25 december, 2013 | Beeld: Marleen Hoftijzer | Trefwoord: indonesie
De fragiele relatie tussen de kerk en de moskee in Yogyakarta
Ruziënde moslims en christenen horen vandaag de dag niet meer bij de stad Yogyakarta in Indonesië, dat zijn beelden van vroeger. Respect hebben voor elkaar, is het nieuwe motto. Deze stad staat namelijk bekend om haar tolerantie.
Met een zwarte schoudertas, een bril op en een brede lach komt de jonge gedreven Antonius Saptono aanlopen. Hij is in de leer bij de pastoor van de Gereja kerk in Yogyakarta, Indonesië. Deze kerk is in korte tijd een bekende kerk geworden en Antonius speelt daarbij een belangrijke rol. Hij doet er namelijk alles aan om jongeren van allerlei religies bij elkaar te brengen. Hij wil hen niet bekeren tot het christendom, hij wil simpelweg dat de verschillende religies elkaar respecteren en begrijpen. Vooral de mensen van de moskee die vijftig meter verderop staat. Het enige wat tussen hen in staat is een parkeerplaats.
Tot drie jaar geleden hadden de instituten een slechte band met elkaar. Die band probeert Antonius nu wanhopig te herstellen. Toch is hij nog een beetje angstig in het ‘spontaan’ binnenstappen bij de moskee. “Het zijn mijn vrienden niet en ik voel mij een beetje ongemakkelijk als ik daar binnen ben”, verklaart hij. De kerk kreeg in 2011 een banner met de tekst ‘Don’t make Jesus as a God’ erop. “Wij weten niet wie dat was, maar de mensen uit de moskee verklaarden dat zij dat niet waren en ik geloof hen.”
De relatie tussen de kerk en de moskee is niet altijd moeizaam geweest. Er verschijnt een glimlach op het gezicht van Antonius als hij hieraan terug denkt. “Twee jaar lang waren wij vrienden. Van 2008 tot 2010 werkten we samen. We deden sportactiviteiten met elkaar en maakten ieder jaar in augustus gezamenlijk de parkeerplaats schoon.” Totdat zowel de moskee als de kerk een nieuwe leider kregen en de jeugd die destijds actief was, plaatsmaakte voor de volgende generatie. Nu voelt het voor Antonius of hij weer terug bij af is. “Ik probeer iedereen weer bij elkaar te brengen, maar de jongeren die destijds actief waren, wonen nu ergens anders. Die generatie is weg en de communicatie met de nieuwe generatie verloopt moeizaam. Het voelt voor mij alsof ik weer opnieuw moet beginnen.”
Ook al is de communicatie tussen de kerk en moskee niet meer wat het geweest is, Antonius voelt zich niet bedreigd door de mensen uit de moskee of door de moslimextremisten. “Wij hebben geen beveiliging. Wij hebben zelfs het tegenovergestelde, namelijk een open kerk waar iedereen welkom is.” De kerk heeft geen poorten, geen hek en geen mensen die je schichtig aankijken op moment van binnentreden. De Gereja kerk heeft een open buitenplaats, waar iedereen welkom is. “Wij willen alle mensen hier ontvangen en dat willen wij ook uitstralen. Zelfs mensen die geen religie hebben, zijn welkom hier”, aldus Antonius.
Terwijl hij dit vertelt komt er een aantal studenten aan die met een laptop in de hand plaatsnemen op de banken. “Kijk, roept Antonius, wijzend naar de meiden. Zij komen hier om te studeren, te discussiëren of te rusten. Wij zijn niet alleen een kerk, maar ook een plaats voor studenten, armen, zieken, moeders, kinderen en noem maar op.” Hij benadrukt nogmaals dat alle religies welkom zijn.
‘Merry Christmas’
De huidige pastoor, vader van de kerk, maakt het proces om terug te gaan naar hoe het was in 2008 er niet beter op, durft Antonius toe te geven. “Ik heb de vader gevraagd of we weer kunnen samenwerken met de moskee, maar hij bleef stil. Ik denk dat hij nog aan het idee moet wennen dat religies niet hetzelfde hoeven te zijn, willen ze elkaar kunnen respecteren.” Toch is er een lichtpuntje in de situatie. “Afgelopen kerst kwamen er een stuk of vijftien jongeren uit het niets naar onze dienst.
Moslims, boeddhisten en christenen zeiden tegen iedereen ‘Merry Christmas’. Zij wilden hiermee uitstralen dat er onderling geen bedreigingen meer zijn in de stad. Wij hebben hen niet uitgenodigd, maar zij kwamen uit zichzelf. Daarmee laten zij zien dat Yogyakarta een goede stad is voor Interfaith.” Deze actie had ook de oren van de sultan bereikt en hij besloot al snel dat dát een goed voorbeeld was voor zijn stad, waar tolerantie de overhand heeft. “Het effect van dat moment maakte Yogyakarta rustig. Sindsdien zijn er geen conflicten en gevechten meer geweest. Daarvoor waren er tussen verschillende religies nog bedreigingen naar elkaar toe”, aldus Antonius.
De situatie in Yogyakarta is een grote inspiratie voor Antonius. “Ik doe dit, omdat deze stad een goede attitude heeft. Yogyakarta staat bekend als de meest tolerante stad van Indonesië. De mensen zijn open naar elkaar en wij dragen hier aan bij door een open kerk te zijn. We hopen dat mensen met verschillende achtergronden hierheen komen, net als afgelopen kerst.” Ondertussen werkt Antonius verder aan het herstel van de band tussen de mensen uit de kerk en die in de moskee.