8 mei, 2013 | Auteur: Eveline Gillot | Beeld: Eveline Gillot | Trefwoord: peru
Theater voor de naamlozen
Psycholoog Diego en maatschappelijk werker Sarita maken zich op voor de avond. Ze zijn vrijwilligers bij het door Terres des Hommes geïnitieerde project Teatrovivo in Lima, Peru. Olga Bárcenas, oprichtster van het project, spreekt hen voor ze op pad gaan nog even de bemoedigende woorden toe: “In La Victoria vind je eigenlijk alles wat fout, lelijk en naar is. Georganiseerde misdaad, mensenhandel, seksuele uitbuiting.”
Teatrovivo, dat in 1985 werd opgericht, is een project dat zich inzet voor kinderen die te maken hebben met seksueel misbruik of het risico lopen hier slachtoffer van te worden. De organisatie biedt kinderen gratis theater- en spelworkshops aan. De oprichtster van Teatrovivo, Olga Bárcenas, is een theaterdier die heilig gelooft in de therapeutische werking van podiumkunst. Bárcenas: “Ik ben ervan overtuigd dat theater verschil kan maken. Of dat nu blijvend is of slechts voor een moment zal zijn.” Diego en Sarita doen het ‘voorwerk’ van de workshops en theatervoorstellingen die Teatrovivo verzorgt. Zij leggen contact met de straatkinderen en -jongeren en winnen doormiddel van spel en gesprekken hun vertrouwen.
De wijk La Victoria ligt op tien minuutjes lopen van het chique Sheraton Hotel in Lima. Hier begint het vaste duo Diego en Sarita steevast hun route. Ze dragen onopvallende kleding, lange haren worden in een knot gedraaid. Horloges, oorbellen, telefoons: alles blijft achter bij de taxichauffeur, die een aantal uur op hen zal wachten op de afgesproken plek. Voor extra veiligheid dragen ze een vestje, met daarop in grote letters TEATROVIVO en emblemen van de gemeente, ondersteunende NGO’s en een lokaal veiligheidsorgaan.
De omgeving van het hotel ademt de sfeer van een ontwikkelde wereldstad: brede straten, statige bouwwerken. Maar al snel verandert de eerst zo knap onderhouden omgeving. Steeds meer afval vormt zich in hopen langs de weg, alsof het de bezoeker vast wil voorbereiden op wat komen gaat. De geluiden van het drukke verkeer ebben langzaam weg. Er ontstaat een verzengende stilte, als de oorverdovende geluidloosheid voor een hevige storm.
Het eerste kind dat de groep tegenkomt is de flink opgemaakte Stéfanie. Ze rilt een beetje van de kou. Om haar benen spant een dunne paarse legging en ze draagt een diep uitgesneden shirt. Haar kleine borstjes heeft ze behendig met een veel te kleine BH omhooggeduwd. Ze is blij als ze Diego en Sarita ziet. Onder alle make-up komt een verlegen lachend meisjesgezicht tevoorschijn. Diego vraagt naar Cherry, haar vriendin. “Ex-vriendin”, verbetert Stéfanie hem. Ze hebben ruzie. “Waarom?”, vraagt Sarita. Stéfanie kijkt weg. Het ligt gevoelig, ander onderwerp. Ze is net begonnen vanavond en heeft nog geen klanten gehad. Ze zucht diep: “Maar het is nog vroeg. Wat gaan we straks doen?” Sarita komt met een voorstel: “Voetballen misschien, of wat anders met een bal?” Het meisje knikt goedkeurend.
Dit kleine, stevige grietje is één van de velen die het duo vanavond tegen gaat komen. Avond aan avond staat ze langs de weg om haar lichaam te verkopen aan mannelijke voorbijgangers. Ze is veertien jaar oud.
Contact maken
Langs de weg staan clubjes meisjes; rode ogen, tollend op hun benen. Altijd in het kielzog van één of twee jongens. De meisjes zijn allemaal tussen de elf en zestien jaar oud, de jongens vaak niet veel ouder. Daadwerkelijk contact maken met deze straatkinderen en jongeren is de grootste uitdaging voor Diego en Sarita. Al ruim een jaar lopen ze twee keer per week dezelfde route door de wijk La Victoria. Onderhand kennen ze veel jongens en meisjes, hoewel er elke week wel weer nieuwe gezichten bijkomen.
Het contact kwam, volgens het duo, in het begin moeizaam tot stand. Voor jongeren in dit deel van Lima is het een bijna onmogelijke opgave om te geloven in goede bedoelingen. Diego legt uit: “Het belangrijkste is om neutraal te blijven, zeker wel aftastend maar niet schuw. En het blijven kinderen, als jij gewoon leuk doet en met hen wil spelen, is contact gauw gelegd."
Als het contact eenmaal is gelegd introduceren zij de jongeren tot de gratis theater- en spelworkshops van Teatrovivo en komt Bárcenas in beeld. De straatkinderen krijgen bijvoorbeeld de mogelijkheid om hun levensverhalen te schrijven en later op te voeren als toneelstuk. “Helend”, zegt Bárcenas, “en het zet niet alleen de kinderen zelf maar vooral ook het publiek aan het denken. Het is onacceptabel dat deze kinderen nog steeds op zulke grote schaal lijden onder seksueel misbruik."
Het grootste gedeelte van de meisjes in La Victoria werkt ’s avonds en ‘s nachts als tippelaarster langs de weg. “De meiden die op straat werken zijn vooral slachtoffers van seksuele uitbuiting”, stelt Bárcenas. “Spel wordt in dit geval gezien als ‘arte’, als de factor die ze eventjes uit de ellende van de straat haalt en als middel om contact te leggen met de meisjes en jongens.” Maar Bárcenas biedt de kinderen meer aan dan alleen de workshops: “We helpen deze kinderen vooral met bijvoorbeeld medische zaken, zoals naar de dokter gaan, of meegaan voor een (illegale) abortus, hiv tests, soa’s. Of met het verkrijgen van je identiteitsdocument. Zonder ID ben je namelijk niemand en kun je niks.”
Diego en Sarita lopen elke week vrijwillig, soms met gevaar voor eigen leven, in deze poel van verderf. Ogen gesperd, alert, zonder een seconde die vertrouwenwekkende, warme uitstraling te verliezen. Sarita: “We willen deze straatkinderen vooral de andere kant van het leven te laten zien, ze laten voelen dat ze meetellen.” In elk gesprekje met de kinderen zeggen de vrijwilligers dat ze weer op de gebruikelijke plek gaan spelen. “Kijk maar of je zin hebt”, voegen ze er steeds nonchalant aan toe. “Lijkt ons leuk als je meedoet.”
Soms gaan ze verven, op grote vellen papier die ze op de stoep plakken. Of spelen ze een partijtje voetbal, tikkertje of gaan ze dansen. “Ook al betekent het dat ze maar een uurtje van de straat zijn”, zegt Sarita. “Door op deze manier met ze bezig te zijn winnen we hun vertrouwen en sympathie. Maar vooral moeten ze zien en voelen dat er een ander, prettig leven naast dit hondenleven bestaat.”
Overleven
Een bont clubje dient zich aan: twee jochies niet ouder dan dertien, een meisje van een jaar of twaalf en een veertienjarige moeder met een peuter op schoot. De laatste zit op een houten kist, die naast zetel ook af en toe dienst doet als instrument. De jongens zijn uitgelaten, ze drinken sterke drank uit een petfles. De meisjes staren glazig voor zich uit. Allemaal klemmen ze een plastic zakje in de hand, die ze af en toe voor hun gezicht houden.
Bij een telefooncel aan de weg staat een stel meisjes. Ook zij hebben zo’n propje doorzichtig plastic in hun hand, die ze regelmatig voor hun gezicht houden en diep inademen. Sommigen houden onafgebroken het zakje aan hun neus en mond. “Terakol”, zegt Diego. Schoenmakerslijm. “Het is de meest goedkope en effectieve drug dat in de winkel te koop is.” De meisjes zwaaien en joelen naar voorbijrijdende kerels. “Het is voor veel kinderen de enige manier om dit werk vol te houden, in verdoofde toestand”, zegt Diego. Sarita begint te vertellen over Stéfanie en haar ‘vriendin’: “Het is opvallend dat de meeste meisjes op straat hier een relatie hebben met iemand van hun eigen geslacht. Niet omdat ze op vrouwen vallen, maar omdat ze zijn gaan walgen van mannen. In een vrouwelijke partner vinden ze de warmte, zekerheid en liefde om te overleven."
Er bestaan strenge wetten op straat. Ook voor de jonge tippelaarsters. Zo is er een sluwe zakenvrouw die de scepter zwaait over het werkterrein van tientallen meisjes. Dagelijks moeten zij haar 50 Soles betalen, ongeveer 15 euro. Dat is een smak geld. Als dit niet wordt voldaan, dan is binnen de kortste keren een groep meiden opgetrommeld om het betreffende wanbetalertje de les lezen. Sarita fluistert: “Vorige week waren Diego en ik erbij toen één meisje aangepakt werd. Ze waren met zeker dertig. Het is misselijkmakend om te zien hoe deze meisjes gehersenspoeld zijn door angst. Wij konden niks doen, ze waren met teveel."
Sarita legt uit dat deze vrouw van middelbare leeftijd ieder kind iets van 10 Soles betaalt om een beoogd slachtoffer zoveel mogelijk lichamelijk letsel te berokkenen. Haar handelsmerk is dat zij haar huurlingen de opdracht geeft om met hun nagels vooral het gezicht te bewerken. Waarschuwing voor de rest: opdat iedereen ziet wat de gevolgen zijn van ongehoorzaamheid.
Diego is even stil, zijn gezicht dat al de hele avond in de glimlachplooi staat, verstrakt even: “Wat ik het belangrijkste vind, is dat deze kinderen geloven in hun bestaansrecht. De meesten hebben zelfs nooit een naam gekregen. Hen te laten voelen dat ze óók waardevol zijn, dat er een ander leven bestaat dan dit, dat is ons voornaamste doel.”