9 juli, 2014 | Auteur: Kirsten Ronda | Beeld: Kirsten Ronda | Trefwoord: indonesie

'Ik woon liever op het open land dan in een hoge flat.'

Ieder jaar overstroomt de Brantasrivier in de sloppenwijken van Malang, Indonesië. Het stadsbestuur wil dat de bewoners verhuizen naar de voor hen gebouwde huizenblokken, maar die poging wordt niet door iedereen gewaardeerd. “Je komt alleen binnen als je een netwerk hebt”, zegt leider Khoirul Rifadi. “We bouwen liever een dijk, maar het stadsbestuur helpt ons niet.”

De oever van de rivier ligt bezaaid met slippers, tasjes en ander afval. Twee naakte jongetjes spelen in het bruine water en aan weerszijden, op enkele meters hoogte, staan stenen huisjes dicht opeengepakt. Was hangt uit het raam en op de reling van een brug te drogen. De rivier staat nu laag, maar dat is niet altijd zo. “Toen ik zes jaar was, werd ik wakker in een drijvend bed”, zegt Alia, die in Jodipan woont, een sloppenwijk in de stad Malang op Oost-Java. “Het water was zo snel gestegen, dat niemand het had verwacht. Mijn moeder trok me uit bed en redde mijn leven. Ons huis was niet verwoest, maar zat wel vol zand. We dwongen onszelf om er te blijven wonen, we hadden geen andere keuze.” Alia woont nu in een ander huisje met haar man en drie dochters, maar nog steeds vlakbij de rivier.

Naast de jaarlijkse, kleinere overstromingen waren er in de afgelopen tien jaar drie grote die huizen en bruggen beschadigden. Landverschuivingen komen ook voor: in 2011 werden twee huizen meegesleurd. Het stadsbestuur van Malang is daarom in 2001 en in 2012 een project gestart om de bewoners te laten verhuizen naar flats op een veilige plek, een woningbouwproject dat Rusunawa heet. Nu alle flats bewoond zijn, is begonnen met de bouw van twee nieuwe huizenblokken van vijf verdiepingen: Rusunawa II. De flats komen acht kilometer bij Jodipan vandaan te liggen, aan de rand van de stad.

“Ik wil heel graag naar een Rusunawagebouw verhuizen, omdat ik het eng vind om hier te wonen”, zegt Sutrisno, de man van Alia. “Maar het is moeilijk om binnen te komen, want er zijn heel veel mensen die zich opgeven. Ik ga het waarschijnlijk wel weer proberen.” Net als Alia verblijft hij al zijn hele leven in de sloppenwijk, in het huis van zijn vader. Dat is in 1963 compleet verwoest. “We moesten rennen voor ons leven. Mijn vader was twee maanden bezig met het herbouwen van het huis. Het ligt hoger, maar nog steeds komt er water binnen. Als ik geld had, zou ik naar een hogere plek verhuizen.”

Niet iedereen is positief over het Rusunawaproject. Khoirul Rifadi is de leider van een gebied in Jodipan dat 57 huizen beslaat. “Het is duurder om daar te wonen”, vertelt hij. “En je komt alleen binnen als je de juiste mensen kent, als je een netwerk hebt. Niet als je op de gevaarlijkste plek woont. Daarom willen we graag een dijk bouwen om ons te beschermen tegen de rivier, maar daarvoor hebben we geld nodig. Ik heb het stadsbestuur benaderd, maar krijg geen reactie.” Mailan, wiens huis drie maanden geleden overstroomde, voegt eraan toe: “Het kan de overheid niets schelen wat er met de achterblijvers gebeurt. Ze heeft het gevoel dat ze genoeg heeft gedaan door het Rusunawaproject te starten.”

De mensen in Jodipan verdienen minder dan het regionale minimum van 1,34 miljoen rupiah (84 euro, red.) per maand. Ze hebben nauwelijks geld voor reparaties of maatregelen om zich te beschermen, aldus een onderzoek van de Brawijaya University uit 2013. De sloppenwijken van Malang liggen midden in de stad. In 2010 woonden er 110.000 mensen. Voor het Rusunawaproject in 2012 meldden zich 293 huishoudens aan, terwijl er slechts plek was voor 196 gezinnen. De huizen die deze gezinnen achterlieten, werden vervolgens ingenomen door nieuwe bewoners. Opzet mislukt.

Volgens het onderzoek willen de meeste mensen helemaal niet verhuizen, omdat de woningen in de sloppenwijk groter zijn, dichter bij de stadsvoorzieningen liggen, de bewoners hier veel sociale contacten hebben en liever laag bij de grond wonen. Mailan, die naast de rivier woont, beaamt dat. “Ik woon liever op het open land dan in een hoge flat. Ik ben toch al aan deze omstandigheden en aan het gevaar gewend.”

De meerderheid van de bewoners is zich niet eens bewust van het gevaar. Volgens het onderzoek is dat te wijten aan de overheid, die onvoldoende informatie verstrekt aan de sloppenwijkbewoners. “Het water komt nooit verder dan de deur van de badkamer”, zegt Jusuf. “Ik ben niet bang dat het ooit hoger komt.” Mustakim van achttien jaar voelt zich veilig en is gewend aan de rivier. En Nohardiansan van elf jaar zegt: “Ik vind het leuk om hier te wonen, want we zwemmen graag in het water.” De kinderen achter hem vallen hem joelend bij.

Enkele kilometers verderop, in de wijk Kota Lama, staan de beide huizenblokken van het Rusunawaproject uit 2001. Drie verdiepingen hoog. De bewoners maken graag een praatje op de balustrade. “Ik kom niet uit een sloppenwijk”, zegt Ibit Nurul. “Ik woon hier omdat het goedkoper is dan ergens anders.” Dit geldt eveneens voor Suken, die eraan toevoegt: “Het is hier veilig en de buren zijn vriendelijk.” Sulastri komt wel uit een sloppenwijk. “Maar het was niet gevaarlijk voor ons, want we woonden niet in de buurt van de rivier.”

De organisatoren van het Rusunawaproject wilden geen commentaar geven. Deze maand moet Rusunawa II af zijn.

 

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.