17 oktober, 2013 | Auteur: Ewoud Kieviet | Beeld: Ewoud Kieviet | Trefwoord: colombia
Een strijder voor meer rechtvaardigheid in Colombia
Maria Elena Torro houdt een foto van haar zoon stevig in haar handen. Met tientallen andere moeders zingt ze haar protestlied, voor een witte kerk in Medellin. De Madres de la Candelaria willen aandacht en erkenning voor hun verdwenen familieleden. En met resultaat.
De ceremonie vangt aan om precies half 12 in de morgen. Droevige muziek wordt afgespeeld, voorin de zaal staan veertig kistjes op een rij opgesteld. Bij elk kistje staat een portret van de overledene. Meestal is de persoon zo’n tien jaar daarvoor vermoord. Het is druk in de zaal. Als de namen opgenoemd worden komen de familieleden het kistje met de stoffelijke resten van hun geliefden ophalen. Veel tranen en emoties.
Maria Elena is er ook met haar Madres de la Candelaria. De beweging, in het Nederlands vertaald als de Moeders van de Kandelaar, dankt zijn naam aan de verzamelplaats voor de protesten, de witte kerk ‘De la Candelaria’. De ceremonies zijn er zo’n vier keer per jaar. Hoe anders was het toen Maria Elena in 2007 exact elf jaar na de verdwijning van haar zuster het stoffelijk overschot terugkreeg. Ze kreeg bij een overheidsgebouw een doos in haar handen geduwd en dat was het dan.
Elk jaar verdwijnen er honderden mensen in Colombia. In totaal zijn er sinds de burgeroorlog zo’n vijftigduizend mensen verdwenen, vorig jaar verdwenen er alleen in Medellin al 525 mensen. De meeste verdwijningen zijn slachtoffer geworden van de paramilitairen, zo ook een groot deel van de familie van Maria. De paramilitairen is een groep huursoldaten die een grote rol speelt in het Colombiaanse conflict. De rechtse groep bevecht de guerillastrijders en drugsbendes. Maria Elena startte op 17 maart 1999 met haar wekelijkse marsen voor de kerk van de la Candelaria, om aandacht te vragen voor de verdwijningen in haar land.
Steenfabriek
De familie van Maria Elena had een steenfabriek in het plaatsje Frontino, ten noordwesten van Medellin. Veel van haar familieleden werkten in dit bedrijf en het leven in Frontino was goed. Totdat de paramilitairen de fabriek over wilden nemen in 1996. De zus van Maria Elena weigerde mee te werken met deze milities. Een aantal weken later ging haar zus met de bus op familiebezoek, ergens onderweg werd ze door paramilitairen uit de bus gehaald en verdween ze. Daarna namen de ontvoerders contact op met de dochter van de verdwenen vrouw, Mercedes, om te onderhandelen over haar moeder en geld te krijgen in ruil voor haar moeder. Nadat Mercedes afgesproken had met de paramilitairen om te onderhandelen verdween ook zij. De dode lichamen van moeder en dochter werden jaren later gevonden op dezelfde plaats, aan de weg tussen Frontino en Medellin.
Een gruwelijk verhaal, dat door Maria Elena in een bepaalde routine wordt verteld. De diepe groeven in haar gezicht tonen de wonden van een getekend verleden. Ze laat het spandoek dat ze altijd tijdens de demonstraties draagt even zakken. Terwijl ze even gaat zitten op een muurtje vertelt ze verder. “‘Een paar maanden later, in februari 1997 gingen een aantal familieleden van mij terug naar Frontino, om het familiebedrijf voort te zetten.” Het werk in de steenfabriek lag al een tijdje stil omdat het gezin van de zus van Maria Elena was ontvoerd en verdwenen. De zoon van Maria Elena was degene die leiding van het bedrijf over wilde nemen. Een aantal weken later ging hij op reis met een vriend. Ze kwamen nooit meer terug. In hetzelfde jaar werd de familie door de paramilitairen opgedragen de steenfabriek te verlaten. Als ze dit niet zouden doen zou de hele fabriek worden verbrand met hen erin. Sindsdien is Maria Elena met haar familie woonachtig in Medellin. Ze moesten vluchten en alles achterlaten, ze hadden dus helemaal niets meer.
Dit blijvend onrecht sterkt Maria Elena in de gedachte door te gaan met haar strijd. Elke woensdagmiddag vraagt ze aandacht voor deze zaak, door de portretten van de verdwenen familieleden te tonen aan het publiek. En met resultaat, naast de ceremonies die de overheid organiseert voor de slachtoffers van vermissingen zijn er ook steeds meer paramilitairen gaan praten over deze zaak. In 2009 werd Aline Restrepo levend teruggevonden, nadat ze vier jaar vermist was geweest. ‘’Op den duur gaven sommige milities toch openheid over de verdwijningen. Dat is een resultaat van onze actie. Het blijft een zware strijd, maar deze gebeurtenissen geven hoop voor de toekomst”, besluit Maria Elena. Ze rolt haar spandoeken weer op en gaat weer naar huis, de strijd van de Madres de la Candelaria wordt volgende week woensdag weer vervolgd.