1 december, 2008 | Auteur: Christina Koop | Trefwoord: oeganda
Over twee werelden, van de Noordpool naar Oeganda
Binnen twee maanden de Noordpool én Oeganda bezoeken, het overkomt niet veel mensen. Zo wel Evanne Nowak. Zij ondernam namens het Wereld Natuur Fonds ‘The Voyage for the Future’, een project voor jongeren over klimaatveranderingen in Spitsbergen. Een week na terugkomst pakte ze haar koffers om in Oeganda theater te maken over HIV en aids.
Waar het vandaan komt kan Evanne niet onmiddellijk duiden, maar haar betrokkenheid met de wereld zat er al vroeg in. Toen ze nog op de middelbare school zat werd ze uitgekozen om met een project van Edukans naar Ethiopië af te reizen. Een aantal jaren later ging ze met Stichting Internationale Werkkampen naar Tsjechië, om hier toneel te maken met Roma-kinderen. “Ik vind het belangrijk dat mensen zich in elkaar verdiepen, dat stereotypen worden afgebroken en dat mensen niet te snel over elkaar oordelen. Toen ik voor het eerst in Afrika was, zijn mijn ogen geopend. Ik dacht dat er veel honger en ellende zou zijn maar dit bleek niet waar. Ondanks de grote armoede is er ook gewoon vrolijkheid”.
Spitsbergen
Het avontuur naar Spitsbergen, een eiland in de Noordelijke IJszee, begint voor Evanne op de fiets in Utrecht. “Toen ik hoorde dat ik uit al die mensen was gekozen om Nederland te vertegenwoordigen tijdens de ‘Voyage for the Future’ ben ik wel even afgestapt. Een aantal weken eerder had ik gereageerd op een advertentie van het Wereld Natuur Fonds. Hierin werd gevraagd naar enthousiaste jongeren die zich willen verdiepen in klimaatverandering en de gevolgen hiervan. Ik heb altijd honger naar nieuwe kennis, wil dingen ervaren en mensen ontmoeten. Dat was voor mij de belangrijkste reden om die brief te posten”.
Van de jongeren die reageerden werden er vier uitgekozen voor een telefonisch interview. Uiteindelijk werd Evanne samen met nog een andere Nederlandse vertegenwoordiger, of ambassadeur in het lexicon van het WNF, uitgekozen om tien dagen naar Spitsbergen te gaan. Hier zouden ze samen met nog zestien jongeren van negen verschillende nationaliteiten met eigen ogen zien wat klimaatverandering met de Noordpool doet.
Natuurlijk is de reis een geweldige ervaring, maar het is niet de bedoeling dat de ambassadeurs tien dagen vakantie gaan vieren. Het gaat erom te leren van wetenschappers en met eigen ogen de klimaatverandering te zien en deze boodschap over te brengen naar politiek, bedrijfsleven, media en publiek in eigen land. Ervoor te zorgen dat iedereen maatregelen neemt tegen overmatige CO2-uitstoot, dat is de bedoeling!
Evanne: “Ik heb voor vertrek op internet naar foto’s van de Noordpool gezocht, maar niets is zo geweldig als er midden in staan. Het viel me op dat het ijs op sommige plekken niet dik was, maar dun en zelfs een beetje zielig. Natuurlijk weet ik niet of dit aan de tijd van het jaar of de klimaatverandering ligt. De wetenschappers die meereisden wezen ons op gletsjers die zich terugtrokken en andere gevolgen van klimaatverandering. Ik ging er vrij blanco naar toe, wist nog niet veel van de Noordpool en klimaatverandering, maar er was een aantal ambassadeurs die lééfden voor het onderwerp, een interesse en strijdvaardigheid die bijna kleefde aan hysterie. Voor mij was de reis naar de Noordpool een les in nederigheid voor de natuur. Ik heb het inzicht gekregen dat wij, de mens, niet het middelpunt van de wereld zijn. Het meeste heb ik geleerd van een wetenschapper op leeftijd. Hij liet mij op een andere manier naar de aarde te kijkenen van de natuur te genieten door meer oog voor detail te hebben. Je niet laten verblinden door de ratio van de wetenschap, maar ‘voelend’ leren kijken.
Buiten dat het natuurlijk een geweldige ervaring is om op de Noordpool te zijn, kan ik één belevenis aanwijzen als het absolute hoogtepunt: De ijsbeer die vijftien minuten lang voor ons poseerde.”
Ruud Lubbers
Terug in Nederland begon het werk van de WNF ambassadrice pas echt. “Iedere ambassadeur ging terug naar eigen land om daar de politici aan te spreken over klimaatverandering. Ik heb premier Balkenende en minister Cramer kort gesproken. De grootste belevenis tot nu toe was een half uur durend gesprek met Ruud Lubbers, oud-ministerpresident en zelf erg begaan met het milieu. Ik vroeg hem wat de beste manier is om in de huidige tijd actie te voeren. Hij ziet veel baat in ludieke acties en gezamenlijk problemen oplossen”.
Binnenkort komen de ambassadeurs weer bij elkaar. Deze keer in Polen, waar in december de klimaattop van de Verenigde Naties plaatsvindt. “In Polen hopen we een internationale jongerenactie op te zetten, een actie die alle kleine organisaties overstijgt. We zijn in Spitsbergen al begonnen met het ‘Green Finger project’. Hierin worden honderdduizenden foto’s bij elkaar gebracht van mensen over de hele wereld, met hun boodschap aan de deelnemende wereldleiders over klimaatverandering. Iedereen kan zijn eigen boodschap uploaden via de website mygreenfinger.org”.
Oeganda
Met de kou van de Noordpool nog in haar botten en de deining van de zee nog in haar benen vertok Evanne binnen een week naar een nieuw avontuur. Ditmaal naar een plek waar ze absoluut geen sneeuw of ijsbeer tegen zal komen: het warme Oeganda. “In 2007 deed ik met theatergroep ZoetZuur mee aan een wedstrijd van de Nationale Jeugdraad: XpressyourFuture. Hiervoor moesten we een performance maken over HIV/aids. De winnende toneelgroep kreeg de kans om in Kenia toneel te maken. We wonnen helaas niet, toch was iedereen in ZoetZuur geïnspireerd om verder te gaan met het onderwerp en de jonge mensen die hier mee te maken krijgen. We besloten te zoeken naar subsidies en sponsors die het ons mogelijk konden maken om toch naar Afrika af te reizen. En zo zat ik een week na terugkomst uit Spitsbergen in het vliegtuig richting Oeganda.”
Theatergroep ZoetZuur vertrok naar Oeganda met het idee om ervaringen van de jongeren te verwerken in theater. Helaas bleek dit niet altijd even makkelijk. “Er heerst nogal een onorthodoxe moraal over aids in Oeganda. In plaats van condoomgebruik te bemoedigen, prijst de overheid onthouding aan als middel tegen aids. We merkten tijdens onze gesprekken met jongeren dat ze het moeilijk vinden om over hun eigen seksleven te praten. Als we ze vroegen hun eigen mening te geven, kwamen ze vaak met algemene verhalen over seksuele moraal. Vaak spraken ze dan over de door de overheid opgelegde onthouding, maar als we doorvroegen bleken de jongeren zich hieraan niet te houden. Hoewel de Afrikaanse samenleving doordrongen is van Aids, komen de verhalen hierover moeilijk los. Over persoonlijk leed en ongeluk wordt niet makkelijk gepraat in Afrika, iedereen heeft immers zijn eigen ellende.
Ik werd er zelf bijna cynisch van, eerst de smeltende poolkappen en nu weer een hele samenleving die uit elkaar wordt gescheurd door deze vreselijke ziekte. Je eigen problemen komen in een ander perspectief te staan als je meemaakt waar deze mensen mee worstelen. Het gastgezin waarin we logeerden bestond uit een vrouw met HIV en de kinderen die zij gered had van straat. Haar man was een aantal jaren geleden gestorven aan aids. Ze weet dat ze binnenkort ook gaat sterven en dat de kinderen dan achter blijven. Toch heeft ze ervoor gekozen om hen zolang mogelijk haar bescherming te geven. Eén avond hebben we met z’n allen gezongen en gebeden. De elektriciteit was uitgevallen, dus we zaten bij kaarslicht en hielden elkaar vast. Langzaam begon onze gastmoeder te bidden, wat eindigde in zingen en huilen van ons allemaal.”
In Oeganda leven op het moment meer dan een miljoen volwassenen met HIV en aids en zijn er meer dan 100.000 kinderen seropositief. Evanne: “Aids is een verschrikkelijk groot probleem in Oeganda en Afrika. Met ons project en de voorstellingen kun je het probleem natuurlijk niet oplossen, maar we kunnen wel mensen voorlichten en misschien bijdragen aan de acceptatie van aids. Theater vertelt een verhaal en breekt de werkelijkheid op in stukken. Ik hoop dat we met onze voorstellingen de werkelijkheid van aids enigszins behapbaar hebben kunnen maken.”