14 november, 2012 | Auteur: Denise van Rossum | Beeld: Denise van Rossum | Trefwoord: china
Chinese vrouwen kunnen studeren maar zonder baangarantie
Op de campus van de Beijing Foreign Studies University zijn de vrouwen in de meerderheid. “In mijn klas van twintig zit één man”, vertelt literatuurstudente Chen Fei. Het hoge aantal vrouwen op deze universiteit is een uiterste, maar zeker geen uitzondering. De laatste jaren neemt het aantal studerende vrouwen in Peking toe. Dit houdt echter niet direct in dat de kansen voor iedereen gelijker zijn.
“De toename komt vooral omdat meer meiden uit de stad kunnen gaan studeren”, verklaart professor van educatie op de Peking University Liu Yunshan. Zij stelt dat sinds 1995 de vrouwen langzaam de plaatsen overnemen van mannelijke studenten, vooral die van jongens afkomstig van het platteland. Tegenwoordig ligt het aantal studenten uit de steden rond de zeventig procent. “Door de eenkindpolitiek willen ouders een goede toekomst voor hun enige kind. Hierdoor krijgen ook meer meisjes de kans om te gaan studeren." Daar komt nog bij dat het onderwijs in de stad over het algemeen beter is. Daardoor scoren de meiden uit de stad sinds 1995 beter op het toelatingsexamen dan voornamelijk de jongens van het platteland.

Het hoger onderwijs is na de Culturele Revolutie toegankelijker geworden door het invoeren van een toelatingsexamen. Dit zorgt er echter niet voor dat de kansen voor iedereen geheel gelijk zijn. Er zijn nog grote kwaliteitsverschillen tussen scholen. De grote stadsuniversiteiten krijgen meer steun van de overheid, volgens professor Liu, en de publieke scholen op het platteland blijven achter. Daardoor is het moeilijker voor kinderen van het platteland om op een goede universiteit te komen.
In China moet iedereen een toelatingsexamen doen voor de universiteit. Hoe hoger je scoort op deze test, hoe beter de universiteit waar je naartoe mag. Omdat het onderwijs op het platteland achterblijft bij dat in de steden, scoren studenten hier lager dan in de steden. Daarnaast kost goed onderwijs ook veel geld, wat een extra drempel vormt voor kinderen uit landelijke gebieden.
Daardoor is het aantal vrouwelijke studenten uit de stad de afgelopen jaren flink gestegen. “Door de één kind-politiek krijgen deze meiden meer kansen”, legt professor Liu uit. “Hun ouders hebben meer geld voor hun onderwijs omdat ze maar één kind naar school hoeven te sturen. Tussen 1980 en 2005 is het aantal vrouwelijke studenten op de Beijing University met elf procent gestegen.” Liu verwacht daarom ook dat het aantal vrouwelijke studenten zal blijven groeien tot het ongeveer gelijk is met het aantal mannelijke studenten.
De verschillende richtingen blijven wel ongelijkheden vertonen. Mannen hebben een voorkeur voor wetenschappelijke studies als wiskunde, natuurkunde en scheikunde. Zo is het aantal mannelijke scheikundestudenten op de Universiteit van Peking bijna negentig procent. Vrouwen kiezen vaker voor talen, wat te zien is aan het aantal vrouwelijke studenten Engels – zij vertegenwoordigen ruim driekwart van de studenten. De precieze reden hiervoor kunnen studentes Engels Chen Linna en Zhou Ya niet aangeven. Wel hebben ze het gevoel dat ze meer kans hebben op een baan wanneer ze Engels studeren. “Ik denk dat een baan als lerares of secretaresse het meest geschikt wordt gevonden”, vertelt Ya.
Het vinden van hun droombaan zien sommige studenten niet erg positief tegemoet. Zo heeft Linna vertalen als haar specialisatie gekozen. “Maar ik denk niet dat ik als vertaler aan de slag ga”, vertelt ze. “Waarschijnlijk ga ik voor een buitenlands investeringsbedrijf werken, zo kan ik connecties krijgen.” Connecties, of guanxi in het Chinees, zijn erg belangrijk, bevestigt ook Ya: “Als ik een paar jaar voor de overheid werk of bij een buitenlandse investeerder, kan ik daarna misschien een baan krijgen die ik leuker vind.”
Connecties zijn niet het enige obstakel voor afgestudeerde vrouwen. Ook al neemt het aantal vrouwelijke studenten toe, mannen genieten nog steeds de voorkeur van werkgevers. De voornaamste reden hiervoor is dat vrouwen gaan trouwen en zwanger worden en dus zwangerschapsverlof nodig hebben. Daardoor denken werkgevers dat ze minder gefocust zijn op hun werk, zo geven zowel professor Liu als Linna aan. Maar dat niet meer alle vrouwen zo traditioneel denken, bewijst Fei. “Sommige van mijn klasgenoten zijn pas 24 en al getrouwd”, vertelt ze. “Ik vind het belangrijk dat je eerst je eigen basis legt. Op die manier wordt je niet afhankelijk van een man.”

Sinds het hoger onderwijs niet meer alleen voor de elite is, is de concurrentie op de arbeidsmarkt groter geworden. De Chinese economie is een arbeidsintensieve economie. De meeste banen zijn dan ook nog altijd te vinden in de industriële sector. Met de toename van het aantal Chinezen met een universitaire opleiding zorgt dit dus voor grote concurrentie op de arbeidsmarkt. Werkgevers kunnen daardoor vrij selectief blijven in wie ze aannemen. En dit zorgt dat het vinden van een baan voor zowel vrouwen als mannen lastig is. “De Chinese arbeidsmarkt is wel aan het veranderen”, zegt professor Liu. “De overgang naar een kenniseconomie gaat echter traag. Deze generatie en waarschijnlijk ook de komende generatie studenten zal het moeilijk hebben om een baan te vinden.”
De professor verwacht dat veel studenten langer moeten gaan studeren. “De meeste 25-jarige studenten die nu afstuderen kunnen geen goede baan vinden”, vertelt ze. “Daarom studeren ze door om doctor te worden.” Maar ook deze titel geeft momenteel nog geen baangarantie. Fei zegt te willen doorstuderen zodat ze meer kans maakt op een goede baan. “Ik wil voor de overheid gaan werken, maar daarvoor moet ik wel een examen doen. Als ik doorstudeer heb ik meer kennis en kan ik het hopelijk halen.”
Professor Liu hoopt dat in de toekomst het hoger onderwijs voor gelijkere kansen kan zorgen. “Door onderwijs zouden mensen de kans moeten hebben hoger op te komen in het leven, ongeacht hun afkomst. Maar China is nu nog verdeeld in klassen en mensen komen vast te zitten in het milieu waar ze vandaan komen. Degenen die er wel uit komen en naar de universiteit gaan, die hebben het ook daarna nog zwaar met het vinden van een baan.”