16 mei, 2026 | Auteur: Romy van Baarsen | Trefwoord: italie
Nederlandse kapitein aangehouden voor mensensmokkel nadat zijn reddingsschip doelwit was van een Libische beschieting
Nauwelijks vier dagen nadat gewapende Libische boten het reddingsschip Sea-Watch 5 onder vuur namen op de Middellandse Zee, heeft justitie in Italië een strafrechtelijk onderzoek geopend tegen de Nederlandse kapitein van het schip. De autoriteiten verdenken hem van het “faciliteren van illegale migratie”, terwijl de bemanning nog bezig is de beschieting en urenlange dreiging op zee te verwerken. De zaak roept opnieuw vragen op over de criminalisering van ngo-reddingsoperaties aan Europa’s zuidgrens.
Het reddingsschip arriveerde op vrijdagochtend 15 mei 2026 om 11:00 uur in de Zuid-Italiaanse havenstad Brindisi met 166 geredde migranten aan boord. Lost in Europe was bij de aankomst van het schip aanwezig en zag hoe agenten vrijdagavond nog altijd op de brug en het dek rondliepen, terwijl bemanningsleden van de Sea-Watch 5 werden verhoord.

“Ze namen allerlei spullen in beslag, waaronder computers en officieel e-mailverkeer, om te onderzoeken voor bewijsmateriaal”, zegt Sea-Watch-woordvoerder Julia Messmer. Twee bemanningsleden werden vrijdag direct door de Italiaanse politie meegenomen naar het politiebureau voor getuigenverhoor.
De Nederlandse kapitein is vandaag, zaterdag 16 mei, verhoord in aanwezigheid van een advocaat. “Italië heeft een strafrechtelijk onderzoek geopend tegen de kapitein van de Sea-Watch 5 op verdenking van het bevorderen van illegale immigratie”, schrijft Sea-Watch in haar persbericht.
De kapitein mocht vrijdag de hele dag tot middernacht de brug – het gedeelte van waaruit het schip wordt bestuurd – niet verlaten. “Hij is volledig uitgeput”, zegt Messmer. “De bemanning heeft nauwelijks de tijd gehad om de beschieting en de dreiging van de Libische milities te verwerken.”
De organisatie zegt voorlopig terughoudend te zijn met interviews uit angst dat uitspraken juridisch tegen de bemanning gebruikt kunnen worden. “Eén zin kan ineens op een bepaalde manier door justitie worden gebruikt”, zegt Messmer.
“Iedereen wist meteen: naar de grond”
Reddingsoperaties op de Middellandse Zee zijn het afgelopen jaar enorm gespannen en gevaarlijk geworden. In de week voorafgaand aan de juridische dreiging werd ditzelfde schip en haar bemanning onder vuur genomen.
Maandag 11 mei was Sea-Watch 5 ongeveer 55 zeemijl ten noorden van Tripoli, in internationale wateren bezig met een reddingsoperatie toen gewapende Libische boten het schip naderden. De bemanning had toen net negentig migranten van een overvolle dubbeldekkerboot gehaald.

Naast de Nederlandse kapitein voer ook een stuurman uit Nederland mee op het schip. Volgens officier Bob Bouhof kwamen sommige migranten zwaar verzwakt uit het benedendek van de boot. “We telden eerst dertig mensen, maar toen bleken er nog zestig onderin te zitten.”
Niet veel later klonk via de radio de waarschuwing dat de Libische kustwacht naderde.
“Er werd gezegd ‘zoek dekking’,” vertelt Bouhof. “Iedereen wist meteen wat er aan de hand was. Alle negentig mensen en de crew lagen direct zo laag mogelijk op de grond.” Volgens Bouhof werden ongeveer tien tot vijftien schoten gelost. “Je hoort die schoten over je hoofd gaan. Alles gaat ineens langzamer door de adrenaline.”
Iedereen aan boord vreesde voor zijn leven. De bemanning probeerde te voorkomen dat er paniek uitbrak onder de geredde mensen. “Het grootste gedeelte van onze training is crowd management”, zegt hij.
Na de schoten moest de bemanning hen urenlang onderbrengen in een afgesloten ruimte binnenin het schip terwijl buiten via de radio de bedreigingen doorgingen. De Libische kustwacht dreigde het schip te kapen, schrijft Sea-Watch. “Mensen waren zeeziek, sommigen moesten overgeven, iedereen zat op elkaar gepropt”, zegt Bouhof.
Een van de betrokken Libische patrouilleboten was een Corrubia-klasse schip dat Italië in 2018 aan Libië doneerde om migratie tegen te gaan. Volgens Sea-Watch blijven Europese landen en de EU de Libische kustwacht ondersteunen ondanks herhaalde meldingen van geweld op zee tegen Europese reddingswerkers.

De dagen na de beschieting was de bemanning bezig met de migranten aan boord. Onderweg naar de haven kwamen ze nog twee boten in nood tegen. Het schip was zich eigenlijk aan het klaar maken voor een volgende rotatie, maar dat gaat vanwege het onderzoek niet door. “Sommige mensen zijn daar verdrietig over, we weten dat elke dag dat we niet op zee zijn betekent dat er mensenlevens verloren kunnen gaan.”
De Nederlandse kapitein is van half 1 tot 17:00 uur bevraagd. “Het is de omgekeerde wereld”, zegt Bouhof. “We worden beschoten en dan ook nog bestraft. Ik vraag me af of de Italianen ook de Libiërs hebben verhoord.”
Het Openbaar Ministerie in Brindisi heeft zaterdag nog niet inhoudelijk gereageerd op vragen van Lost in Europe over het strafrechtelijk onderzoek. Alleen hoofdaanklager Pina Montanaro mag publiekelijk op de zaak reageren, maar zij is dit weekend niet aanwezig.
Een woordvoerder van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken laat weten dat er “vooralsnog geen verzoek om consulaire bijstand” is ontvangen. Meer kon het ministerie zaterdag niet over de zaak zeggen.
Het is voor het eerst sinds 2019 dat Italië een strafrechtelijk onderzoek opent tegen een bemanningslid van een civiel reddingsschip wegens het vermeend faciliteren van illegale migratie. Volgens Messmer gaat het om dezelfde bepaling uit de Italiaanse immigratiewet die eerder werd gebruikt in zaken tegen reddingsorganisaties als Iuventa case en tegen de voormalige Sea-Watch-kapitein Carola Rackete.
De Italiaanse rechter sprak Sea-Watch-kapitein Carola Rackete in die zaak uiteindelijk vrij van onder meer mensensmokkel en verzet tegen de autoriteiten, en oordeelde dat zij met het aanmeren in Lampedusa handelde volgens het internationaal recht om geredde migranten naar een veilige haven te brengen: De kapitein van de Sea-Watch 3 mocht de migranten in Lampedusa aan land brengen omdat het internationaal recht zwaarder weegt dan nationale verboden op ngo-reddingsschepen.
Dit artikel is mogelijk gemaakt met steun van het JournalismFund Europe.