1 september, 2026 | Auteur: Monica Lam | Beeld: de redactie | Trefwoord: nederland
Ruim veertig gezinnen met kinderen uitgezet vorig jaar
Nederland heeft in 2025 in totaal 43 keer gezinnen met kinderen het land uitgezet. In de meeste gevallen gebeurde dat gedwongen. Ook bij enkele uitzettingen van gezinnen werden dwangmiddelen ingezet.
In totaal vonden vorig jaar 814 begeleide uitzettingen plaats, wat neerkomt op gemiddeld twee uitzettingen per dag. Hierbij was de Nederlandse overheid betrokken bij het vertrek – zowel gedwongen als vrijwillig onder begeleiding – van personen die geen recht meer hadden op verblijf in Nederland. Daarbij ging het 43 keer om gezinnen met kinderen. Dat blijkt uit de ‘Jaarbrief terugkeer vreemdelingen’ van de Inspectie Justitie en Veiligheid (JenV), die toezicht houdt op het gedwongen vertrek van personen die het land moeten verlaten.
De autoriteiten houden alleen het aantal uitzettingen bij en niet het aantal personen dat daarbij betrokken is. Een geregistreerde uitzetting kan dus gaan om één persoon, maar ook een volledig gezin. Vertrek kan vrijwillig plaatsvinden onder begeleiding van de Dienst Terugkeer en Vertrek (DTenV) of gedwongen onder begeleiding van de Koninklijke Marechaussee (KMar).
Van de 43 uitzettingen van gezinnen met kinderen vonden er 37 gedwongen plaats. De overige zes uitzettingen waren onder begeleiding van de DTenV.
Dwangmiddelen
Bij een aantal deportaties maakten de autoriteiten gebruik van zogenoemde hulpmiddelen om de bewegingsvrijheid van personen te beperken. Denk hierbij aan bodycuffs, beenbanden, tie-wraps, koppelboeien en een spuugmasker. Deze middelen mogen alleen onder strikte voorwaarden worden ingezet, bijvoorbeeld wanneer sprake is van verzet of een veiligheidsrisico.

De Dienst Vervoer en Ondersteuning (DV&O), die verantwoordelijk is voor het vervoer van de persoon naar de luchthaven, zette deze middelen vorig jaar 113 keer in, wat neerkomt op zo’n 15 procent van alle uitzettingen. De KMar, verantwoordelijk voor de uitzetting vanaf de luchthaven, heeft de dwangmiddelen bij 181 uitzettingen toegepast; goed voor zo’n 22 procent van de uitzettingen.
Ook bij uitzettingen van gezinnen met minderjarige kinderen zijn dwangmiddelen ingezet. Dat gebeurde bij één minderjarig kind en vier keer bij een volwassen gezinslid. Bij één van deze gevallen was de Inspectie JenV zelf aanwezig. Daarnaast maakte de KMar twee keer gebruik van haar geweldsbevoegdheid tegenover een volwassen gezinslid. Daarbij werd iemand uit het voertuig van de DV&O gehaald en vervolgens in het vliegtuig in de zogenoemde ‘ligprocedure’ geplaatst, een methode waarbij een persoon wordt opgetild aan de banden van de bodycuff en horizontaal aan boord wordt gebracht.
Toezicht
De Inspectie JenV was vorig jaar aanwezig bij 19 gedwongen uitzettingen, waarvan vier keer bij gezinnen met minderjarigen. Volgens de toezichthouder zijn deze over het algemeen ‘zorgvuldig, veilig en humaan’ uitgevoerd. Tijdens twaalf van die uitzettingen werden dwangmiddelen gebruikt. De DV&O paste tien keer koppelboeien toe. De KMar gebruikte zeven keer een bodycuff, waarvan vier keer in combinatie met een beenband en tie-wraps om de benen. Bij één persoon werd tweemaal een luier aangebracht, beschrijft de Jaarbrief. Volgens de inspectie zijn deze middelen ingezet volgens de geldende werkinstructies.
Op 16 september 2025 keerden 83 Syriërs vrijwillig terug naar Damascus met ondersteuning van de DTenV. Dit was de eerste grootschalige terugkeer naar Syrië sinds het uitbreken van de burgeroorlog in 2011 en de eerste overheidsvlucht die door de DT&V zelf werd georganiseerd. Om deze redenen was de Inspectie JenV ook aanwezig.
De toezichthouder concludeert dat de terugkeer grotendeels volgens de geldende regels verliep. Wel constateerde zij dat buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) voorafgaand aan de vlucht bewapend waren ingezet, terwijl zij daarvoor geen wettelijke bevoegdheid hebben. Volgens de inspectie was de DV&O zich daarvan bewust, maar koos de dienst er desondanks voor deze werkwijze toe te passen.
“De DV&O heeft haar medewerkers in een kwetsbare positie gebracht”, concludeert de inspectie. Het is niet de eerste keer dat de Inspectie JenV kritiek uit op de inzet van onbevoegde, bewapende boa’s. Eerder constateerde de toezichthouder hetzelfde bij de Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) in Hoogeveen, waar asielzoekers verblijven die in reguliere asielzoekerscentra ernstige overlast veroorzaken.
De minister van Asiel en Migratie heeft nog niet gereageerd op de inspectiebrief.