16 mei, 2013 | Auteur: Marijke Boessenkool | Beeld: Marijke Boessenkool | Trefwoord: zwitserland

De strijd tegen nucleaire wapens: onbegonnen werk?

In april van dit jaar vond in Geneve een VN-conferentie over nucleaire wapens plaats. Ieder jaar wordt er door delegaties van bijna alle landen ter wereld onderhandeld over het verminderen van het aantal kernwapens op de wereld. Uit de geschiedenis is immers gebleken hoe intens en catastrofaal de gevolgen van de atoombommen in Hiroshima en Nagasaki, aan het eind van de Tweede Wereldoorlog, zijn geweest. Toch zijn er, ondanks vele inspanningen van niet-gouvernmentele organisaties (ngo’s) en regeringen van verschillende landen, nog duizenden kernwapens op de wereld.

Al jaren wordt er veel gesproken over nucleaire wapens. De aandacht voor het thema kwam onlangs weer in het nieuws door de toegenomen verrijking van kernenergie in Iran en het testen van nucleaire wapens in Noord-Korea begin dit jaar. Al decennia lang wordt er, zowel in VN-verband als tussen staten, onderhandeld over nucleaire wapens. Vrijwel iedereen lijkt het erover eens te zijn dat nucleaire wapens desastreus zijn voor de wereld en daarom verbannen zouden moeten worden. Toch blijkt het in de praktijk lastig om dit waar te maken. Nucleaire wapens worden gezien als een middel tot afschrikking: wie nucleaire wapens heeft, heeft macht en zal niet worden aangevallen door een vijand. Die opvatting was en is, in sommige landen nog steeds, een veelgenoemd argument voor het hebben (en onderhouden) van nucleaire wapens.

De geschiedenis van nucleaire wapens begint aan het eind van de Tweede Wereldoorlog. De strijdende staten verdenken elkaar ervan de meest gruwelijke bom te ontwikkelen en werken ondertussen zelf aan het zo snel mogelijk ‘als eerste’ de bom te maken. Dat lukt de Amerikanen. Op 6 augustus 1945 wordt de eerste atoombom op de Japanse stad Hiroshima geworpen. In een fractie van een seconde verliezen meer dan 100.000 mensen hun leven. Drie dagen later wordt een tweede bom op Nagasaki geworpen, waarbij nog eens 40.000 mensen abrupt van hun leven zijn beroofd. Door de vrijgekomen radioactiviteit verliezen in de daarop volgende dagen nog eens 100.000 mensen het leven.

Ondanks de immense gevolgen voor mens, land en dier, die zichtbaar werden na de bombardementen in Japan, bleven landen doorgaan met het ontwikkelen van nucleaire wapens. Eerst de Verenigde Staten en Rusland, die verhit in een wapenwedloop ten tijde van de Koude Oorlog met hun defensieapparaat enorme hoeveelheden (nucleaire) wapens wisten te ontwikkelen. Onder het mom van het behoud van een machtsbalans in de wereldorde, besloten ook andere landen nucleaire wapens te maken. Vele testen in afgelegen gebieden in de Verenigde Staten en Rusland hebben hun sporen achtergelaten in het landschap. Onvruchtbare grond en een toegenomen aantal gevallen van kanker zijn het gevolg van de radioactieve straling daar. Zomaar de stekker uit de nucliaire programma's trekken kan niet. Er hangt zowel een prijskaartje aan het ontwikkelen en onderhouden van de wapens als aan de vernietiging ervan. Er zijn speciale, zeer prijzige methoden nodig om het radioactieve materiaal te vernietigen.

In 1970 werd het Non-Proliferation Treaty (NPT) opgesteld, een verdrag om de vermenigvuldiging van nucleaire wapens tegen te gaan. Met de ondertekening door 188 staten werd dit verdrag het leidende voorschrift over nucleaire wapens in de Verenigde Naties. De belangrijkste punten uit het verdrag is de belofte om het aantal nucleaire wapens te verminderen en het toezien op het vreedzaam gebruik van nucleaire energie. Omdat ten tijde van het NPT al vijf landen in het bezit waren van nucleaire wapens, zijn zij, volgens het verdrag, als enige landen gemachtigd om deze wapens in het bezit te houden. Dit leidde tot ongenoegen bij andere landen. Waarom kunnen zij wel deze wapens hebben en andere landen niet? En, waarom is er geen duidelijke deadline voor het ontmantelen van de wapens? 

Iedere vijf jaar is er een conferentie om het verdrag te herzien. In de jaren voorafgaand aan de herzieningsconferentie, vindt er steeds een voorbereidende conferentie plaats. In april van dit jaar zijn delegaties uit vele landen die lid zijn van het NPT-verdrag bijeengekomen om voorbereidingen te treffen voor de herziening in 2015. Sinds 1995 wordt geprobeerd om bij elke herzieningsconferentie een nieuwe impuls aan het verdrag te geven, om verder te komen in de richting van een nucleair wapenvrije wereld.

Dat streven lijkt misschien onbegonnen werk. In ieder geval kan worden vastgesteld dat het een complex verhaal is, waaraan verschillende belangen, toezeggingen en bezorgdheden ten grondslag liggen. Zo wenste Nederland en een aantal andere NAVO-lidstaten ten tijde van de Koude Oorlog bescherming van de Verenigde Staten. Onder het principe ‘burden sharing’ zijn daarom destijds in vijf lidstaten van de NAVO in Europa, nucleaire wapens geplaatst. Hoewel de Koude Oorlog ten einde is en deze wapens vandaag de dag irrelevant lijken, blijkt niets minder waar. Met argusogen worden Noord-Korea en Iran door de wereld gevolgd. Initiatieven om een nucleair wapenvrije zone in het Midden-Oosten te vestigen, mislukken steeds. Maar ook NAVO-landen lijken een langzame aanpak, als het gaat om het verwijderen van nucleaire wapens van hun aardbodem, te omarmen. Alle vijf ‘gastlanden’ voor nucleaire wapens, waaronder Nederland, hebben hun beleid omtrent deze wapens nog steeds niet veranderd. Nederland en België hebben zelfs een 'can’t confirm, can’t deny'-beleid. Dat betekent dat er, onder de afspraken die binnen NAVO gemaakt zijn, geen duidelijkheid verschaft kan worden over dit thema. De kosten van het onderhoud van de wapens in Nederland zijn bijvoorbeeld onduidelijk. Ook Kamerleden krijgen hier geen inzage in.

International Campaign to Abolish Nuclear Weapons

De nucleaire verrijking in Iran en het testen van nucleaire wapens in Noord-Korea worden als extra redenen genoemd, om vast te blijven houden aan de ‘oude vertrouwde’ nucleaire wapens. Toch is het de vraag of het hebben van deze wapens een mogelijke dreiging of oorlog kan doen voorkomen. Het decennialange bezit van nucleaire wapens heeft immers niet geleid tot het afschrikken van landen als Noord-Korea of Iran om zelf dergelijke wapens te ontwikkelen. En in hoeverre kunnen de catastrofale gevolgen van een druk op de verkeerde knop, opgevangen worden?

Vele ngo’s, werkzaam in verschillende landen, hebben hun krachten gebundeld en werken samen binnen de ICAN beweging (International Campaign to Abolish Nuclear Weapons). Volgens hen is het onmogelijk om ooit de humanitaire consequenties van nucleaire wapens te laten opwegen tegen een politiek-strategisch instrument als nucleaire wapens. Samen met een aantal progressieve landen op dit gebied, zoals Noorwegen, Zwitserland, Mexico, Nieuw-Zeeland en Zuid-Afrika zetten zij in op een nieuwe koers in de bestrijding van nucleaire wapens. “We willen mensen bewust maken van de vreselijke gevolgen van nucleaire wapens. Door hen echte, reële beelden te laten zien van mensen die getroffen zijn door de bommen op Hiroshima of Nagasaki, of van mensen die te kampen hebben met de gevolgen van vrijgekomen radioactiviteit door het testen van deze wapens, willen we hen overtuigen van het feit dat deze wapens nutteloos zijn. Zij kunnen dan, als vrije burgers in hun land, de regering wijzen op hun verantwoordelijkheid om deze wapens in de ban te doen”, vertelt een ICAN campagnevoerder uit Zuid-Amerika. Een andere ICAN medewerker uit Europa vertelt: “Wij kunnen als ngo’s verschil maken. We hebben de media aan onze kant en kunnen burgers overtuigen. Er vinden tal van lobbywerkzaamheden plaats, zowel op nationaal niveau, als hier op de internationale conferentie in Geneve.” 

Een voorbeeld van een Nederlandse ngo die zich bezighoudt met kernwapens is IKV Pax Christi. Zij doen onderzoek naar nucleaire ontwapening en spreken door middel van campagnes en lobbyactiviteiten onder andere de Nederlandse regering aan op hun nucleaire beleid. En hoewel IKV Pax Christi inmiddels een bekende speler is bij de Nederlandse beleidsmakers, is de strijd volgens een campagnevoerder nog lang niet gestreden: “Er moet nog heel veel gebeuren voordat de hele wereld vrij is van nucleaire wapens.”

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.