15 juli, 2014 | Auteur: Neeltje de Quaij | Beeld: Neeltje de Quaij | Trefwoord: zuid-afrika

Ongelijkheid als prijs

De grootste kostenpost van de Zuid-Afrikaanse overheid is het onderwijs. Jaarlijks besteed zij hier achttien procent van het budget aan. Kwaliteit en gelijkheid in het onderwijs staan hoog in het vaandel. Ondanks de grote inzet zijn deze streefdoelen nog lang niet bereikt.

De afschaffing van de apartheid en de nieuwe grondwet moesten in Zuid-Afrika een einde maken aan de ongelijkheid, ook in het onderwijs. Sinds 1996 is het recht op onderwijs een fundamenteel onderdeel van de grondwet. Met ondermeer het tekenen van verschillende conventies, toont de Zuid-Afrikaanse overheid haar inzet. Onder andere de Verenigde Naties steunen Zuid-Afrika hierin. Ondanks het streven, is fatsoenlijk onderwijs voor iedere leerling in Zuid-Afrika nog niet bereikt.

Eén van de oorzaken van de ongelijkheid is de tweedeling in openbare en particuliere scholen. Particuliere scholen worden in Zuid-Afrika ook wel privéscholen genoemd en draaien geheel op basis van schoolgeld dat ouders betalen. De openbare scholen worden geheel of gedeeltelijk gefinancierd door de overheid. Soms wordt er bij openbare scholen extra lesgeld aan ouders gevraagd, waardoor er meer budget is om betere, al dan niet meer, docenten aan te nemen of betere voorzieningen en lesmateriaal te financieren.

Openbare scholen worden beoordeeld op een drietal ‘armoede indicatoren’ om te bepalen hoeveel subsidie zij van het ministerie ontvangen: gemiddeld inkomen, werkloosheid en het opleidingsniveau van de omgeving waarin de school gelegen is. Vervolgens wordt de school in een nationaal bepaalde schaal geplaatst, welke is opgedeeld in vijf ‘kwintielen’, oplopend van rijke naar arm. De schaal bepaalt de hoeveelheid subsidie die de overheid verstrekt per leerling.

Gevecht

Het geld dat de overheid beschikbaar stelt voor de openbare scholen is in vrijwel geen van de gevallen genoeg om fatsoenlijk onderwijs te kunnen geven. Met de scheiding tussen particulier en openbaar onderwijs, wordt kwalitatief goed onderwijs vaak alleen mogelijk voor diegene die zich particulier onderwijs kunnen veroorloven. Rijke scholen vragen hoge toegangsgelden, waardoor zij hoogstaand onderwijs kunnen aanbieden. Daar bovenop leent hun budget zich ook nog eens voor extra curriculaire mogelijkheden. Arme scholen met weinig geld moeten vechten om die kwaliteit te kunnen evenaren.

Aangezien de overheid de mogelijkheid tot particulier onderwijs niet wil uitsluiten voor degenen met minder vermogen, is het in theorie mogelijk voor elke ouder om hun kind aan te melden voor een privéschool. In de praktijk blijkt dat kinderen hier vrijwel nooit worden toegelaten, aangezien er door de ouders aan een bepaalde inkomensnorm moet worden voldaan vanuit de school.

Toch zijn in de arme provincies ook particuliere scholen te vinden. In Grahamstown is de tweedeling ook aanwezig. Grahamstown ligt in de Oostkaap, de grootste onderwijsprovincie van Zuid-Afrika. Er zijn vijftien middelbare scholen te vinden. Elf van deze vijftien zijn publieke scholen tegenover vier particuliere middelbare scholen. Oostkaap is naast de grootste, ook de armste onderwijsprovincie. Voor de regering reden genoeg om deze provincie, samen met de andere arme onderwijsprovincies, van meer subsidie te voorzien. 

In Nederland zijn nauwelijks privéscholen. Zuid-Afrika is er nog heel wat rijk: veertig procent van de scholen is particulier. In het land wordt de particuliere school nog steeds als de enige plek gezien waar je als ouder je kind kwalitatief goed onderwijs kunt laten volgen. Ouders sparen eindeloos om hun kind daar onder te brengen. De status en het imago die gepaard gaan met privaat onderwijs, winnen het van de openbare scholen zoals Ntsika.

Terwijl er op één van de particuliere scholen in Grahamstown, Kingswood College, verschillende soorten cornflakes te kiezen zijn voor het ontbijt, is de directrice van Ntsika op zoek naar een oplossing voor hun papiertekort. Deze verschillen benadrukken de nog altijd heersende ongelijkheid. Geld maakt voorlopig het verschil uit als het om fatsoenlijk onderwijs gaat.

Toekomst

De verschillende toekomstperspectieven leren kinderen al vroeg genoeg op een particuliere school. De zestienjarige Jenny Ban gaat naar Kingswood College. Volgens haar krijg je op een privéschool meer kansen als leerling. Zowel op het gebied van onderwijs en sport als op gebied van andere activiteiten kun je je beter ontwikkelen dan op een openbare school, volgens haar. Zij wil later bijvoorbeeld graag ingenieur worden in Europa.

Leerlingen op openbare scholen komen veelal uit buitenwijken, terwijl leerlingen van privéscholen uit heel Zuid-Afrika, soms zelfs Afrika, komen om de beste scholen te zoeken. Zo ook Jonathan Amadi. Zijn familie woont in Zambia, waar hij eerst thuisscholing kreeg. Sinds zijn veertiende woont hij in Grahamstown op de campus van Kingswood College. “Ik mis mijn familie wel, maar ik woon hier met vrienden, dus ik ben genoeg afgeleid.”

Leerlingen van openbare scholen, zoals Ntsika in de township van Grahamstown, hebben een ander toekomstbeeld. Drie meiden van zeventien staan giechelend in de pauze tegen elkaar te vertellen over hun avonturen. Ze noemen zichzelf ‘de drie ninja’s’. Alle drie komen ze van een paar straten verderop, waar de harde wereld van de township werkelijkheid wordt. “Hier op school zijn we de drie ninja’s en maken we grappen met elkaar.”

Over hun toekomst denken deze leerlingen niet zo na. Het feit dat ze naar school gaan is al heel wat. Sinds een jaar is bijvoorbeeld spijbelen niet meer mogelijk op Ntsika. De nieuwe directrice Madeleine Schoeman voerde een regeling in dat kinderen in de pauze de school niet mogen verlaten. Voorheen was het heel gebruikelijk dat leerlingen na de pauze niet meer terugkeerden naar hun lessen. 

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.