9 september, 2026 | Auteur: Jeffrey Grouwstra | Beeld: Jeffrey Grouwstra | Trefwoord: spanje
Special price: de verborgen wereld achter vakantiesouvenirs
Ze horen bijna net zo bij de Spaanse costa’s als strandbedjes en sangria: West-Afrikaanse mannen met dekens vol imitatiemerkproducten, van voetbalshirts en zonnebrillen tot handtassen. Toeristen kopen er voor een paar tientjes hun vakantiesouvenirs. Maar achter de dekens vol koopwaar gaat een internationale handel schuil en een leven dat de vakantieganger nauwelijks ziet.
Een rossig jongetje van een jaar of tien blijft stilstaan voor stapels voetbalshirts op de boulevard van Salou. Naast hem staat zijn vader met ontbloot bovenlijf. De vervaagde Chelsea-tatoeage op zijn kuit verraadt dat het Engelse toeristen zijn. Zodra de verkoper hun belangstelling ziet, veert hij overeind. “Good price, boss”, zegt hij terwijl hij een shirt pakt. Twee minuten later trekt het jongetje een shirt van FC Barcelona over zijn hoofd. Zijn vader rekent vijftien euro af.
Ook voor Nederlandse vakantiegangers is het een bekend tafereel. In de zomer van 2025 was Spanje goed voor 1,35 miljoen Nederlandse vakanties, blijkt uit cijfers van het CBS. Van de Costa Brava in het noorden tot de Costa del Sol in het zuiden liggen op boulevards dekens vol Dior-zonnebrillen, Louis Vuitton-handtassen, Rolex-horloges en voetbalshirts van Europese topclubs. Luxeproducten voor een paar tientjes. Kopers weten vaak dat het niet om de echte merken gaat, maar om imitatie. Toch lijkt dat weinig uit te maken.

De verkopers worden in Spanje manteros genoemd, naar de manta: de deken waarop hun koopwaar ligt uitgestald. Met het constante geraas van de Middellandse Zee op de achtergrond zitten ze urenlang in de brandende zon te wachten op klanten. Een van hen is Mamadou (48), een lange, slanke man uit Senegal met een vriendelijke uitstraling. Hij is al zeventien jaar in Spanje en vaste verkoper op de boulevard. “Many, many summers”, zegt hij lachend. Hij onderbreekt zichzelf als een stel in zwembroek en bikini hand in hand voorbijloopt. “Hey my friend, good price for you?” Het zijn woorden die hij honderden keren per dag uitspreekt. Vaak zonder reactie, zo nu en dan levert het verkoop op.
Contrast
Mamadou verkoopt voetbalshirts, zonnebrillen en portemonnees, zorgvuldig op kleur gerangschikt. Op zijn deken liggen de namen van topvoetballers naast merken die staan voor luxe en status: Dior, Louis Vuitton en Chanel. Die luxe staat in schril contrast met zijn eigen bestaan. Met vijf andere Senegalese mannen deelt hij een tweekamerappartement boven een belwinkel aan de rand van Salou. Ze slapen er in stapelbedden. “We betalen honderd euro per bed. Meer heb ik niet nodig. In de zomer probeer ik te sparen. Ongeveer de helft van wat ik verdien, stuur ik naar familie in Senegal”, vertelt hij. Mamadou haalt nonchalant zijn schouders op. “It’s okay for me.”
‘Mijn droom is werken in een garage, een eigen huis en genoeg geld om van te leven. That’s the good life.’
Een van zijn huisgenoten is Ousmane (27), de jongste van de mannen. Hij verkoopt tassen, portemonnees en schoenen. Het is zijn eerste zomer als mantero. Buiten een paar ingestudeerde verkoopzinnen spreekt hij nauwelijks Engels. Met een vertaalapp op zijn telefoon probeert hij zich verstaanbaar te maken. “No money in Senegal”, vertelt hij. Werk en kansen zijn er volgens hem nauwelijks. Liever zou hij in Spanje als automonteur aan de slag gaan. “Mijn droom is werken in een garage, een eigen huis en genoeg geld om van te leven. That’s the good life.”

Voor Mamadou ziet het goede leven er anders uit. De zomer is zijn favoriete tijd van het jaar. “Look”, zegt hij en wijst om zich heen, naar de boulevard, de toeristen en de Middellandse Zee. “Beautiful.” Maar zodra de strandbedjes verdwijnen en de toeristen naar huis gaan, valt ook een groot deel van zijn inkomen weg. In de winter neemt hij aan wat hij kan krijgen. Hij werkt dan in de bouw, doet daar vooral het zware til- en sjouwwerk en trekt tijdens de oogstperiode naar de olijfgaarden om olijven te plukken. Na zijn winterwerk keert Mamadou altijd terug naar Salou. “Na zoveel jaar is Salou mijn thuis”, zegt hij. Dat is op de boulevard te merken. Voortdurend wordt hij begroet door toeristen die jaarlijks terugkomen. “How are you, my friend?”, roept Mamadou zodra hij een bekend gezicht ziet. Er volgen handdrukken en omhelzingen. Hij noemt iedereen ‘my friend’. Veel levert zijn hartelijkheid hem die ochtend niet op. Na de korte begroeting lopen de bekenden verder zonder iets te kopen.

Spanningen
Met de ondernemers in Salou is de verhouding minder hartelijk. Zij zien de straatverkoop als oneerlijke concurrentie. Terwijl zij hoge huren en belastingen betalen en een groot deel van hun jaaromzet in enkele zomermaanden moeten verdienen, liggen even verderop vergelijkbare tassen, shirts en zonnebrillen voor een fractie van de prijs op een deken. Dat leidt regelmatig tot spanningen. Op sommige plekken worden betonblokken op de boulevard geplaatst en terrassen uitgebreid om straatverkopers letterlijk de ruimte te ontnemen hun dekens uit te spreiden.
De handel waar Mamadou zijn geld mee verdient, is veel groter dan de dekens op de boulevard doen vermoeden. In 2025 namen de Spaanse veiligheidsdiensten ruim 7,3 miljoen namaakartikelen in beslag, met een geschatte waarde van 694 miljoen euro. Drie jaar eerder waren dat nog 2,6 miljoen artikelen ter waarde van 121 miljoen euro. Waar Mamadou zijn spullen koopt, wil hij niet vertellen. Zodra het gesprek erop komt, schudt hij zijn hoofd en loopt hij weg. “No, no.” Op de boulevard liggen wel aanwijzingen over de herkomst van een deel van de koopwaar. Aan het einde van de dag liggen tussen lege waterflesjes en ander afval kaartjes, labels en verpakkingen van de producten. Op sommige staan Chinese karakters, barcodes en batchnummers.
Mamadou vormt de laatste en meest zichtbare schakel van een internationale handelsketen die duizenden kilometers verderop begint. Veel van de namaakgoederen die Europa bereiken, vinden hun oorsprong in China. De kaartjes op de boulevard vertellen niet welke route Mamadous spullen precies hebben afgelegd. Wel laat politieonderzoek zien hoe producten via importeurs, groothandels en tussenhandelaren uiteindelijk bij de straatverkoop belanden.
Opgeplakte logo’s
Hoe zo’n keten kan lopen, werd afgelopen juni zichtbaar bij een grote politieactie in Badalona, Reus en Salou. Daarbij werden 28 mensen aangehouden en 25.699 vervalste artikelen en bijna tien ton materiaal in beslag genomen. Volgens de politie werden merkloze Chinese goederen ingekocht door groothandels in Badalona en vervolgens naar de omgeving van Tarragona gebracht. Daar werden logo’s en andere merktekens aangebracht, waarna de producten in kleinere partijen verder richting de straatverkoop gingen. Na duizenden kilometers eindigt die handelsketen op de boulevard, waar de producten voor een paar tientjes als vakantiesouvenir in de handen van toeristen belanden.
Terug op de boulevard houden twee agenten de situatie van een afstand in de gaten. Het is er druk, met meer dan vijfentwintig verkopers op een rij en veel toeristen. Vandaag lijkt er niet te worden gehandhaafd. Toch zijn de verkopers erop voorbereid dat ze ieder moment moeten vertrekken. Mamadou laat zien hoe door de randen van de manta koorden lopen die bij de vier hoeken samenkomen. Met één beweging kan hij zo zijn hele winkel letterlijk opdoeken. De deken verandert in een draagbare bundel. Wat het ene moment een winkel is, kan enkele seconden later over een schouder hangen.
‘Deze zomer is een test. Aan het einde besluit ik of ik terugkom.’

De verhouding tussen straatverkopers en politie kent in Salou een beladen geschiedenis. Mamadou maakte die van dichtbij mee. Hij vertelt over Mor Sylla, een Senegalese straatverkoper die hij persoonlijk kende. “A very, very good man”, zegt Mamadou. Sylla hielp andere Senegalese mannen als ze problemen hadden en stond altijd voor hen klaar. “Iedereen hier kende hem. Als iemand hulp nodig had, hielp hij.”
Op 11 augustus 2015, rond zes uur ’s morgens, viel de politie een appartement in Salou binnen in een onderzoek naar de illegale straathandel. Tijdens de inval viel Sylla vanaf het balkon van de derde verdieping. Hij overleed ter plaatse. Zijn familie hield de politie verantwoordelijk voor zijn dood. De politie stelde dat er geen lichamelijk contact tussen Sylla en agenten was geweest. Een rechterlijk onderzoek vond uiteindelijk onvoldoende aanwijzingen voor betrokkenheid van agenten bij zijn val en de zaak werd geseponeerd. Zijn dood leidde tot protesten en onrust.
Elf jaar later liggen de dekens nog altijd op de boulevard. Voor Ousmane is het bestaan als mantero nog nieuw. Zijn eerste weken vallen hem zwaar. “Heel lang wachten maakt me moe”, zegt hij. Soms verkoopt hij urenlang niets. Hij wijst naar de dekens naast hem, waarop vrijwel dezelfde tassen, portemonnees en zonnebrillen liggen. “Er zijn veel dezelfde spullen en toeristen kijken wie het goedkoopste is.” Of hij net als Mamadou hier volgend jaar opnieuw zal zitten, weet Ousmane nog niet. “Als het niet werkt, ga ik terug.” Voorlopig geeft hij zichzelf één zomer. :Deze zomer is een test. Aan het einde besluit ik of ik terugkom. Yes or no.”