24 februari, 2011 | Auteur: Ilse Zeemeijer | Beeld: Arne Doornedal | Trefwoord: uganda
Uganda kiest opnieuw voor Museveni, maar er is kritiek
Dit jaar zijn er in Afrika maar liefst achttien presidentsverkiezingen. Vrijdag 18 februari was het de beurt aan Uganda. Yuweri Museveni, de huidige president van Uganda die sinds 1986 aan de macht is, heeft opnieuw de verkiezingen gewonnen met 68,38 procent van de stemmen.
Zijn belangrijkste tegenstander, Kizza Besigye, kreeg 26,01 procent van de stemmen. De zes overige presidentskandidaten speelden met een uitslag variërend tussen de 0,4 en 1,9 procent nauwelijks een belangrijke rol.
Ook in het parlement behaalde de National Resistance Movement (NRM), de partij van Museveni, een ruime meerderheid. Van de 332 parlementszetels – waarvan er 215 direct gekozen zijn en 104 indirect verkiesbaar zijn voor vrouwen, het leger, jeugd, gehandicapten en de vakbonden – zijn er 252 in handen van de NRM.
De partij van Besigye, Forum for Democratic Change (FDC), heeft 29 zetels behaald. Uganda's Peoples Congres (UPC) is de derde grote partij met 12 zetels. Daarnaast zijn er nog 28 onafhankelijke parlementsleden en twee zetels voor JEEMA en CP, twee kleine oppositiepartijen.
Fraude
Toen de verkiezingsuitslag binnen 48 uur door de Kiescommissie bekend werd gemaakt, verklaarde Besigye de uitslag te verwerpen vanwege “fraude, intimidatie en het omkopen van stemmen”. Hij stelde bovendien dat hij Museveni niet zal erkennen als president en kondigde een plan aan om “een einde te maken aan deze onwettige regering”. Hij wil echter eerst de traditionele, religieuze en politieke leiders raadplegen.
Ook Norbert Mao, kandidaat namens de Democratic Party (1,9 procent) verwerpt de uitslag. “Onze vorige pogingen hebben Museveni's grip op de macht alleen maar versterkt. Het is nu tijd om te zeggen ‘Genoeg!”. Mao stelt dat de Kiescommissie nooit legitiem en onafhankelijk is geweest omdat er in de samenstelling in vergelijking met 2006 niets is veranderd. Door deze opzet van Museveni is het volgens Mao vanaf het begin duidelijk geweest dat er geen sprake was van vrije en eerlijke verkiezingen.
Ondanks de beschuldigingen van grootschalige fraude, heeft Besigye, die inmiddels voor de derde keer meedoet aan de presidentsverkiezingen, zijn argument nog niet bij kunnen zetten met harde bewijzen. Eerder verklaarde hij niet voor een derde keer naar het Hooggerechtshof te willen stappen als hij van mening zou zijn dat de verkiezingen gestolen waren door Museveni. Bovendien lijkt het momentum om grootschalig protest aan te tekenen, voorbij te zijn, aldus Daily Monitor.
Kritiek
Onafhankelijke waarnemers verklaren dat de verkiezingen over het algemeen vreedzaam en kalm zijn verlopen. Ondanks een aantal geweldsincidenten en confrontaties tussen rivalen van verschillende parlementsleden. Tijdens de verkiezingscampagne kregen oppositiepartijen de ruimte en vrijheid om zich te verenigen en hun mening te verkondigen.
Dame Billie Miler, hoofd van de waarnemingsmissie van de Gemenebest, concludeert echter dat er geen sprake is geweest van gelijke kansen voor alle deelnemende partijen en kandidaten. En dat het het uitdelen van grote geldbedragen en giften de verkiezingen heeft “verstoord”. Tijdens de verkiezingscampagne heeft het parlement toestemming gegeven voor een aanvullend budget van 602 miljard Ugandese Shillings (meer dan 187 miljoen euro) waarvan een substantieel deel werd toegewezen aan het presidentschap, waar Museveni de controle over heeft. Officiële cijfers laten zien dat de campagne van de NRM meer dan 18,5 miljoen euro heeft gekost, aldus de East African Business Week. En de FDC, de partij van Besigye, zou beschikking hebben gehad over bijna 2,2 miljoen euro, zo meldt de site All Africa.
Ook de voorlopige conclusie van de Europese waarnemingsmissie is kritisch. Ondanks dat de verkiezingen beter zijn verlopen in vergelijking met 2006, zijn de verkiezingen “verstoord” door administratieve en logistieke fouten die voorkomen hadden kunnen worden. Zo gingen veel stembureaus veel later open dan de officiële tijd van zeven uur ‘s ochtends en stonden mensen niet op de registratielijst. Hierdoor is een “onacceptabel” aantal inwoners het recht ontnomen om te stemmen, aldus Catherine Ashton, Hoge Vertegenwoordiger van het Buitenlands- en Veiligheidsbeleid van de Europese Unie.
Ondanks berichten in de media dat er sprake was een ongekend hoog opkomstpercentage, bleek dit uiteindelijk juist lager te zijn dan bij de verkiezingen in 2006. Van de 13.954.129 geregistreerde stemmers heeft slechts 8.272.760 zijn stem uitgebracht, wat uitkomt op een percentage van 59,3 procent. In 2006 lag dit percentage nog op 69,2 procent.