23 september, 2013 | Auteur: Geesje van Haren | Beeld: Geesje van Haren | Trefwoord: fvev-in-beeld
Terug uit Afghanistan? Koop een huis!
Maarten zijn jongensdroom was het leger. Toen Afghanistan in 2005 in het nieuws kwam zegde hij zijn baan in de scheepvaart op en solliciteerde bij de landmacht. Na drie jaar opleiding ging hij als leidinggevende met een team van zeven jongens bermbommen zoeken in Uruzgan. “Dat is letterlijk en figuurlijk niet iets waar je zomaar overheen stapt”, aldus Maarten. Vijf maanden voor vertrek ontmoette hij Evelien.
“Ik ging gewoon voor Maarten en daar hoorde bij dat hij toevallig vijf maanden in Afghanistan ging werken. Pas toen hij weg was realiseerde ik me wat dat inhield.
Er had een ontploffing plaatsgevonden, waarop Maarten me direct belde. De adrenaline in zijn stem, jeetje, dat klonk zo als pure paniek. Ik stond in de supermarkt toen mijn telefoon afging. Maarten aan de lijn. In snelle, korte woorden de boodschap: ‘Hé mop. Het gaat goed met mij. Maar dat je weet. Er is wel een explosie geweest. Maar ik ben okay. Doeg.’ Klik. En weg was ‘ie. Ik keek om me heen in de supermarkt. Niemand die mij opmerkte. Niemand die wist met wie ik zojuist had gebeld. Wat ik had gehoord. Ik was daar alleen. Een vrouw die langsliep met haar kar vol boodschappen trok mijn aandacht. Ik dacht ‘Jij bent met zulke andere dingen bezig dan ik nu’.
Bij het afrekenen wilde de caissière ook nog van alles van me. Mens, hou op, dacht ik, ‘het kan me niets schelen’. Daarna hoorde ik drie dagen niets van Maarten. Ik kon alleen terugvallen op dat wat er in het nieuws werd gezegd. Maar die schetsten het grote verhaal. In mijn hoofd was ik op zo’n ander niveau bezig dan de wereld om me heen. Emotioneel vroeg zijn missie veel meer van me dan ik had verwacht.
In het voortraject werden we overal voor uitgenodigd. We konden meedoen met allerlei clubjes van verdrietige vrouwen die achterbleven, ofzo. Wat een kolder, dacht ik, daar ga ik echt niet aan meedoen. Naar één informatiebijeenkomst ben ik meegeweest. Daar werd verteld waar Maarten heenging en wat hij zou gaan doen. Toch was ik niet goed op de hoogte. Vanuit Afghanistan praatte hij me soms bij. Maar dat was heel lastig. Hij kon niet zomaar contact maken, dus ik moest veel afwachten. Wachten tot er weer iets naar buiten kwam. Ik vroeg me vaak af wanneer ik weer meer te weten zou komen, ik heb daarom veel het nieuws in de gaten gehouden. Bij ieder item dacht ik ‘Oh, waar is dit? Is dit bij Maarten in de buurt? Heeft hij dit meegemaakt?’.
We hebben er na zijn missie nooit veel over gepraat. Maarten hield in Afghanistan een dagboek bij, daarin las ik later alles wat ik wilde weten. Maar het duurde zeker een jaar voordat ik dat durfde te lezen. Voor hem zelf heeft het ook een jaar geduurd voordat hij had uitgevonden hoe ermee om te gaan.
Als Maarten tegen mij zegt dat hij zo weer een missie zou doen, laat ik hem nu niet meer zomaar gaan. Niet alleen om onze kinderen, maar ook niet als het weer om zo’n omstreden oorlog gaat. Het is voor mij echt een fulltime opdracht geweest om naast mijn eigen verplichtingen continue verantwoording af te leggen voor zijn werk. De publieke discussie was erg heftig. Journaals die berichtten over of het wel zin had. Dat zag ik heel anders. Mijn man zat daar! Hij deed goed werk en liep risico.
Mensen die ik nauwelijks kende stortten zomaar hun mening over mij heen, die zeiden dat ik het niet had moeten laten gebeuren. Terwijl ik dacht ‘Ik ben toch niet Maarten zijn oppas, als hij dit gaat doen, dan sta ik achter hem en ben ik trots op hem’. Hierdoor had ik niet alleen te handelen met mijn eigen gevoelens, maar ook nog eens met wat al die anderen ervan vonden.
Mijn angst bouwde zich op na twee of drie maanden. Het geweld nam toe. Ik kreeg meer spannende berichten te verwerken. Toen Maarten eenmaal terug was zaten we emotioneel in een tegengestelde golfbeweging waarbij we elkaar steeds in het midden tegenkwamen. We zijn het vaak oneens, maar dat is niet erg. Dat hoort bij ons.
Ons leven samen bevat het ene hoogtepunt na het ander. Tijdens zijn missie maakten we plannen om te gaan samenwonen, dus ik dacht ‘Ik zet mijn huis vast te koop’. Maar dat was in de goede tijd. Binnen vijf dagen was het verkocht. Dus in zijn laatste weken in Afghanistan zat Maarten op het internet naar huizen te kijken. Zijn broer had een volmacht, dus we konden meteen tot de koop van een nieuw huis overgaan. Een dag nadat hij geland was in Eindhoven, gingen wij ons nieuwe huis bekijken. Twee weken later kregen we de sleutel.
Achteraf is dat de beste remedie geweest; Terug uit Afghanistan? Koop een huis! We konden de oude keuken eruit slopen, het plafond witten, heerlijk klussen. Eén keer toen het mij allemaal teveel werd stond ik woedend met het strijkijzer in mijn hand. Wat moet je dan? Gewoon heel hard op het oude laminaat smijten dus, dat moest er toch uit. Werkte prima. Alleen hebben we daarom nu een zwarte keuken, ben ik bang.”
Evelien Lankhorst werkt als activiteitenbegeleidster in kinderhuis de Blauwe Reiger.
FveV wordt mede mogelijk gemaakt door het Vfonds met middelen uit de BankGiro Loterij. Uw deelname aan deze loterij wordt daarom van harte aanbevolen.