8 mei, 2013 | Auteur: Fleur Launspach | Beeld: Lotje Kaak | Trefwoord: kenia

(Over)leven aan de Tana rivier

De Watta-stam in West Kenia heeft het moeilijk. Eerst werd hun het bos ontnomen, nu ook het water op de akker. Het opbouwen van een nieuw bestaan wordt met de dag moeilijker. 

Met een doffe klap hakt de schoffel een ondiep gat in de grond. Dof bruin zand stuift omhoog en waait in het gezicht van de half gebukte vrouw in haar fel oranjegroene gewaad. Ze probeert de turfachtige grond los te maken rondom haar plantjes, zodat het kleine beetje water dat ze heeft, bij de wortel kan komen. Het is geen gemakkelijke klus, de grond is stug en heeft kloven van de droogte. Op het kleine lapje grond in het dorp Bilisa staan wel zes vrouwen hetzelfde werk te doen. Kinderen rennen er spelend doorheen, hun vaders staan met elkaar te praten in het Sukuma, het dialect van de Watta-stam. Het is een vreemd gezicht, de smalle akker waarop zo hard gewerkt wordt, gaat een paar meter verder over in een droge lege vlakte.

De rivier naast het dorp is hooguit vier meter breed en de enige waterbron van Bilisa. Het is één van de vele vertakkingen van de Tana rivier, de waterbron die de hele deltaregio in West-Kenia, vlakbij de grens van Somalië, moet voorzien van vruchtbare akkers. De sfeer in het kleine dorp Bilisa is anders dan in andere dorpen in dit gebied. Het enthousiasme bij aankomst voelt geremd, vrouwen kijken achterdochtig en praten nauwelijks met vreemden. Gezien de omstandigheden waarin zij leven is dat niet zo verwonderlijk.

Robha Mohamed is de enige jongen die Engels spreekt en die kan vertellen wat hier gaande is. Terwijl hij praat ontdooit hij en met hem de rest van het dorp. Omdat hij en zijn stam geen officiële landrechten hebben, staat het dorp onder druk. Er zijn landelijke verkiezingen op komst en over het gebied waarin zij wonen, wordt al jaren onderhandeld met mogelijke investeerders. Als de politiek bepaalt dat de grond wordt verkocht, hebben ze geen rechten en moeten ze vertrekken.

Bilisa heeft ongeveer 800 inwoners, waardoor het veel kleiner is dan de dorpen van de buurstammen. “Wij zijn van oorsprong geen boeren of veehouders, maar ‘jagers en verzamelaars’”, vertelt Robha. Dat waren ze, totdat ze het bos niet meer in mochten van de regionale overheid. Er staat nu een boete op of zelfs gevangenisstraf, vertelt Robha. Het bos waar ze al honderd jaar hun vruchten en zaden verzamelden, werd plots verboden terrein, omdat er in deze regio steeds meer stukken grond werden verkocht en plantages aangelegd. Het bos is nu van een andere eigenaar. In de ivoorhandel maakte de Watta-stam vroeger nog wel winst, maar dit is al tientallen jaren illegaal in Kenia. “Nu overleven we op het kappen en verkopen van bomen, kleinschalig boeren en honing maken.” Robha’s overgrootvaders waren te druk met overleven om de papieren aan te vragen bij de overheid, zegt hij. “Nu heb je als stam alleen recht op dit land met papieren of als je een dure vertegenwoordiger bij de overheid kan betalen.”

In de Tana Delta is tachtig procent eigendom van de Keniaanse overheid. Hier wonen drie grote stammen, de Pokomo, Orma en Wardei, en tal van kleine stammen van Somalische of Ethiopische afkomst. Een totale bevolking van 104.363 mensen. Officiële landrechten heeft bijna niemand, afhankelijk van de stamgrootte en banden met de politiek. Het gebied wordt beschouwd als ‘economisch onderontwikkeld’, vertelt een vertegenwoordiger van de lokale overheid in zijn schemerige betonnen kantoortje. Terwijl het dankzij de rivier juist winstgevende landbouwgrond zou kunnen zijn. Daarom is de overheid al jaren bezig om investeerders aan te trekken die irrigatiekanalen kunnen aanleggen en de landbouweconomie in dit gebied tot bloei kunnen brengen.

Dezelfde overheid schat het belang van de opkomende biobrandstoffenmarkt in Kenia hoog in, waardoor er internationale deals worden gesloten met bedrijven zoals MAT International en Bedford Biofuels. Ook wordt de huidige productie van suikerriet en rijst in het delta gebied verder uitgebreid door het overheidsbedrijf TARDA. De rijst, suiker en biobrandstofplantages zorgen voor verbeterde wegen, meer banen en economische groei. “En dat is precies wat het gebied nodig heeft”, volgens de lokale vertegenwoordiger.

Robha ziet echter andere gevolgen. Hij ziet hoe het water in de rivier naast de akker steeds verder daalt. De irrigatie van de grootschalige landbouwprojecten, een aantal kilometers verderop, vergen veel water dat uit dezelfde bron moet komen. “Water waar wij van moeten leven”, zegt Robha. De akker kan alleen pal naast de rivier liggen, want dan is het mogelijk om met emmers en pompen het water in de grond te laten vloeien. Rechts van de akker wordt het land steeds droger en rondom de lemen hutjes in de verte is alleen zand en een enkele struik te zien. Robha vertelt hoe het dorp steeds moet zoeken naar een nieuwe bron van inkomsten. Van ivoorhandel naar leren werken met een droge akker, terwijl ze juist goed waren in het verzamelen van zaden, vruchten en kruiden toen het bos nog wel toegankelijk was. Kappen van bomen en houden van bijen levert zeer bescheiden en onzekere inkomsten op. De kleine akker bij de rivier is de belangrijkste voedselbron. Om de zaaigrond te kunnen uitbreiden is een beter irrigatiesysteem nodig.

Tussen de hutjes in het dorp staat één betonnen gebouw, de moskee. Een rechthoekige, donkere ruimte, die bezaaid is met geitenkeutels. Tegen de achterwand staat een groot apparaat, met metalen gebogen stangen en een benzinemotor in het midden. De spinnenwebben maken het ooit glanzende materiaal dof. Robha kijkt er trots naar. “Dit is een irrigatiemachine”, zegt hij. “Gekregen van een subsidieproject van de regionale overheid om de kleine stammen te helpen. Maar we hebben de machine nooit aan kunnen zetten.” Het project is nooit afgemaakt en de buizen die het water over de akker moeten pompen zijn nooit geleverd. Robha denkt dat een ambtenaar dat geld zelf in zijn zak heeft gestoken. “Nu staat de machine al een paar jaar in de moskee.” Zelf de buizen aanschaffen is veel te duur voor de Watta-stam. Er lijkt niks anders op te zitten dan te wachten tot er een oplossing komt. Robha haalt zijn schouders op.

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.