20 november, 2007 | Beeld: Erik Wallert | Trefwoord: europa
Europa sterft uit, de vergrijzing neemt toe
Er lijkt in Europa een tekort te ontstaan, dat een ‘demografisch tekort’ wordt genoemd. Met andere woorden: de vergrijzing steekt de kop op. We worden ouder en ouder, maar blijven in gebreke als het gaat om het krijgen van kinderen.
De bevolking van de Europese Unie is aan het inkrimpen; honderd jaar geleden vormde de bevolking van Europa 15 procent van de wereldbevolking. Dit aandeel zal naar verwachting tot een derde teruggebracht worden tegen 2050, het jaar waarin de wereldbevolking zal bestaan uit zo’n 9,1 miljard mensen. Hier zullen de ontwikkelingslanden dan voor 95% van de totale bevolking voor hun rekening nemen.
Om de bestaande bevolking te vervangen zou een vrouw 2.1 kinderen moeten krijgen. In de EU is dat nu gemiddeld 1.52. De daling in vruchtbaarheid in de laatste decennia werd voorafgegaan door de naoorlogse geboortegolf. De kinderen die toen geboren werden, ook wel ‘babyboomers’ genoemd, stevenen nu af op hun pensionering en zullen financieel moeten worden ondersteund door de werkende bevolking, die in aantal afneemt.
Op dit moment is de gemiddelde leeftijd van de Europese bevolking 39 jaar. Dat kan oplopen tot een gemiddelde leeftijd van 49 jaar in 2050, wanneer meer dan één op de tien Europeanen over de tachtig is. De levensverwachting van mannen en vrouwen neemt toe. Economische, sociale en medische vooruitgang biedt immers de kans langer, comfortabel en veiliger te leven. De vergrijzende bevolking leidt echter tot hogere kosten voor de gezondheidszorg, meer druk op de sociale voorzieningen en het brengt de balans van de pensioensregeling in gevaar.
Bluecard
Momenteel zijn het gemiddeld vier werkenden die ‘opdraaien’ voor het levensonderhoud van een gepensioneerde. In 2050 zullen dat nog maar twee werkenden zijn. Volgens Eurocommissaris Franco Frattini (Justitie) zou het openen van de Europese deuren voor hoog opgeleide immigranten daarvoor een oplossing kunnen zijn. En daarmee zou ook de illegale immigratie kunnen afnemen.
Momenteel zijn het de Verenigde Staten die het grootste deel van de talentvolle arbeiders aantrekken. Zoals Amerika de ‘greencard’ (arbeids- vergunning) heeft, pleit Frattini voor een Europese ‘bluecard’. Op deze manier zou de EU voorzien worden van mogelijk twintig miljoen gespeciali- seerde arbeiders uit landen buiten de EU.
Volgens Lili Gruber (Italië, Sociaaldemocratische fractie PES) zou de invoering van de ‘bluecard’ een stap in de goede richting zijn: “Er is geen twijfel. Er bestaat een grote vraag naar specifieke vaardigheden die van land tot land variëren, maar waaraan in de EU niet kan worden tegemoetgekomen. In deze gevallen is het nodig om onze deuren te openen.” Gruber beklemtoont wel dat het aantrekken van talentvolle mensen in Europa niet moet leiden tot stagnatie van ontwikkeling in het land van herkomst. “Het is noodzakelijk om een gemeenschappelijk status voor de immigranten- arbeiders tot stand te brengen die, met het oog op de vergrijzing, hard nodig is.”
IVF
Voordat Brussel over wil gaan op een groots opgezette immigrantenstroom, is het misschien ook wel van belang wat dichter bij huis te blijven en het probleem te benaderen vanuit een totaal ander perspectief.
Stijn Hoorens, beleidsanalist in de denktank RAND Europe van het Britse Cambridge schreef in 2006 in Trouw het artikel ‘Zet ivf in tegen de vergrijzing’. Daarin stelt hij dat “Europa vergrijst, maar niemand spreekt over de rol van in-vitrofertilisatie (IVF).”
De overheid zou volgens Hoorens kunnen onderzoeken of een vergoeding van IVF het geboortecijfer doet stijgen: “De relatie tussen onvruchtbaarheid en vergrijzing ligt voor het oprapen en bij IVF ligt dan ook een deel van de oplossing. Vergrijzing wordt vooral gezien als een sociaaleconomisch vraagstuk en zou volgens sommige politici ook met sociaaleconomische middelen ‘bestreden’ moeten worden. Maar economische, psychologische en medische factoren liggen vaak ten grondslag aan het feit dat het geboortecijfer daalt. Ongewenste kinderloosheid en uitstel van het ouderschap (al dan niet door maatschappelijke en economische druk, zoals bijvoorbeeld de afweging van carrière kansen en de kosten van kinderen) worden vaak beschouwd als privé-domein, terwijl de gevolgen ervan de hele bevolking raken.”
“Zou je het aantal IVF uitgevoerde cycli per miljoen vrouwen in het Verenigd Koninkrijk, theoretisch verhogen naar het niveau van bijvoorbeeld Denemarken, dan zou het totale vruchtbaarheidscijfer toenemen met 0,04 kinderen per vrouw. Dat is zo’n 20.000 meer kinderen per jaar. Omdat de bestaande bijdrage van IVF op de Britse vruchtbaarheid 0,02 bedraagt, zou de totale invloed op het vruchtbaarheidscijfer van het Verenigd Koninkrijk uitkomen op 0,06 kinderen per vrouw.” Aldus Stijn Hoorens.
In Nederland bijvoorbeeld wordt IVF voor meer mensen steeds beter bereikbaar, omdat drie behandelingen sinds dit jaar volledig worden vergoed. Hoorens gaat er vanuit dat “dit nog steeds niet zal leiden tot de 2.1 kinderen per vrouw, die nodig zijn om de vergrijzing tegen te gaan, maar het is vergelijkbaar met het effect dat het aanmoedigingsbeleid van de kinderbijslag of investeren in kinderopvang heeft. In combinatie met sociaal economische maatregelen wordt een vruchtbaarheidsbeleid dan wel interessant.”
Totale assimilatie van grootse immigratiestromen of het stimuleren van goedkopere en beter bereikbare vruchtbaarheidsmethodes; het is afhankelijk van talloos veel factoren. We zullen maar weer moeten wachten op de conclusie van ‘Papa en Mama Brussel’, zodat Opa en Oma straks niet in de krochten van de maatschappij hoeven te ‘vegeteren’.