14 november, 2013 | Beeld: Erik Wallert | Trefwoord: nederland
Het verhaal over Nederlandse Keurmerken en Ivoriaanse cacao
Een journalist onderzoekt, observeert, is kritisch en streeft naar het bedrijven van onafhankelijke journalistiek. Maar wat gebeurt er met die onafhankelijkheid wanneer zowel hijzelf als zijn bronnen worden bedreigd? Janet Doorduin dook in het verhaal achter een omstreden artikel over cacao-maffiose praktijken.
Veel Beyond (y)our World-studenten zien hun toekomst in de buitenlandjournalistiek. Laten weten wat er nu echt speelt op een ver continent, en misstanden aan de kaak stellen. In de praktijk blijkt echter dat werken als journalist in het buitenland niet altijd zo makkelijk is als het misschien lijkt. Selay Kouassi is een Ivoriaanse onderzoeksjournalist. Samen met Evelien Groenink, medeoprichter van FAIR, het Forum voor Afrikaanse Onderzoeksjournalistiek, schreef hij vorig jaar een artikel voor het Nederlandse blad OneWorld over westerse keurmerken en kleine cacaoboeren in de Ivoorkust. Het stuk deed een hoop stof opwaaien. Niet alleen in Ivoorkust, maar ook in Nederland. "Ik ben sinds ik onderzoek deed naar de wapenindustrie niet zo onder vuur genomen", aldus Groenink.
Het artikel
Kouassi was regelmatig in Nederland en het beeld dat keurmerken als Max Havelaar Fair Trade, UTZ en Rainforest Alliance hier schetsen van hun werk in Ivoorkust kwam in zijn ogen niet overeen met de werkelijkheid. "Ik verbaasde me elke keer weer als ik zag hoeveel moeite mensen in Nederland doen om chocolade te kopen met een keurmerk erop. In reclames wordt mensen voorgehouden dat certificering de kleine boeren in Ivoorkust helpt. Maar wanneer ik thuis ben, zie ik toch echt wat anders", aldus Kouassi. De onderzoeksjournalist merkt in zijn omgeving dat het juist kleine boeren zijn die niet aan voorwaarden van de keurmerken kunnen voldoen en hier soms op achteruit gaan. Samen met Groenink besloot hij een artikel te schrijven.
Het idee legde Groenink voor aan de OneWorld-redactie, die interesse toonde. Lonneke van Genugten, eindredacteur van het blad, vertelt dat de insteek van het artikel goed bij hen past: "Als OneWorld willen we laten zien dat wat we hier doen invloed heeft op de hele wereld. De certificering van cacaoboeren is daar een goed voorbeeld van. Daarom is het voor ons interessant om te kijken of zij de beloftes die ze hier maken, namelijk een beter leven voor boeren, in Ivoorkust waarmaken." Met de zekerheid van een publicatie in OneWorld begon Kouassi aan een onderzoek naar de keurmerken in Ivoorkust waar hij bijna drie maanden over deed. Toen hij de eerste versie van het artikel had geschreven, e-mailde hij deze naar Groenink. In het kader van hoor en wederhoor legde zij het stuk vervolgens voor aan de betrokkenen in Nederland en koppelde het commentaar weer terug naar Kouassi. Ook vertaalde Groenink de laatste versie van Kouassi naar het Nederlands en nam ze de laatste beslissing over de inhoud.
Voor het artikel sprak Kouassi met dertig cacaoboeren in Ivoorkust, verschillende opzichters en andere personen die in Ivoorkust direct betrokken zijn bij certificering. Zelfs voor iemand die uit de regio komt en de taal spreekt, was het volgens Kouassi geen makkelijke opgave om het vertrouwen van de boeren te winnen. "Mensen zijn bang om te praten of om de waarheid te zeggen. Dit komt voornamelijk doordat de cacao-maffia veel macht heeft." Uit de gesprekken die Kouassi met de boeren en opzichters voerde, bleek dat het mooie beeld dat Nederlanders van eerlijke chocoladeproductie hebben niet klopt. Zo schreef hij in het artikel dat de kleine cacaoboeren vaak niet aan de eisen van certificering kunnen voldoen, dat keurmerken meestal niet omkijken naar goede infrastructuur, goede scholing en gezondheidsvoorzieningen, en ook stelde hij verschillende zaken van verduistering aan de kaak.
Kouassi’s conclusie: de grote boeren profiteren van certificering, de kleine boeren worstelen ermee. Met deze uitkomst bevestigde Kouassi het beeld dat hij had voordat hij het artikel schreef.
Een kritisch artikel waar veel belangen bij komen kijken, is nooit zonder risico. De angst van de bronnen bleek dus ook terecht te zijn. Terwijl het in Nederland bleef bij negatieve telefoontjes, werden in Ivoorkust verschillende boeren en opzichters die in het artikel worden aangehaald, bedreigd. Kouassi moest zelf enige tijd onderduiken om zijn eigen veiligheid te waarborgen. Voor de Ivoriaan is dit geen excuus om het onderwerp te laten rusten: "Mensen moeten over de hele wereld weten wat er hier fout gaat. Die bedreigingen neem ik dan maar voor lief." Hij benadrukt dat het de taak van journalisten is om problemen aan de kaak te stellen.
Hoor…
In Nederland benaderde Groenink alle partijen die iets met de keurmerken te maken hebben om de bevindingen voor te leggen. "De een wilde graag meewerken, anderen wilden er niks van weten", aldus Groenink. De journalist verwachtte een gemoedelijke reactie op het artikel, maar deze instelling bleek naïef te zijn. ‘Ik werd overspoeld met boze reacties. Max Havelaar stelde zelfs dat als ik dit publiceerde ik geen goede journalist zou zijn.’
Peter d’Angremond, directeur van Max Havelaar, is niet blij met het artikel. Hij zegt dat het stuk een onduidelijke weergave van feiten is, waar hij zich absoluut niet in kan vinden. Zo stelt hij dat slechts één van de dertig boeren waar Kouassi mee sprak aan zijn organisatie is gelinkt. De directeur zegt dat hij met zijn telefoontje naar Groenink wilde aangeven dat in zijn ogen in dit artikel geen correcte journalistiek is toegepast.
Ook UTZ en Rainforest Alliance zijn verre van gelukkig met het verhaal dat ze kregen gepresenteerd. De organisaties werden bij het proces betrokken toen het onderzoek in de Ivoorkust was afgerond en de eerste versie al op papier stond. Monique van Wijnbergen, Manager Marketing and Communcation UTZ, had liever gezien dat ze er eerder bij waren betrokken: "Het kwam nu rauw op ons dak en we moesten meteen reageren. Soms wil je dingen eerst zelf onderzoeken om een goede reactie te geven." Volgens Van Genugten hadden de keurmerken vijf of zes werkdagen om te reageren en had Groenink voor die tijd al contact met de partijen gehad.
Alle keurmerken deden aan de hand van de eerste versie navraag bij hun achterban en koppelden hun opmerkingen terug naar de journalisten. Van Wijnbergen zegt voornamelijk te hebben gewezen op, in haar ogen, feitelijke onjuistheden in het artikel: "Er werden zogenaamde UTZ Certified officers aan het woord gelaten die wij niet kennen en die helemaal niet bij ons in dienst zijn. Ook staat in het artikel dat boeren aan een minimumoogst moeten voldoen. Dit is niet waar en staat ook zeker niet zo in onze code." De UTZ-vertegenwoordiger weet niet hoe het kan dat Kouassi met dit verhaal is teruggekomen uit Ivoorkust. Ze vindt wel dat het belangrijk is om soms ook negatieve verhalen te horen, omdat het goed is om via nieuwe wegen te horen wat er speelt. Hoewel ze ermee zit dat in het artikel de andere keurmerken onder vuur worden genomen, is Van Wijnbergen wel blij dat de negatieve punten in het artikel in OneWorld niet meer direct aan de organisatie worden gelinkt.
Marcel Clement, Senior Manager Europe Rainforest Alliance, is erg kort over zijn reactie op het verhaal: "Ik heb het gelezen, commentaar opgestuurd en het vervolgens direct opgeborgen. Het was de moeite niet om er nog een keer naar de kijken. Het was te onduidelijk om welke groepen boeren het precies ging. Daardoor is het moeilijk om constructief om te gaan met de kritiek die we in het artikel kregen." In de gepubliceerde versie is Rainforest Alliance het enige keurmerk dat direct bij naam genoemd wordt. Ook hier kan Clement zich niet al te druk om maken: "Ik heb mijn punten aangegeven, maar ik ga journalisten niet verbieden iets te schrijven."
De organisaties vielen niet alleen over een aantal vermeende feitelijke onjuistheden, maar ook de context waarin het artikel is geschreven zit ze dwars. Van Wijnbergen (UTZ) geeft aan dat ze graag wat meer balans in het verhaal had teruggezien. "We zeggen niet dat we met ons keurmerk alle problemen in Ivoorkust kunnen oplossen, maar ik had graag ook de positieve punten van ons werk belicht gezien." Ook Clement is niet blij met de invalshoek: "Het artikel is vanuit één gezichtspunt geschreven en er is geen goede research gedaan. Wij vertegenwoordigen tienduizend boeren. Zijn gesprekken met dertig boeren dan een goede representatieve steekproef?"
En wederhoor
Volgens Groenink is het logisch dat de keurmerken niet eerder zijn betrokken in het proces. "Als journalist vraag je nu eenmaal commentaar aan het einde. Het was helemaal niet de insteek om samen met de certificeerders te gaan kijken wat er speelt in Ivoorkust. Dan krijg je een heel ander en een bekend verhaal te horen. Namelijk dat alles goed gaat en dat er niets aan de hand is."
In de ogen van Groenink voldoet het artikel aan alle maatstaven van een goed journalistiek verhaal. Ze is dan ook ontzet als ze het commentaar van Clement hoort. "De geaccepteerde steekproef in de Nederlandse journalistiek is Jantje, Pietje en Klaasje die wat zeggen en dat wordt dan een nieuwsbericht. Niemand die zegt dat het niet klopt wat er is geschreven, omdat je net met drie verkeerde mensen hebt gesproken. Misschien is het probleem dat we de boeren niet via de officiële kanalen hebben benaderd. Maar als dat een voorwaarde is, dan zijn dat toch Noord- Koreaanse praktijken?"
Na de publicatie van het artikel is Kouassi naar Nederland gekomen en heeft hij met verschillende keurmerken gepraat. Volgens hem is het goed om de dialoog open te houden. Toch is ook Kouassi beduusd wanneer hij hoort dat de organisaties zijn research als feitelijk onjuist bestempelen: "Dit hebben ze nooit zo tegen mij gezegd. De boeren die ik heb gesproken, hebben allemaal direct of indirect te maken met de keurmerken. Dat zij dit als feitelijke onjuistheden bestempelen, geeft wel aan dat ze zelf niet goed weten wat er in Ivoorkust aan de hand is." De organisaties vinden het daarnaast kwalijk dat ze allemaal over één kam worden geschoren. Kouassi geeft daarop toe dat hij een betere scheiding had kunnen maken tussen de verschillende keurmerken.
De bedreigingen
Groenink schudt met haar hoofd wanneer ze praat over de bedreigingen. Ze vertelt dat Kouassi niet alleen verschillende bedreigende telefoontjes heeft gehad, maar dat hij daadwerkelijk werd gezocht: "Toen hij al ondergedoken was, hoorde hij van vrienden dat er in het café waar hij altijd koffie drinkt meerdere malen klerenkasten van kerels binnenliepen en naar hem vroegen." De bronnen in het artikel zijn op dezelfde manier bedreigd. Kouassi bevestigt dit verhaal: "Ik voelde door de bedreigingen een enorme druk. Gelukkig is die druk inmiddels afgenomen."
De bedreigingen hebben ertoe geleid dat verschillende bronnen niet meer met de Ivoriaanse journalist willen praten. Bij Groenink groeit het schuldgevoel wanneer ze over de situatie praat. "Ik neem het mezelf heel erg kwalijk dat ik in de conceptversies die zijn gecheckt door verschillende partijen, geen schuilnamen heb gebruikt", aldus de Nederlandse journalist.
De organisaties hoorden achteraf over de bedreigingen en geven stuk voor stuk aan dit ten zeerste te betreuren, maar niets te maken te hebben met de bedreigingen. Ook Van Wijnbergen van UTZ heeft er veel moeite mee dat de Nederlandse journalist deze beschuldiging heeft gemaakt: "Ik weet niet precies wanneer de bedreigingen hebben plaatsgevonden, maar dat zal zijn geweest voordat wij bij het artikel zijn betrokken. We hebben met de veldrepresentant gesproken. Maar zij sturen zulke gevoelige informatie niet door naar mensen die er kwaad mee willen doen."
Wanneer de bedreigingen precies hebben plaatsgevonden is niet duidelijk geworden uit de gesprekken met Kouassi en Groenink. Dat publicatie van het artikel voor zulke serieuze bedreigingen zorgde, had ook eindredacteur Lonneke Van Genugten niet verwacht: "Je weet dat het een gevoelig onderwerp is, maar we hadden niet verwacht dat de gemoederen zo hoog zouden oplopen. Dit geeft wel weer aan wat de belangen zijn in dit gebied. Het is voor ons een goede les voor de volgende keer."
Kouassi werkt aan een follow-up artikel waarin hij de certificering van cacaoboeren in heel West-Afrika onderzoekt. Hij doet er alles aan om niet nog een keer in dezelfde benarde situatie terecht te komen: "Ik betrek zo veel mogelijk mensen bij het artikel. Zo heb ik nu al twee journalisten die mij met dit verhaal helpen. Ook hebben we een plek waar we kunnen onderduiken, mocht het nodig zijn. Deze dingen had ik de vorige keer niet geregeld." Groenink beaamt dat het helpt om zo veel mogelijk mensen te betrekken. Wanneer de artikelen worden gepubliceerd in westerse media is de veiligheid van betrokken partijen meer gewaarborgd. Dit komt volgens Groenink doordat de Afrikaanse elite naar binnen toe meedogenloos is, maar naar buiten voorzichtiger.
De publicatie
Het uiteindelijk in OneWorld gepubliceerde artikel heeft niet veel meer weg van de eerste versie. UTZ wordt helemaal niet meer genoemd en ook Max Havelaar blijft redelijk buiten schot. Daarnaast zijn cijfers die zaken als verduistering aanduiden geschrapt en harde feiten afgezwakt. De problemen die Kouassi ontdekte rondom het toezicht houden op de criteria van de keurmerken worden bijvoorbeeld niet meer genoemd in het artikel. Dit terwijl twee bronnen in Ivoorkust die in eerdere conceptversies nadrukkelijk benoemen. De keurmerken in Nederland zijn tot op zekere hoogte blij met de aanpassingen, maar hadden graag nog meer punten veranderd zien worden. Zo vindt D’Angremond (Max Havelaar) nog steeds dat zijn keurmerk te veel onder dezelfde noemer wordt genoemd als andere keurmerken: "Fair trade is een generieke naam geworden voor verschillende initiatieven. Dit begrip wordt verward met onze organisatie en in het gepubliceerde artikel wordt nog steeds geen duidelijk onderscheid gemaakt tussen de verschillende keurmerken."
Achteraf heeft Groenink spijt dat het stuk in deze vorm naar buiten is gebracht: "Max Havelaar was het lastigst. Ze bleven maar bellen en verklaringen sturen. Dan zie je dat iedereen menselijke tekortkomingen heeft en dat degene die het meeste doorzeurt, zijn zin krijgt." De journalist neemt zich voor om in het vervolg niet zo snel meer toe te geven aan commentaar. Ze lacht: "Ik zeg de volgende keer dat ze met hun commentaar op het dak moeten gaan zitten, tenzij ze hun punten goed beargumenteren."
Dat ze toegegeven heeft aan de druk, heeft volgens Groenink vooral te maken met dat het vanuit Nederland enorm lastig is om de situatie in Ivoorkust in te schatten. Hierdoor kon ze niet altijd een goed weerwoord bieden aan de organisaties. Groenink geeft aan dat dit bij een volgende zelfde soort samenwerking met een andere journalist anders moet, maar dat ze nu op geen manier beter op de hoogte had kunnen zijn: "Deze situatie was inherent aan de structuur van ons crossborder-project. Het was gewoon een moeilijke situatie. Bevindingen daar en commentaar hier." Doordat Groenink niet alle informatie had, zijn er volgens de journalisten veel harde feiten uit het artikel gehaald. Van Genugten geeft aan dat toen het artikel bij OneWorld werd aangeleverd, het nog voor de helft ingekort moest worden. Geen makkelijke taak, volgens haar, zeker wanneer je zelf niet bij het onderzoek aanwezig bent geweest. Volgens de eindredacteur was dit volledig aan Groenink en Kouassi.
Onderzoek, observatie, een kritische blik, hoor en wederhoor. Journalistieke begrippen die allemaal van toepassing zijn op het OneWorld-artikel. Maar het gepubliceerde stuk onthult slechts een klein stukje van Kouassi’s onderzoeksresultaten in Ivoorkust. Zijn bevindingen zijn afgezwakt en de impact van het artikel op de lezer is geslonken. Wanneer de druk toeneemt, trekt de onafhankelijke journalist aan het kortste eind.
Om verwarring te voorkomen: in dit artikel staat fair trade zonder hoofdletters voor de gehele certificeringssector. Fair Trade, met hoofdletters, heeft alleen betrekking op het keurmerk Fair Trade Max Havelaar.
Dit artikel werd eerder gepubliceerd in het geprinte blad Join, van Lokaalmondiaal.