20 augustus, 2014 | Auteur: Kimberley van Heiningen | Beeld: Kimberley van Heiningen | Trefwoord: indonesie
Plastic recycling biedt Bantar Gebang kans op groene toekomst
Bantar Gebang is de grootste vuilnisbelt van Zuidoost-Azië en ligt zo’n dertig kilometer van Jakarta, in het plaatsje Bekasi. Het stadsbestuur van Bekasi is de overlast van de stortplaats meer dan zat en dreigt de afvalberg te sluiten. Maar de vuilnisbelt is ook de thuisbasis van zo’n 5000 Javanen. Het investeren in het recyclen van plastic biedt Bantar Gebang en haar inwoners de kans op een groene toekomst, misschien wel de enige toekomst.
Het is haast niet voor te stellen dat de rijstvelden van Bantar Gebang ooit net zo groen waren als die op de rest van Java. Of dat er überhaupt ooit rijstvelden zijn geweest op deze plek. De honderd hectare aan bergen afval is inmiddels zo immens dat er regelmatig aardverschuivingen plaatsvinden waarbij tientallen werkers om het leven komen. Op Bantar Gebang leven duizenden ratten en miljoenen vliegen; gezondheidsproblemen zijn de orde van de dag. Het krijgen van tering is slechts één van de vele risico’s van het vak.
Gezondheidsproblemen zijn voor de inwoners echter nog de minste zorg. Het stadsbestuur van Bekasi is de puinzooi namelijk meer dan zat. Bantar Gebang zou zo'n 25 jaar geleden een tijdelijke oplossing zijn voor het afval van Jakarta, maar is uitgegroeid tot de grootste stortplaats van Zuidoost-Azië. Dat is nooit de bedoeling geweest en daarom dreigt het stadsbestuur de plek te sluiten, dit tot grote angst van de bewoners.

Het gezin van Sari woont op de vuilnisbelt. Zij woont hier al bijna haar hele leven met haar familie. Haar kinderen en man verzamelen plastic, zij regelt de simpele Indonesische hap voor tussendoor. Samen met zo’n 5000 andere Javanen noemt Sari de stortplaats ‘thuis’. Velen van hen waren vroeger rijstboer, maar rijst oogsten kan niet het hele jaar en op Bantar Gebang is altijd wel iets waardevols te vinden. Voor Sari is de mogelijke sluiting van de vuilnisbelt een reële angst die ze bijna niet onder ogen durft te komen. “Als de stortplaats sluit, waar moet ik dan naartoe? In Jakarta zitten ze echt niet op ons te wachten. Zolang wij kunnen blijven en plastic kunnen sorteren, zitten we goed. We verdienen niet veel, maar het is thuis”, vertelt Sari.
Een tot de nok toe met plastic gevulde mand levert aan het eind van de dag minimaal 1,50 euro op. De Wereldbank trekt de armoedegrens bij twee dollar per dag (ongeveer 1,50 euro, red.), de opbrengst is dus zeer gewenst geld voor de bewoners. De inhoud van zo’n mand verkopen zij aan de plaatselijke recyclefabriek of aan de recyclebedrijfjes die zich op en rond de vuilnisbelt hebben gevestigd.
Investeren in plastic
Eni is een goedopgeleide Indonesische vrouw die tussen de vuilnisbeltwerkers meteen opvalt in haar nette zwarte jurkje. Als een filmster paradeert zij tussen het afval door. De geur ruikt zij allang niet meer. Iedere dag reist zij op en neer tussen het noorden van Jakarta en Bantar Gebang. Eni is een pientere dame die verrassend goed Engels spreekt, een zeldzaamheid op deze plaats. Haar echtgenoot is gespecialiseerd in recycling en heeft haar de opdracht gegeven toezicht te houden over dit proces op Bantar Gebang. Hij reist veel en trekt investeerders naar de stortplaats door het geven van presentaties en het netwerken bij bedrijven die graag willen investeren in recycling. Deze potentiële investeerders, maar ook geïnteresseerde Westerse toeristen, leidt Eni graag rond.
“Er is veel winst te behalen bij het investeren in recycling op Bantar Gebang”, vertelt Eni. “Als het afval vanaf het begin wordt gesorteerd, kan vijftig procent gerecycled worden en zo’n veertig procent nog worden omgezet in compost. Dit betekent dat er maar tien procent van het afval hoeft te vergaan. Om negentig procent van het vuilnis te kunnen recyclen, moet er geïnvesteerd worden in een grootschalig recyclesysteem. Zo’n systeem kan vooral worden ingezet voor het omzetten van plastic in schuimrubber, dat weer gebruikt kan worden in autobanden, schoenzolen en dergelijke. Dit creëert werkgelegenheid voor mensen die hier wonen en ruimt de afvalberg beetje bij beetje op. Bantar Gebang moet zichzelf opruimen om overzichtelijker en minder gevaarlijk te worden. Zo geven we Bantar Gebang en haar inwoners niet alleen een groenere toekomst, maar überhaupt een toekomst”, luidt het praatje van de Indonesische.

Recyclen van plastic
Voorlopig moet de stortplaats het doen met slechts één fabriekje. Het gebouwtje heeft een dak, maar de muren zijn aan één kant open. De giftige rookdampen die tijdens het recycleproces ontstaan, verdwijnen zo ongefilterd de buitenlucht in. “Wat we hier doen is nog altijd beter dan het plastic eeuwen laten liggen op deze plek", aldus Bimo, de baas van de fabriek. "In Jakarta wordt afval niet gescheiden, maar hier is afval de toekomst. De vuilnisbeltwerkers sorteren het vuilnis en brengen het plastic hier naar toe. Nu kan het tenminste opnieuw gebruikt worden.” Er werken zo’n tien mensen in de fabriek. Sommige van hen beschermen zichzelf met een mondkapje, anderen ademen de giftige lucht gewoon in.
Bimo haalt zijn schouders op. ”De wens om groener te worden door duurzamer en op grotere schaal te recyclen is er natuurlijk, maar de oude technieken en materialen maken dit voorlopig nog onmogelijk.” In zijn ouderwetse machines pruttelt ondertussen het vloeibare plastic: een dikke brei die er alles behalve herbruikbaar uitziet. Toch tovert dit een goedje een glimlach op het gezicht van Bimo.
“Kijk.” Hij wenkt naar de rij machines en legt het recyleproces, dat enkele dagen in beslag neemt, verder uit. Kleine korreltjes 'nieuw' plastic zijn het eindresultaat. Deze zijn klaar om elders verder verwerkt te worden en een tweede leven te leiden. De materialen om de korreltjes zelf verder te verwerken zijn er nog niet. Toch is Bimo niet ontevreden: hij en zijn mannen maken zo’n dertig procent winst op deze eerste stap in het recyclen van plastic.
Het begin van een groener Bantar Gebang is er, maar verloopt stroef. Voor Eni blijft het moeilijk om op grote schaal investeerders te trekken. “De regering heeft haar prioriteiten niet bij het welzijn van de vuilnisbeltbewoners liggen of het terugwinnen van de natuur”, vertelt ze. “Daardoor is er binnen Indonesië bijna geen support vanuit de regering en zijn veel mensen nog niet echt bezig met recyclen. Als de mensen in Jakarta zouden leren sorteren, kunnen we hier al veertig procent meer recyclen. Het bruikbare deel van het afval is nu vaak te vervuild als het eenmaal op deze stortplaats is aangekomen. We proberen het imago van Bantar Gebang aantrekkelijker te maken voor potentiële investeerders door zelf letterlijk te investeren in groenvoorziening door bijvoorbeeld het planten van papaja. Ik hoop dat dit gaat helpen Veel investeerders zien nu maar één fabriekje en honderd hectare aan puinzooi. Dat helpt niet echt mee.”