27 juni, 2012 | Beeld: Geesje van Haren | Trefwoord: suriname
Verslavingszorg Suriname door de christelijke gemeenschap
Verwaarloosde mannen en vrouwen die verslaafd zijn aan drank, seks, gokken of drugs. Suriname kent veel gevallen van ‘de verstotenen van de maatschappij’. Althans, zo noemt de christelijke stichting Victory Outreach Suriname deze groep. De stichting helpt met haar christelijke geloofsovertuiging de verslaafden te re-integreren in de maatschappij.
Samen met haar man ging de Surinaamse Eline Wiebers dertien jaar geleden van Amsterdam terug naar Suriname. Toen ze daar in aanraking kwamen met de vele verwaarloosde mensen die op straat leefden, vonden ze dat er een Victory Outreach moest komen, een christelijke gemeenschap die de hulpbehoevende mens een hand toereikt. De van oorsprong Amerikaanse kerkgemeenschap bestaat sinds 1967 en heeft inmiddels kerken over de hele wereld. Eline en Robby volgden een speciale training in Amerika om opgeleid te worden tot priester. In 1999 begon het echtpaar Wiebers in Paramaribo met de opvang van mannen en vrouwen bij de vader van Eline thuis. In de gecreëerde ‘home’ boden ze een thuis aan onder anderen prostituees en alcoholverslaafden. En met succes. “Er kwamen direct hopeloze mensen die blij waren dat er iets was. Na drie maanden zijn we verhuisd naar een grotere ruimte”, vertelt Eline.
Verslavingszorg in opkomst
Volgens Wiebers was de nood hoog omdat de verslavingszorg in die tijd nog niet het licht had gezien. “Toentertijd was er in Suriname bijna niets aan hulp voor degenen die maatschappelijk aan de grond zaten. Er was weinig regelgeving op het gebied van drugs en opvang. Wel was er een Nationale Anti Drugsraad in het leven geroepen. De zorg werd onderverdeeld in drie categorieën: groene, gele en rode zorg. Groen betekent voorlichting, geel is interventie en rood is opvang”, legt ze uit. Inmiddels is de verslavingszorg geprofessionaliseerd en bestaan er veel instellingen om verslaafden te helpen en te verzorgen. Maar veel daarvan hebben volgens Wiebers enkel ruimte voor opvang en geen programma om ze te resocialiseren. “Bureau Dak- en Thuislozen haalt bijvoorbeeld mensen van de straat om ze verblijf aan te bieden, maar heeft geen speciaal programma. Verder zijn er nog twee christelijke opvanghuizen, ook zonder inhoudelijk hulpplan.”

Victory Outreach gaat geregeld de straat op. “Met Pasen laten we de mensen van de straat bij ons baden, kleden en knippen en geven we ze een dienst. We proberen samen te werken met andere organisaties. Bureau Dak- en Thuislozen brengt elke zondag hun cliënten naar ons voor een dienst. Mits ze stabiel zijn. Als we activiteiten hebben, nodigen we ze uit. Ik ben blij dat ik dan het geestelijke mag toepassen. Het gaat bij ons tenslotte om de ziel."
Soms is het familie die hulp komt zoeken, soms is het de verslaafde zelf. De kerkgemeenschap gaat ook naar de gevangenis en naar de hoeken van de straat om flyers uit te delen. “Als men in nood zit, komen ze vanzelf naar ons toe. We gaan de drugslocaties in om te flyeren. Ze houden het papiertje, en wanneer ze hun leven zat zijn, staan ze plotseling voor onze deur”, zegt Wiebers. Het maakt volgens haar niet uit wanneer een niet-gelovige bij Victory Outreach aanklopt. “Maar als ze hier komen dan vragen we wel van ze om het geloof aan te nemen.” De verslaafden worden pas opgevangen nadat er een gesprek is gevoerd met Eline. “Je moet hier vrijwillig zijn en meewerken. De motivatie is erg belangrijk. Dat is de key. Als die er is en we hebben ruimte, dan mogen ze in de opvang.”
Cold turkey afkicken
Het programma bij Victory Outreach is onderverdeeld in fases. In totaal duurt het anderhalf tot twee jaar voor de verslaafden klaar zijn om terug te keren in de maatschappij. In het eerste jaar ligt de focus op rehabilitatie, het tweede jaar bestaat uit resocialiseren. Degenen die verslaafd zijn aan drugs, kicken eerst cold turkey af. “Er wordt veel met ze gebeden als de lust weer opkomt. In onze herstelhuizen gaat het ze makkelijk af omdat ze niet getriggerd worden om te gebruiken."
De eerste twee weken zijn onderdeel van de genadefase. “Het is een observatietijd. Ze hoeven niet meteen mee te doen. In die periode moeten ze zich goed voelen en sterk worden. Ze zijn meestal uitgemergeld.” Hierna komt de disciplinefase. “Dagelijkse dingen worden aangeleerd. Op tijd slapen, volgens regels leven, kleden, scheren, baden. Discipline leren staat hier centraal. Deze periode duurt gemiddeld twee maanden. Sommigen doen er een maand over, anderen hebben heel lang op straat geleefd en dan duurt het wel vijf maanden”, licht Wiebers toe.
Wanneer ze er klaar voor zijn staat de karakterfase te wachten. Wiebers: “Ze moeten een levensverhaal schrijven. We gaan er mee aan de slag en voeren gesprekken. We geven lessen als agressietraining en leven met gezag. Waardoor zijn mensen geworden zoals ze zijn? Misschien zijn ze vroeger mishandeld of misschien hebben ze nooit gezag gehad. We gaan naar de kern van het probleem. Waarom ben je gaan roken? Waarom gaan drinken? Hoe ben je op straat beland?”
Elke fase heeft volgens Wiebers zijn moeilijkheidsfactor. “Degenen die niet klaar zijn om cold turkey af te kicken, willen weer weg uit de opvang. Ook trekken sommigen de disciplinefase niet. Ze zijn niet gemotiveerd en willen niet dat er aan ze gesleuteld wordt”, verklaart ze. Het kan ook nog misgaan op het einde van het traject. In deze ‘geestelijke fase’ krijg je verantwoordelijkheid en vrijheid. “De cliënten hebben dan zakgeld en zijn soms overmoedig. Op dit punt is de verleiding groot om terug te gaan naar hun oude plek”, zegt ze over de reden van terugval. “Het zijn continu de keuzes die zij zelf maken. In het begin is het doorzettingsvermogen, aan het einde ligt de beslissing bij jou. Je hebt de hele weg afgelegd, wat ga je nu doen?”
Aan het werk
Degenen die in de eindfase van het Victory Outreach-programma zijn beland, kunnen langzaam weer aan het werk. “We werken samen met twee christelijke bedrijven. Zij geven ons werkopdrachten. Met een vierde deel van het salaris betalen ze de kosten voor de inwoning bij Victory Outreach. Diversen cliënten blijven hangen bij het bedrijf, maar sommigen kiezen voor een cursus omdat ze geen scholing hebben.”
Het begeleiden van de mensen die hulp nodig hebben, is niet het makkelijkste wat er bestaat. “Het is zwaar, het is ondankbaar. Ze schelden je uit als ze hun zin niet krijgen. Maar ik vind het een eer en zegen dat ik dit mag doen. Ik zie dat kapotte levens weer gaan gelden en dat geeft me voldoening. Je hebt de kans om iemand die op straat leeft te helpen. Samen met God bouw ik aan een nieuw leven voor ze. Het geeft nieuw bestaan.” Wiebers is nog lang niet van plan te stoppen.