13 februari, 2020 | Auteur: Ena Hadzimurtezic, Nina Klaassen | Trefwoord: nederland
Twintig jaar na de burgeroorlog in Joegoslavië 4: Monitoring
Op 1 januari 2018 telt ons land 87.000 Joegoslaven, waarvan 34.000 er in Nederland zijn geboren. Ook al bestaat Joegoslavië sinds 2006 niet meer, nog steeds wordt deze groep in de media, maar ook in onderzoeken en rapporten, vaak gezien als één geheel. En dat terwijl de onderlinge verschillen enorm zijn. Toch wordt er bijna geen onderzoek gedaan naar deze voormalig Joegoslaven en worden de verschillende groepen nauwelijks benoemd.
Aid Henic woont al zijn hele leven in Nederland, maar is geboren in Bosnië, dat toen nog onderdeel was van Joegoslavië. Hij is lid van een Bosnische jongerenvereniging, waarbij dan ook alleen Bosniërs en geen andere Joegoslaven zijn aangesloten.
“Er zijn wel jongeren binnen onze groep die half-Bosnisch en half-Servisch zijn. En je merkt aan hen weleens dat ze andere opvattingen hebben. Dat gaat dan vooral om de geschiedenis, maar we zijn allemaal gelukkig wel volwassen genoeg om ons dan in te houden. Als er dan onderwerpen zijn die wat gevoeliger liggen, dan wordt dat ook wel aangegeven.”
Iedereen is welkom
“Ik denk dat het anders zou zijn als er meer mensen zouden zijn die half Servisch zijn binnen onze groep. Maar ik denk niet dat dat snel gebeurt. Wij zijn neutraal en iedereen is welkom, maar wij weten ook donders goed dat iemand die niet Bosnisch is nooit bij ons zou komen. Dat is misschien een beetje generaliserend, maar als een Serviër ziet dat er een vereniging is met alleen maar Bosniërs, dan is de kans nul procent dat hij besluit zich bij ons aan te sluiten. Dat weten wij ook allemaal goed. Dat zeggen we nooit, maar iedereen denkt het.”
Maar niet overal is dat het geval. Nedeljko Zedevic zit in het bestuur van de Servische vereniging Sloga, gevestigd in Vlissingen. Zelf identificeert Zedevic zichzelf als een Serviër, maar officieel is hij geboren in Bosnië in een orthdox-christelijk gezin. waar ze orthodox-christelijk zijn. Hij heeft een zwaar accent, maar weet zich goed verstaanbaar te maken. Inmiddels woont hij al 26 jaar in Nederland. Vanaf het begin is Zedevic betrokken bij een vereniging die lange tijd Joegoslavisch was. “Na het uiteenvallen in 2006 zijn wij verder gegaan als een Servische verenging omdat het niet langer logisch was om door te gaan onder een Joegoslavische naam. Maar iedereen is welkom bij ons. Er komen ook Bosnische en Kroatische mensen. Ik heb veel vrienden die uit Bosnië komen.”
Toch leidt dat nooit tot ruzie volgens Zedevic, zelfs niet wanneer het over de oorlog gaat. “Meningen verschillen. En wij weten dat we er altijd anders over zullen denken. Ik ben ook voetbalscheidsrechter en ik zou dit beschrijven als een gelijk spel. We zullen nooit op een lijn zitten, maar we kunnen wel normaal praten over wat er twintig jaar geleden is gebeurd.”
”We zullen nooit op een lijn zitten”
Joegoslaven als groep
In belangrijke rapporten zoals het Jaarrapport Integratie wordt de groep ex-Joegoslaven als één grote groep gezien. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende landen, of tussen de verschillende religies. Joegoslaven worden in Nederland gezien als een groep die goed geïntegreerd is. De arbeidsparticipatie is hoog, de taalbeheersing is goed, en het onderwijsniveau is hoog. Dit resulteerde erin dat de de ex-Joegoslaven als groep al in 2005 uit het Jaarrapport Integratie verdween. Maar een groep die zo complex is, kan die wel zo over een kam geschoren worden?
Jaco Dagevos, bijzonder hoogleraar Integratie en Migratie aan de Erasmusuniversiteit in Rotterdam, hielp meerdere jaren mee bij het schrijven van het integratierapport van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP). “Er is gekozen om de groep als één geheel te behandelen omdat dat makkelijker en minder kostbaar is. Je zou heel veel landen en groepen op kunnen splitsen. Maar die gegevens zijn moeilijk te achterhalen.”
Het CBS bevestigt wat Dagevos zegt: “(Voormalig) Joegoslaven worden vaak als één groep gepresenteerd omdat informatie over de afzonderlijke bevolkingsgroepen van onvoldoende kwaliteit is. Zo zijn personen uit Bosnië-Herzegovina pas sinds 1992 als aparte groep in de bevolkingsregisters te onderscheiden, zodat het CBS in principe alleen personen die na het ontstaan van dit land zijn geboren, tot deze herkomstgroepering kan rekenen. Verreweg de meeste personen uit (voormalig) Joegoslavië staan dan ook geregistreerd met geboorteland Joegoslavië.”
Gebrek aan onderzoek
Dagevos: “Het zou altijd goed zijn om meer onderzoek te doen naar Joegoslaven, maar je moet altijd keuzes maken. Ik ben onderzoeker, dus ik wil altijd meer onderzoeken zien, maar dat kan niet altijd. Ze worden hierdoor wel gemonitord maar niet zo veel als andere groepen die minder goed geïntegreerd zijn. Het risico is inderdaad wel dat, omdat er minder goed zicht wordt gehouden op deze groep, de spanningen en problemen minder snel opvallen.”
Hans Bellaart van het Kennisplatform Integratie en Samenleving gelooft niet zozeer dat het gebrek aan onderzoek betekent dat er ook een gebrek is aan het monitoren van deze groep. “Het feit dat er geen onderzoek wordt gedaan is een signaal, maar hoe je dat moet duiden weet ik niet. Misschien dat het goed gaat en dat er weinig spanningen zijn. Dat er vanuit de gemeentes ook weinig vraag naar onderzoeken over Joegoslaven is. En dat is er kennelijk niet.”
Spanningen aanleiding voor onderzoek
Op maandagavond 7 januari 2019 wordt een Servische kerk in Nijmegen ontruimd nadat er melding wordt gedaan van een mogelijke aanslag. Volgens Bellaart is alleen een heftige situatie zoals deze nu nog een goede reden om onderzoek te doen naar spanningen binnen de groep ex-Joegoslaven. “Dit zou dan misschien wel een aanleiding zijn voor een onderzoek. Stel dat er een aantal Bosniërs zijn met sterke haatgevoelens richting Serviërs. Dan zou dat wel worden opgepikt en dan zou er vanuit het veiligheidsaspect echt wel onderzoek naar worden gedaan. Maar zolang er verder geen problemen zijn binnen een groep, wordt daar ook geen onderzoek naar gedaan. Er moet wel echt een concrete aanleiding zijn.”
“Dat geldt ook voor de Turken in Nederland. Toen er spanningen waren naar aanleiding van de coup poging in juli 2016, hebben we daar ook nog extra informatie over gegeven op onze website. Over hoe groot die verschillen allemaal zijn. Toen waren er ook verhalen over ingegooide ruiten en dat levert dan natuurlijk ook weer spanningen op. Daar heeft het Expertise-unit Sociale Stabiliteit (ESS) zich ook mee beziggehouden om steun te geven aan gemeenten en te laten zien dat deze groepen niet homogeen zijn. Ik denk dat men er nu, in het geval van Joegoslavië, bewuster van is, omdat het tegenwoordig ook echt verschillende landen zijn. En omdat juist die etnische strijd is geweest.”