze tekenen. In Swaziland bijvoorbeeld stelt een naakte vrouw tekenen niets voor. Maar in ons land word je beperkt door redacteuren en door de wet op persvrijheid. Redacteuren in Tanzania verdienen niet genoeg in vergelijking met buurlanden. Zij voelen zich zo van buitenaf onder druk gezet. Als je redacteur genoeg verdient, geeft dat de cartoonist de vrijheid geeft om te tekenen wat hij wil. 

Ik maak redactionele cartoons, maar heb eigenlijk een hekel aan tekenen over politiek. Want de politiek is de nieuwsorganisatie binnengedrongen. Als ik een politieke cartoon, getekend vanuit mijn eigen optiek, aflever aan de redactie, wordt die simpelweg geweigerd. Zonder uitleg. Daarom beperk ik me het liefst tot maatschappelijke kwesties. Een van mijn cartoons die de meeste maatschappelijke beroering bracht, is die van een hoogzwangere Maasai-vrouw. Ze zit op een kruispunt, met in de ene hand een bord dat wijst naar een begraafplaats en in de andere een bord dat wijst naar een ziekenhuis. Ik wilde de lagere klasse ermee beroeren. Dat is gelukt. 

De sociaal-maatschappelijke vrijheden van een land maken het verschil in wat je kunt publiceren. In Denemarken heeft een cartoonist met zijn publicatie islamieten gekwetst. In Tanzania zou het publiceren van zoiets ondenkbaar zijn. Zelf wil ik niet tekenen over geloofsvragen. Ik wil via mijn tekeningen geen waarheden ontkrachten die mensen hebben over diens geloof door het lezen van de Bijbel of de Koran. Ik ben bang hierop afgerekend te worden, bijvoorbeeld door doodsbedreigingen. Ik censureer mijzelf daarin bewust. 

Er zijn weinig mensen die open staan voor kritiek. Volgens de regering leveren wij alleen maar kritiek en problemen. Maar cartoons zijn er niet alleen om mensen aan het lachen te maken. De ruimte in de krant voor een cartoon is klein, maar toch kun je die maximaal benutten door een sociaal-maatschappelijk probleem aan de kaak te stellen. Het houdt mensen scherp, dwingt hen na te denken. Juist daarom zijn deze cartoons heel geliefd bij de bevolking. En we hebben niet altijd kritiek op de regering, soms leveren we ook wel iets positiefs af. Een mooi voorbeeld is hoe ik in 1995 eens een hele simpele cartoon tekende over iemand die wisselgeld ontving en ging checken of het wel écht geld was, door het biljet tegen het licht te houden. Prompt werd ik gebeld door de Tanzaniaanse Nationale Bank, met de vraag of mensen tegenwoordig inderdaad met vals geld betalen. Dus de cartoon die ik had getekend gaf de bank een positief inzicht. 

Ik zeg: laat ons als cartoonisten gewoon ons werk doen. Het positieve wat wij maken wordt vervolgens door kranten en seminars op de agenda gezet. Wij zijn heel belangrijk voor de media. Maar onze beloning laat te wensen over. Het loon voor ons vele werk is om te huilen. Wat je in Kenia voor één publicatie in The Nation krijgt, is een heel maandsalaris voor een cartoonist in Tanzania. Net afgestudeerde journalisten, die bij het persbureau komen werken, lopen in Tanzania over je heen alsof je niets waard bent. Dáár heb ik moeite mee.” 

Klik hier voor deel 1 en deel 2.

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.