22 april, 2011 | Auteur: Kars van Eijsden | Beeld: Ricky Booms | Trefwoord: nederland
Privacy heeft er twee nieuwe opponenten bij
Het was ooit heel normaal dat privacy werd ingeperkt als daardoor de veiligheid toenam. Zoals CDA-lid Maxime Verhagen in 2005 stelde: “Liever tien onschuldigen in de gevangenis dan één schuldige op straat.” Vandaag de dag staat privacy niet alleen tegenover veiligheid, maar ook tegenover gemak en commercie. Welk pad heeft ‘privacy’ doorgemaakt en welke patronen kunnen er worden ontdekt?
Het internetbedrijf Google heeft de privacywetgeving geschonden. Dit maakte het Nederlands College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) op 19 april 2011 bekend. “Google heeft van 4 maart 2008 tot 6 mei 2010 met de rondrijdende Street View auto’s gegevens verzameld over ruim 3,6 miljoen verschillende wifi-routers, zowel over beveiligde als onbeveiligde routers”, verklaarde het CBP.
Google heeft door muren heengekeken. Dat kan, dankzij technologische ontwikkelingen, maar het mag niet. Uit het onderzoek van de CBP blijkt dat de informatie die Google verzameld heeft persoonsgegevens bevat, zoals emailadressen, medische gegevens en informatie over financiële transacties. Informatie die ook door anderen wordt opgeslagen, maar die bedrijven doen dat binnen de wet. Daar wordt kritisch naar gekeken. Eerder deze maand stopte de Eerste Kamer de opmars van het elektronisch patiënten dossier, omwille van privacy, omdat het opslaan van die gegevens misbruik in de hand kan werken. Wie kwaad wil, kan makkelijker kwaad doen als gegevens elektronisch gekoppeld zijn.
In het geval van Google zijn de gegevens niet expres opgeslagen. Het internetbedrijf stelt dat het om een vergissing gaat. “Volgens Google is de software per ongeluk ingesteld op het opvangen van de inhoudelijke communicatie uit onbeveiligde wifi-netwerken”, aldus Google in een blogreactie op het CBP op 14 mei 2010. Toch werkt deze digitalisering van de samenleving tegen privacy is het devies. Als het, aan de andere kant, gaat om de waarborging van veiligheid openen ineens allerlei digitale deuren. Toenmalig CDA-fractievoorzitter Maxime Verhagen sprak in 2005 de oneliner: “Liever tien onschuldigen in de gevangenis dan één schuldige op straat.” Aan de hand van een koppeling tussen verschillende digitale systemen moesten die schuldigen worden gevonden. Zo verzamelen onder andere Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie (CIOT), Society for Worldwide Interbank Financial Telecommunication (SWIFT) en Passenger Name Registration (PNR) persoonlijke gegevens in opdracht van de wetgever. Dus dat is in orde. Of niet? Werkt deze digitalisering van de samenleving ook tegen privacy? Of is privacy hier niet aan de orde, omdat de veiligheid wordt gegarandeerd? Hoe is er door de eeuwen heen omgegaan met deze tegenstelling?
In een open omgeving is het lastig om een gesprek te voeren wat voor niet meer dan twee oren bestemd is. De mens is een van de weinige dieren die zich zo hebben geëvolueerd om hier op een geschikte manier mee om te gaan. Met fluisteren. Van nature is dat een manier om privacy te doen toenemen. Toch heeft de mens van nature ook de neiging om privacy op te offeren om elkaar beter in de gaten te kunnen houden. Opdat de veiligheid beter wordt. Een ontwikkeling die terug te leiden is tot 120.000 jaar voor Christus, en die wordt beschreven in het boek Eavesdropping van John L. Locke.
Sinds 120.000 voor Christus verspreidt de mens zich over de aarde. Zij leefden in samenlevingen van jagers en verzamelaars. Deze groepen waren relatief klein, vaak niet groter dan vijftig personen. Ze verbleven niet op één plek maar trokken steeds verder. Antropologen kunnen aan de hand van primitieve gemeenschappen, die nog te vinden zijn in Zuid-Amerika, zien hoe mensen 10.000 jaar terug leefden. Dus ook hoe ze omgingen met privacy. Daar zijn de huizen gebouwd van eenvoudige materialen. Er kan gedacht worden dat dit is omdat er niets beters voorhanden is. Maar dat is niet het geval. Het idee achter de primitieve behuizing is dat de gemeenschap transparant is. Zo kan iedereen in de gaten worden gehouden. Iemand trok direct de aandacht wanneer die zich tijdelijk van de groep verwijderde. Dit was not-done. In dit soort kleine samenlevingen konden mensen een bepaald niveau van veiligheid bereiken. Maar dit hield wel in dat iedereen bereid moest zijn om de veiligheid te waarborgen. Zij konden veiligheid handhaven omdat het een egalitaire samenleving was. Niemand probeerde een ander de loef af te steken, omdat ze goed in de gaten werden gehouden door de gemeenschap. Er is dus sinds mensenheugenis een strijd tussen privacy en veiligheid.
In strijd met privacy
Toen die eerste samenlevingen begonnen met voedselvoorraden aan te leggen voor in slechtere tijden, brak er een nieuw tijdperk aan. Gemeenschappen gingen zich meer en meer vestigen op een plek. Er ontstonden meer agrarische samenlevingen, deze gemeenschappen werden veel meer hiërarchisch gestructureerd. Er was meer ruimte voor competitie en er ontstond commercie. Het verlies van de ander werd het succes van de een. Hierdoor kwam er meer nadruk op privacy te liggen. Want privacy was van belang in de concurrentiestrijd.
De muren in dit soort gemeenschappen waren anders dan bij de jager-verzamelaars. Ze waren steviger en hadden de bedoeling om scheidingen te maken tussen privé en publiek. Scheidingen die de transparante samenleving opheffen. Mensen voelden zich minder verantwoordelijk voor de veiligheid in de samenleving. Dit kwam mede door het feit dat het moeilijker was om precies te controleren wat iedereen aan het doen was. Mensen konden dit niet meer zelf en de overheid moest hier de hand in nemen.
Na de periode van jager-verzamelaars die door Locke wordt beschreven moest er dus regelgeving worden ingesteld. Zo was het in de zeventiende eeuw in veel Europese steden verboden om alleen te wonen. Mensen hadden de burgerplicht om elkaar in de gaten te houden. Die plicht werd van bovenaf opgelegd, door de overheid. En sindsdien heeft de overheid er alles aangedaan om het individu in de gaten te houden. De postorderservice controleerde al brieven en telegrammen werden afgetapt. Het was niet veel anders met de telefoon en e-mail, in al hun verschijningsvormen.
In de grote gemeenschappen van het moment wordt naar manieren gezocht op elkaar in de gaten te houden. Dit wordt steeds makkelijker door technologische ontwikkelingen. Dat heeft zijn uitwerking op drie aspecten waar technologie de drijvende kracht is. De eerste is natuurlijk veiligheid. Zoals eerder al werd aangegeven worden er steeds nieuwe manieren gezocht en gevonden om alles en iedereen in de gaten te houden om zo de veiligheid te vergroten. Het feit dat wordt gesproken over een DNA-databank, zodat er sneller kan worden gezien wie er mogelijk iets te maken kan hebben met een delict, is misschien een idee waar sommige mensen van gruwelen. Maar ten tweede is het voor mensen een uitkomst dat technologie het leven gemakkelijk maakt. Te denken valt aan de OV-chipkaart. Makkelijk reizen met meer dan alleen euro's als prijs. Namelijk het feit dat reisgewoontes achterhaald kunnen worden. Andere voorbeelden zijn het betalen met de pinpas en informatie opzoeken op internet. Allemaal gemakkelijk gemaakt door nieuwe technologieën. Maar het laat voetsporen achter.
Het derde aspect dat privacy beïnvloed is de commercie. Eerst was privacy een belangrijke bouwsteen van de commercie, maar nu is het een product binnen de commercie. Er kan geld worden verdient aan al de persoonsgegevens die mensen, bij het aanmaken van een profiel op internet, invullen. Internet biedt de uitkomst om vrienden en familie up-to-date te houden. Maar hiervoor moet een prijs worden betaald. Persoonsgegevens worden verhandeld, zodat andere bedrijven beter kunnen inspelen op behoeften. Het blijkt dat door nieuwe technologische ontwikkelingen het individu net zo goed in de gaten kan worden gehouden als 1.000 jaar geleden. Echter, nu is het zo dat privacy niet alleen wordt ingeperkt voor het vergroten van de veiligheid, maar ook voor het vergroten van gemak en het wordt gebruikt als handelswaar.
Veiligheid weer helemaal terug
Wat er in de toekomst overblijft van privacy kan natuurlijk niemand precies voorspellen. Toch wordt het geprobeerd. De Universiteit van Tilburg heeft in 2005, na interviews met verschillende experts op het gebied van veiligheid en privacy, twee mogelijke toekomstscenario's gemaakt. In een van de interviews zegt hoogleraar straf- en procesrecht Ybo Buruma dat oudere mensen steeds meer zich zullen terugtrekken in woongemeenschappen en zich zullen afsluiten van andere groeperingen. Ze gaan terug naar iets wat lijkt wat er 1.000 jaar geleden eens is geweest. Een kleine groep mensen die je kent en waar waarschijnlijk een bepaalde veiligheid wordt gegeven aan de hand van sociale controle. Ook heeft Buruma, die sinds dit jaar zitting neemt in de Hoge Raad, het over het feit dat burgers zelf steeds meer zelf op veiligheid zullen toezien. Dan heeft hij het over het voorkomen en opsporen van economische delicten. Hij beschrijft een onderscheid tussen gewone burgers en professionele opsporingsburgers. Burgers die dus net als in de 17e eeuw elkaar in de gaten gaan houden.
Fysiek zal er in kleine woongemeenschappen misschien iets van privacy worden terug gewonnen, maar uiteindelijk moet de vraag worden gesteld waar meer behoefte aan is: Gemakzucht en commercie. Of toch privacy? Mee doen met de samenleving ten koste van privacy? Of afsluiten van de samenleving om privacy te verkrijgen? Bij de keus voor het laatste kan het internet niet meer gebruikt worden om informatie op te zoeken of producten te kopen. Vrienden kunnen dan niet meer op de hoogte worden gehouden via community sites. Pin betalingen gaan niet meer. Reizen met het openbaar vervoer houdt op. En net als 1.000 jaar terug zal er met argwaan worden gekeken naar de mensen in die gemeenschappen. Zo heeft privacy, naast veiligheid, twee moderne tegenstanders erbij, namelijk menselijke gemakzucht en de commercie. Door het feit dat de Eerste Kamer tegen het Elektronisch Patiënten Dossier heeft gestemd lijkt gemak een slag verloren te hebben. Dat in combinatie met het CBP ingrijpen bij Google maakt deze maand 2-0 voor de privacy.