19 juli, 2008 | Trefwoord: bosnie-herzegovina
Tijdelijke opvang voor levenslang getraumatiseerden
Zij die het geluk hadden te overleven, de familieleden van de doden van Srebrenica, Bratunac, Potocari en alle aangrenzende plaatsen in het gebied, vertoeven sinds de Bosnische oorlog onder zeer slechte omstandigheden in tijdelijke gemeenschappelijke opvanghuizen. Zo ook in het dorpje Ilijaš, maar daar dreigen de mensen nu uitgezet te worden.
Hoewel deze mensen, geteisterd door trauma’s, niet verder dan een dag vooruit kunnen denken, loopt de termijn van hun tijdelijke opvang af. In 1999 ontwikkelde de Nederlandse regering samen met de gemeente Ilijaš (bij Sarajevo) het huisvestingsproject. Het was bestemd voor de families die de genocide van Srebrenica hadden overleefd.
Deze groep mensen kampt met zeer ernstige oorlogstrauma’s. De gezinnen mochten vijf jaar in de huizen wonen. Zo hadden zij alle tijd om hun eigen huis – van voor de oorlog – op te knappen. Maar nu, acht jaar later, leven velen nog steeds in Ilijaš.
Volgens de afspraak is het de hoogste tijd dat zij verhuizen. In de loop der jaren zijn enkelingen wel uit Ilijaš vertrokken. Zij wonen weer in Bratunac, Srebenica of in het dorp waar zij vandaan kwamen. Diegenen die zijn blijven zitten, durven helemaal niet terug. De herinnering aan hun huis herinnert hen direct aan de ellende in de oorlog. Het zijn stukgeslagen gezinnen, zonder vaders, mannen of zonen.
In Bosnië is het onvoorstelbaar dat deze achtergebleven vrouwen, de oude vrouwen en moeders met kinderen, zelf een heel nieuw bestaan zullen opbouwen. Er is bijna geen werk en het vervoer daar naartoe is onberekenbaar. De vrouwen worden door de staat gesteund in de vorm van een ‘Shahid-pensioen’. Shahid komt uit de islam, het betekent ‘getuige’ of ‘martelaar’.
De uitkering moeten de vrouwen zorgvuldig besteden, want het is niet veel. Hun dochters kunnen ervan naar school en voedsel en medicatie voor hun zieke moeders kan ervan worden betaald. Door de oorlogstrauma’s kampen vooral de oudere vrouwen met hartkwalen en psychische klachten.
Alić Mafija (37) leeft in Ilijaš. Ook zij zal niet terug gaan naar Bratunac. “De omstandigheden zijn er niet naar. Het kan gewoon niet”, probeert zij te verklaren. “Bratunac is niet hetzelfde stadje als voorheen.” Ook in Srebrenica, Zvornik, Potocari en Vlasinica is alles anders. Alić Mafija wilde in Ilijaš blijven. Een groot deel van haar Shahid-pensioen spaarde zij op en van dat geld is zij zelf een huis aan het bouwen. Van de 440 KM (ongeveer 220 euro) legt zij maandelijks 300 KM opzij.
Mafija woont nu al vijf jaar samen met drie andere families. “Niemand heeft ons letterlijk gedreigd op straat te zetten, maar het is algemeen bekend dat we zo snel mogelijk weg moeten.”
De gemeente Ilijaš is verantwoordelijk voor het project. Zij hebben de vrouwen wat uitstel gegeven, maar ook die tijd verstrijkt snel. “Niemand vraagt je of je ergens naartoe kan en of je in staat bent een nieuw leven op te bouwen”, zegt Alić Mafija. “Ik breng mijn dochtertje echt niet naar school in Bratunac. Het barst daar van de Serven.” (Het onderwijsprogramma is Servisch ingericht, met het accent op hun versie van de geschiedenis en een andere moedertaal red.)
“Ik ken mensen die hun huis hadden laten renoveren. Maar daar konden ze niet intrekken, ze werden weggejaagd. Nu wonen ze hier in een huurhuis. Het meest trieste vind ik dat niemand ons een lening wil verstrekken of geld wil doneren waarmee we een bestaan kunnen opbouwen. We hebben geen rechten en zelf een goede baan vinden is een heel moeilijke opgave. Ik vraag niet om veel, ik wil alleen een huis om in te leven”, besluit Alić Mafija. Mocht zij in staat blijken het huis te bouwen in Ilijaš, dan blijft zij daar wonen. Haar oude huis in Bratunac, of de ruïne daarvan, blijft dan onbewoond achter. Hier zal zij geen cent voor krijgen.
Ilijaš is een klein plaatsje ten noordoosten van Sarajevo in Bosnië Herzegovina. In 1991 telde het 25.184 inwoners en naar schatting woonden er in 2002 nog 15.277 mensen. De populatie bestaat uit een meerderheid van 13.401 Bosnische moslims (87.8%) en een minderheid van 1.072 Serviërs (7%) en 644 Kroaten (4.2%). Daarnaast leven er 160 ‘overige etniciteiten’ (1%).
De Nederlandse regering, de gemeente Ilijaš en het ARC International bouwden gezamenlijk het huisvestingproject in het ‘oude Ilijaš’. Slachtoffers van Srebrenica met de speciale status van ‘beschermde getuige’ en slachtoffers van verkrachtingen (vrouwen en mannen) konden hier worden opgevangen. De gemeente Ilijaš zou land vrijmaken en zorgen voor goede infrastructuur en Nederland zou geld doneren om de huizen te bouwen. De appartementen werden in 1999 (eerste fase) en 2000 (tweede fase) opgeleverd.
Mensen kregen voor vijf jaar een woning toegewezen. Daarna werd van hen verwacht dat zij een ander huis konden betrekken of dat zij terug zouden gaan naar hun vooroorlogse huis. Het woningbeleid van het ‘oude Ilijaš’ werd overgedragen aan het gemeentebestuur, zij beslisten de leeggekomen woningen na vijf jaar te vergeven aan sociaal achtergestelden (de mensen die zonder eigendom in Ilijaš in armoede leven).
“Het woningbeleid behelst 62 appartementen van 35 vierkante meter en 62 gezinnen. Tot nu toe zijn er 15 à 16 gezinnen verhuisd en eenzelfde aantal is weer in de woningen getrokken. Twee gezinnen zijn teruggekeerd naar hun gerenoveerde huis in Srebrenica, twee anderen kochten een appartement in Ilijaš en sommigen verhuisden naar een woning die hen werd aangeboden omdat zij een ‘Shahid-gezin’ waren”, vertelt Sulejman Čimpo, hoofd van de afdeling Volkshuisvesting van de gemeente Ilijaš.
“Wij geven de gezinnen alle tijd die ze nodig hebben om te verhuizen”, zegt Sulejman Čimpo. Hij wijst erop dat de Nederlandse donateurs niets meer te maken hebben met deadlines waarop mensen zouden moeten verhuizen. De Nederlandse regering was alleen de eerste vijf jaar betrokken bij het project. Toen zetten zij zich in voor de meest zorgbehoefden (de getuigen, de slachtoffers van verkrachting en de oorlogsinvaliden). Nu beslist de gemeente zelf wie in de appartementen mag wonen. Dat zijn nog altijd grotendeels de mensen uit Srebrenica en een handje vol sociaal achtergestelden.
In 1999 betrokken vijftig gezinnen uit Srebrenica en twaalf beschermde gezinnen die de Nederlandse overheid had aangewezen de huizen in Ilijaš. “Het ministerie van Arbeid, Sociale Zaken, Ontheemden en Vluchtelingen houdt zich strikt aan de wet”, zegt Sulejman Čimpo. “Mensen die weigeren donaties aan te nemen of weigeren terug te gaan naar hun herstelde huis in Srebrenica hebben niet langer de status van ‘ontheemde’. Het ministerie is dan aan hen niet meer verplicht voor huisvesting te zorgen.”
Of dit betekent dat het ministerie deze mensen per se terug naar Srebrenica stuurt terwijl de leefomstandigheden daar erg slecht zijn, er is veel te weinig werk en er heerst zeer negatief nationalisme, antwoord hij; “Het ministerie houdt zich aan de wet, daarbuiten is het niet hun ‘pakkie-an’. Het is hun taak huizen te verschaffen aan mensen zonder woning en om het probleem van de ontheemden op te lossen.”
Hoofd voorlichting van het departement, Samir Mujalo was verantwoordelijk voor het project van 1999 tot en met 2005. Hij vertelt dat mensen zoveel mogelijk geholpen worden. “Het ministerie Volkshuisvesting informeert de bewoners bijvoorbeeld altijd schriftelijk als zij niet langer de status van ‘ontheemde’ hebben. Dit gebeurt als mensen weigeren terug te gaan naar Srebrenica om met donaties hun huis op te bouwen. Daarna heeft de gemeente in principe de plicht de mensen uit te zetten. Kan dat niet direct dan krijgen zij uitstel, in sommige gevallen loopt dit op tot twee jaar.”
“Diegenen die naar verwachting nooit hun huisvesting zelf kunnen regelen kunnen in het appartement blijven voor de rest van hun leven. Niemand zet hen op straat”, stelt Samir Mujalo gerust. Maar toch, ondanks alles denken de vrouwen geen andere keus te hebben dan hun pensioen op te sparen of andere financiële bijdragen te zoeken waarmee zij iets kunnen bouwen. Iets ver weg van Srebrenica. Met de tijdelijke huisvestiging in het ‘oude Ilijaš’ hebben zij alleen wat tijd gewonnen. Vijf jaar later zitten zij nu opnieuw met hetzelfde probleem.