5 september, 2008 | Auteur: Geesje van Haren | Beeld: Geesje van Haren | Trefwoord: nederland

Werkgever betaalt mee bij misstanden

Werkgevers zijn voortaan aansprakelijk voor het niet correct handelen van malafide uitzendbureaus. Vorige week werd dit wetsvoorstel, van minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en minister Hirsch Ballin van Justitie, goedgekeurd door de ministerraad. Benadeelden kunnen vanaf nu hun loon opeisen bij het uitzendbureau óf bij het bedrijf dat hen heeft ingehuurd. Vooral Poolse werknemers hebben baat bij de nieuwe wet. 

Stukje bij beetje worden Poolse werknemers in Nederland beter behandeld. De werkwijze van malafide uitzendbureaus en de huisvestingproblematiek moesten tot nu toe vooral door de branche zelf en door de vakbonden worden aangekaard. Die zelfregulering gaat zeer langzaam. Hoewel de afgelopen twee jaar een aantal grote stappen is gezet, hebben vakbonden en werknemers nog voorbeelden te over waaruit achterstelling blijkt. Polen worden niet eens behandeld als tweederangs burger.

“Ik sprak er net weer twee die op papier het minimumloon verdienen, maar daar was hun vakantiegeld niet bijgeteld. Zij missen gewoonweg structureel twintig procent van hun loon”, zegt Wim Baltussen van de FNV op de Poolse banendag in Leiden. Reinier Steens van de Amstelland Uitzendcentrale vertelt desgevraagd over zijn oogst van de dag aan schrijnende verhalen. “Ik sprak zojuist drie schilders die met veel te veel mensen in een huis wonen. Hun bedden worden 24-uur per dag beslapen door verschillende mensen na elkaar. Ik ken verhalen van mensen die niet eens op een matras sliepen en ook hoorde ik over mensen die wekenlang in hun auto woonden.”

Trucs om weinig te betalen

Het zijn geen verhalen uit de oude doos. Over deze misstanden horen mensen die met Polen werken nog elke dag. De vakbonden, werkgeversorganisaties en gecertificeerde uitzendbureaus zijn de strijd aangegaan voor de goede omgang met de Oost-Europese werknemer. Wat is het probleem?

Wim Baltussen geeft een praktijkvoorbeeld: “Laatst kreeg ik een klacht van een Poolse man. Hij werkte via een Gronings uitzendbureau bij een appelschilbedrijf in Sevenum. Dat bedrijf viel onder het CAO Groothandel in Levensmiddelen.

Zijn vrouw was zwanger en hij werd opgeroepen om op zondag te komen werken. Daar had hij niet zo’n trek in, want zijn vrouw was niet zo lekker die dag. Maar als hij een toeslag zou krijgen wilde hij wel gaan werken.

‘Helaas’, zeiden ze van het uitzendbureau. ‘Toeslagen, daar doen wij niet aan’. Volgens het CAO Groothandel in Levensmiddelen heeft iedere werknemer recht op 200 procent toeslag als er op zondag gewerkt wordt, ook uitzendkrachten.”

In Nederland werken zo’n 100.000 Oost-Europeanen. Zeker tachtig procent van hen komt uit Polen. Volgens de uitzendbureaus – die hun werknemers in februari 2008 hadden geregistreerd bij het UWV- zijn er zo’n 35.000 Polen werkzaam als uitzendkracht in Nederland. In deze branche worden veel fouten gemaakt in beloning, werktijden en toeslagen. De koppeling tussen het CAO van de sector waarin de Polen te werk gaan en de afspraken die zij maken met het uitzendbureau kent vele gaten.

‘Het deugt niet, tenzij’, met deze lijfspreuk bemiddeld Wim Baltussen namens de FNV in conflicten tussen werkgevers en werknemers. “De nieuwste truc van uitzendbureaus is moeilijk opspoorbaar. Hij werd nu ook weer toegepast bij de appelschiller: Volgens het CAO Groothandel in Levensmiddelen bedraagt een werkweek gemiddeld 36 uur. Op de loonstrook van de Poolse man werd met het minimumloon gerekend van zo’n € 8,23 per uur. Maar dat is het minimumloon van een 40-urige werkweek en dus te weinig. Op basis van zijn 36-urige werkweek moest dat loon omhoog.”

Volgens Baltussen komt deze truc de laatste tijd steeds vaker voor. “Op papier, de loonstrook en de bankafschriften van de werknemers staat netjes het minimumloon. Het lijkt dus in orde, maar als je dan gaat praten met mensen en vraagt hoe lang ze werken, wat ze verdienen, of ze op tijd krijgen uitbetaald, of ze vakantiegeld krijgen en vakantiedagen, of ze doorbetaald krijgen bij ziekte en toeslagen krijgen voor overwerk enzovoorts. Dan is het antwoord bijna altijd ‘Nee’. Kaal het minimumloon, meer krijgen ze niet.”

Veel betrokken organisaties

De uitzendbranche kent drie koepelorganisaties. De Vereniging van Internationale Arbeidsbemiddelaars (VIA), de Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen (NBBU) en de Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU). Afhankelijk van óf een uitzendbureau is aangesloten bij een organisatie en bij wélke, wordt bepaald wat buitenlandse werknemers te wachten staat. De NBBU en de ABU hebben ieder apart een CAO (Collectieve arbeidsovereenkomst) met eigen richtlijnen en de VIA hanteert bij gebrek aan een eigen CAO die van de ABU.

De drie organisaties hebben in 2006 de handen ineen geslagen en een aanpak bedacht waardoor hun leden zich als bonafide uitzendbureau goed kunnen onderscheiden van malafide organisaties. De afspraken zijn samengevat in een betrouwbaarheidsnorm, waarop de Stichting Normering Arbeid (SNA) toeziet. Deze norm heet de ‘NEN 4400’.

Het komt erop neer dat uitzendorganisaties die lid zijn van de drie koepelorganisaties worden getoetst of “hun (personeels)administratie op orde is, dat zij op tijd voldoende loonheffingen en/of omzetbelasting afdragen en dat hun medewerkers gerechtigd zijn om arbeid in Nederland te verrichten.” Voldoen zij aan deze regels dan mogen zij zichzelf een gecertificeerde onderneming noemen.

Alle gecertificeerde ondernemingen staan gepubliceerd op de website normeringarbeid.nl. Daar kunnen bedrijven bij het inhuren van een uitzendbureau checken of de onderneming in orde is of niet. In juni 2008 stonden er ruim 1.600 gecertificeerde ondernemingen op de lijst. Dat dekt nog lang niet de markt aangezien er vermoedelijk zo’n 5.000 à 6.000 uitzendbureaus zijn die zich niet hebben laten keuren. “Iedere gek kan een uitzendbureau beginnen”, zegt Wim Baltussen. “Het probleem is alleen dat ze dat ook allemaal doen.”

Om Polen en andere Oost-Europese werknemers voorlichting te geven over het verschil tussen het ene en het andere uitzendbureau organiseerden een aantal bonafide ondernemingen en de vakbonden afgelopen weekend hun tweede Poolse banendag. De stands in de Groenoordhallen in Leiden werden druk bezocht. Op de banendag werd niet alleen over werk gepraat.

Huisvestingsproblematiek

Evenredig aan onderbetaling en lange werktijden ligt de problematiek van huisvesting. Reinier Steens van de Amstelland Uitzendcentrale roept er twee Poolse meisjes bij “Jullie woonden toch met twintig mensen in één huis?”

“Ja”, knikken de meisjes. “Gelukkig zijn we daar weg.”  

Steens pakt zijn promotiemap. Hij laat foto’s zien van vrijstaande huizen in het Westland. “Deze kunnen mensen huren voor 75 euro per week”, zegt hij. “Ieder heeft hier een eigen kamer en allerlei goede faciliteiten. Zo pakken wij het aan. Wij willen positief met de mensen omgaan.”

De vraag is of Polen 75 euro per week willen betalen. Uitzendbureau OTTO Workforce biedt op een voormalig kazerneterrein net over de Duitse grens ook huisvesting met eigen kamers, voor 60 euro per week. Maar daar klaagden de uitzendkrachten al over een te hoge prijs. Het kan voor hen een reden zijn om liever met een ongecertificeerd uitzendbureau, met alle risico’s van dien, te werken zodat ze later in Polen meer geld overhouden.

De nieuwe wet geeft een klein duwtje in de rug dit te voorkomen. Volgens het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid “krijgen bedrijven door aansprakelijkheid meer belang bij het werken met een gecertificeerd uitzendbureau”, en krijgen “uitzendbureaus er meer belang bij zich te laten certificeren omdat het voor bedrijven aantrekkelijker wordt om met hen zaken te doen.” Zodra uitzendbureaus zich laten certificeren en lid worden van de ABU krijgen ze te maken met de ABU-CAO waarin een huisvestingsparagraaf is opgenomen. Volgens deze afspraak dienen zij zich in te spannen voor ‘goede en veilige huisvesting van buitenlandse werknemers’.

Het is voor de Nederlandse economie belangrijk dat de huisvestingsproblematiek flink wordt aangepakt omdat het kabinet anders geen vrij werknemersverkeer vanuit Bulgarije en Roemenië zal toelaten. Met de lage werkeloosheid van het moment is er wel veel behoefte aan die werknemers. Dit najaar moet het kabinet hierover een standpunt innemen. Wim Baltussen verwacht niet dat de grenzen met die landen open gaan. “De mensonterende omstandigheden waar de grote steden nu mee kampen is voor de Nederlandse gemeenten reden om het kabinet te wijzen op hoeveel er nog moet gebeuren. Huisvesting en sociale veiligheid zijn belangrijke onderwerpen binnen dit thema, die moeten eerst opgelost worden.”

Arbeidsmigratie is van alle tijden

De regering overweegt een pas op de plaats te maken om te voorkomen dat er met Polen en daarna met de Roemenen of Bulgaren niet opnieuw problemen ontstaan die in Nederland eerder hebben gespeeld met groepen arbeidsmigranten. “Arbeidsmigratie is van alle tijden. Het is erg belangrijk dat het zichtbaar wordt. Wij zien geen Polen, wij zien nummerborden. En zelfs op de werkplek willen wij Polen niet zien staan. Zij hoeven de taal niet te leren spreken en worden weggemoffeld. De woonkazernes van OTTO doen absoluut denken aan de Spaanse barakken van vroeger. Onze omgang met Polen is precies hetzelfde als met Turken, Marokkanen of Spanjaarden”, zegt Wim Baltussen. 

Veel organisaties houden zich met de Polenproblematiek bezig, zij hebben ontzettend veel regels ingesteld en toch blijft een overvloed aan problemen en gaten in de regelgeving bestaan. Handhaving van de regels is daarom erg belangrijk. Hiervoor is de Stichting Naleving CAO Uitzendkrachten (SNCU) in 2005 opgericht. De SNCU kan iedere uitzendorganisatie die het CAO voor Uitzendkrachten zou moeten naleven verzoeken de administratie open te leggen. Die wordt gecontroleerd en daarnaast kan de SNCU controles op de werkvloer uitvoeren.

“In eerste instantie spoort de stichting deze ondernemingen aan de CAO te volgen. Ondernemingen zijn verplicht hun volledige medewerking aan de SNCU te verlenen. Als dit geen resultaat heeft, zullen zij via de rechter gedwongen worden tot naleving en medewerking. De stichting heeft tegen verschillende ondernemingen al een rechtszaak aangespannen”, beschrijft de SNCU, ook wel de ‘CAO-politie’ genoemd. Zij hebben op dit moment 30 lopende rechtszaken en wonnen in juni 2008 hun elfde rechtszaak tegen een malafide uitzendbureau. In totaal hadden zij toen al 2,6 miljoen euro aan boetes opgelegd aan tientallen organisaties.

De stichting werkt op basis van meldingen. Zij is dan ook zeer afhankelijk van naamsbekendheid en mond-op-mond reclame onder slecht behandelde werknemers. Op de Poolse banendag staat hun stand in het middelpunt in de Groenoordhallen. Niemand kan om de SNCU heen. Zij hebben al meer dan vijfhonderd dossiers behandeld en hebben bij zo’n 150 bedrijven gecontroleerd. Het lijkt te helpen want de helft van de uitzendbureaus die flinke overtredingen hadden begaan, hebben achteraf aangetoond wel volgens de CAO te kunnen werken.

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.