29 januari, 2014 | Auteur: Sharon Usai | Beeld: Johannes De Bruycker | Trefwoord: china

Song Tang Hospice: Een oord voor ouderen in China

Op de binnenplaats van het Song Tang Hospice in Beijing staat een altaar met een gouden, maar bescheiden Boeddhabeeld. Daar omheen liggen een kleine tuin en een vijver. De sfeer is er gemoedelijk. Een oudere man loopt rond met een vliegenmepper om alles te raken dat in zijn verbeelding de rust kan verstoren.

De man wordt gevolgd door een vrouw in een joggingpak. Ze oogt vrij jong in tegenstelling tot veel patiënten. Zij wendt haar blik af en blijft naar de grond kijken als mensen dicht bij haar komen, maar zodra er meer afstand ontstaat ziet ze de kans om haar omgeving te bekijken. Met haar zachte, gemakkelijke gympen aan en haar kikkerknuffel in de hand, schuifelt ze door de hal.

Het Song Tang Hospice is Beijings eerste hospice en kliniek. Deze is in 1987 opgericht door Dr. Li Songtang. Het hospice is gespecialiseerd in terminale zorg, het begeleidt mensen in hun laatste levensfase. Maar ouderen die van hun oude dag willen genieten, kunnen er ook terecht. Dat het een bijzonder huis is, wordt al gauw duidelijk als een van de hoofdverpleegsters een rondleiding geeft.

Aan de hand van een monument, het grote hart aan de muur, legt ze uit dat het huis een aantal beroemde bewoners rijk is. Er wonen oude bekende Chinezen in het hospice, zoals een oud-drummer en een zangeres. En een danseres die nog voor Zhou Enlai, de eerste premier van de Volksrepubliek China zou hebben gedanst. Deze dame mag zich tevens afstammelinge van de keizerlijke familie noemen. De oud-drummer had vroeger een kort lontje, maar fungeerde later als leider van de groep. “Hij woont niet meer in het hospice”, legt de verpleegster uit. De man is al overleden.

Taboe

In de hal staan acht pilaren, waarin de geschiedenis van het verpleegtehuis is gegraveerd. De zwarte pilaren zijn voorzien van belangrijke data, die er in het zilver in zijn verwerkt. Ze staan voor elk jaar dat het hospice is verplaatst. In het begin, tijdens de oprichting van het hospice in 1987, was er veel verzet binnen de plaatselijke gemeenschap. Veel mensen associeerden het hospice met het lijden van ouderen. Ook zou het een plek zijn voor ouderen met een geestelijke aandoening.

Hoewel een verpleeg- of verzorgingstehuis voor Chinese ouders en grootouders nog steeds taboe is in China, staan families er wel steeds vaker voor open. Dit is puur uit nood geboren. De mmeste werkende Chinezen zijn enigst kind en krijgen het steeds drukker. Zij werken vaak twaalf uur per dag en hebben daarnaast de zorg over drie generaties. Als hun ouders door lichamelijke gebreken speciale zorg nodig hebben en niet meer voor de kleinkinderen kunnen zorgen, eindigen ze in een verzorgingstehuis.

George Wong is bestuurslid van Noom, het netwerk van organisaties van oudere migranten. Daarnaast is hij bestuurslid in de Chinees ouderenvereniging Chun Pah in de regio Rotterdam. Wong heeft al ruim twintig jaar ervaring in de zorg. Door zijn betrokkenheid bij de ouderenproblematiek en zijn Chinese roots volgt hij de situatie in zijn land van herkomst. “Het idee leeft dat jongeren geen respect hebben voor hun ouderen door ze in een verzorgingstehuis te stoppen, dat is nog altijd zo. Jongeren proberen de ouderen te verzorgen. Als je als oudere zelf van alles niet meer kan, is het beter zelfstandig te zijn en mee te denken over een oplossing.”

Vrijwilligerswerk

Ondanks de weerstand die het hospice in het verleden heeft ervaren, is er nu al jaren steun vanuit de gemeenschap. Een grote groep van 120 vrijwilligers vervult ondersteunende taken waar dat nodig is. De 19-jarige Tracey, Yan Kaiqi is haar Chinese naam, is zo’n vrijwilligster. Ze oogt jong, maar door haar serieuze houding valt haar leeftijd nauwelijks op. Voor de enige kleine koffiecorner op het terrasje dat uitkijkt op de campus vertelt zij dat ze naast haar studie International Business meehelpt in het hospice. Voordat de studenten aan de slag kunnen in het tehuis moeten ze eerst een screening doorlopen, waarbij er vooral wordt gekeken of de student in kwestie over sociale vaardigheden beschikt. Na een heuse sollicitatieronde kon ook Tracey aan de slag, maar dit deed ze niet geheel vrijwillig, legt ze uit. “Het is gebruikelijk dat studenten 36 uur aan vrijwilligerswerk doen, anders is afstuderen voor ons onmogelijk. De gedachte daar achter is dat wij iets terugdoen voor de maatschappij.”

Het werken in het hospice is een hele ervaring voor haar, dit wordt al gauw duidelijk als zij over haar grootouders begint. “Mijn grootouders wonen ver uit de richting van mijn campus, daarom kan ik niet voor ze zorgen, dus zorg ik hier voor de ouderen.” Ze doet het vaak na school en vergezelt de ouderen zo’n vier uur per bezoek. Vaak neemt ze fruit mee en praat, zingt of danst zelfs met de ouderen die daar voor in zijn.

In het Song Tang hospice komen de ouderen volgens Tracey niks tekort. Alleen verwaarlozen de kinderen hun bezoekjes aan hun ouders geregeld. De ouderen praten dan ook niet graag over hun kinderen. “Ouderen zijn vaak eenzaam. We noemen ze ook wel de empty nesters in China. Wij vrijwilligers helpen hen om te voorkomen dat ze geïsoleerd raken van de buitenwereld. Daarbij zijn jonge mensen erg gewild in het Song Tang Hospice. Hoewel ze hier in goede handen zouden zijn, moet ik er niet aan denken om mijn grootouders in een bejaardentehuis te stoppen. Ze hebben toch voor je gezorgd.”

Dat de meningen hierover verdeeld zijn en dat er ook ouderen zijn die er zelf bewust kiezen voor een hospice, bewijst Tsue Ying. Ze is 87 jaar oud en daarmee een van de oudste dames van het Song Tang Hospice. Tracey komt regelmatig bij haar op bezoek. Ze herkent zich niet in het verhaal van Tracey. Mevrouw Ying komt krachtig en levenslustig over. Ze zegt zich niet eenzaam of geïsoleerd te voelen. Tsue Ying vindt het Song Tang tehuis een “goede plek voor ouderen”. Daarom is het volgens haar geen probleem om hier te vertoeven. “Mijn huis was dicht in de buurt van de ambassade, maar mijn zoon kan niet voor mij zorgen. Hij heeft een eigen bedrijf en is zeer druk. Ik ben buitengewoon trots op hem. Mijn kleinzoon zie ik nu eens per week.”

In de hal loopt nog altijd de vrouw met het joggingpak rond met de kikkerknuffel stevig tegen zich aangedrukt. Zij is 41 jaar, legt een van de verpleegsters uit. Zij is het jongste lid van het huis. Voor haar was er nergens opvang, dus heeft het hospice haar opgevangen. Ze heeft als volwassen vrouw nog steeds het verstand van een kind. Geschat wordt dat ze een geestelijke leeftijd heeft van rond de 4 of 5 jaar oud. Zij lijkt eerst wat verlegen en in haar eigen wereld gekeerd, totdat een van de zusters vraagt of ze wil zingen. Ze zingt de Chinese versie van Vader Jacob. Ze springt en klapt er enthousiast bij, terwijl ze haar kikkerknuffel geen moment uit het oog verliest. Het Song Tang hospice is met zijn diversiteit aan patiënten een bijzondere plaats voor ouderen en mensen in hun laatste levensfase. Een huis waar taboes uitgesloten zijn.

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.