25 november, 2009 | Auteur: Mandy Bollegraf | Beeld: Bianca de Wit | Trefwoord: nederland
Woningnood Haagse migrantenkerken groeit
“Voelen we ons goed? Voelen we ons gezegend?” De voorganger van de Antilliaanse New Song kerk in Den Haag loopt energiek met een microfoon door het kleine klaslokaal waarin ongeveer vijftig kerkgangers zijn samengekomen. Ze juichen in antwoord op zijn vragen.
Het contrast is groot. De zondagse viering is uitbundig, gospels klinken lang en luid, er wordt gedanst op kleurige pumps en mensen vallen in extase op de grond tijdens hun gebeden. Toch gaan er achter deze kerkdienst hoofdbrekende financiële zorgen en grote woningnood schuil.
New Song, van oorsprong Curaçaos, heeft in Den Haag ruim honderd leden. Er passen maximaal 75 van hen in het lokaal dat ze op dit moment van een basisschool huren. In haar vijftienjarig bestaan in Nederland is de evangelische kerk al veertig keer verhuisd naar een andere locatie.
“Zet ons in een tent in de regen en we komen nog, voor de heer”, zegt voorganger Fernandy Jak. Maar ook hij is moe van het verkassen. En hij is niet de enige: Den Haag telt meer dan honderd migrantenkerken en tientallen daarvan zijn op dit moment op zoek naar een nieuwe locatie.
Het gebrek aan huisvesting is op dit moment nog prangender omdat de snelweg ‘de Rotterdamsebaan’ over industrieterrein de Binckhorst zal lopen. Juist hier zijn veel migrantenkerken in oude bedrijfsgebouwen neergestreken. Dit probleem staat al jaren op de gemeentelijke politieke agenda, en er zijn vergevorderde plannen om ‘kerkverzamelgebouwen’ neer te zetten.
Maar om daar in terecht te komen moet huur betaald worden, en migrantenkerken zijn arm. Ze hebben weinig tot geen bronnen van inkomsten en leden hebben niet veel te besteden. De Congolese gemeenschap Olangi Wosho is een voorbeeld van een genootschap dat door de komst van de Rotterdamsebaan dakloos wordt.
Olangi Wosho is een spirituele gemeenschap die wereldwijd aanhangers heeft. In de kerk draait het vooral om de ontwikkeling van vrouwen. De kerkgangers worden begeleid door een echtpaar, in Den Haag zijn dat Isaac David en ‘mamam’ Elysée. Zij leiden de zondagsdienst in een kale kantoorruimte waar plastic stoelen in rijen zijn gezet.
Het gaat er heftig aan toe, er wordt schreeuwend gebeden, en urenlang gedanst. Waar de kerkdiensten zich moeten voortzetten als ze uit de huidige locatie worden gezet weet nog niemand. Olangi Wosho in Den Haag is arm, de kerk leeft van giften van bekenden.
Veel Haagse migrantenkerken dromen van een eigen gebouw. De Zuid-Koreaanse methodisten kregen het voor elkaar, zij kochten een oude Katholieke kerk in Leidschendam, wat mogelijk werd door donaties uit Zuid-Korea. Toch is het onderhoud van de Yi Jun Vredeskerk duur. Alle honderd kerkleden staan tien procent van hun inkomen af.
De lunch na de zondagse dienst bestaat uit sneetjes brood met appelstroop. Meer kunnen ze zich niet veroorloven. Maar net als bij New Song en Olangi Wosho, wordt er tijdens de dienst vol overgave gezongen en gebeden. Het lijkt alsof ze hun kopzorgen even opzij kunnen zetten.
Niet alleen in Den Haag kampen migrantenkerken met huisvestingsproblemen. Ook in andere steden zoals Amsterdam, Rotterdam en Utrecht missen migrantenkerken een goed dak boven hun hoofd. Het loket voor migrantenkerken dat in samenwerking met de gemeente Den Haag is opgezet is wel uniek.
Door het steunpunt ‘migrantenkerken (z)onder dak’ hebben al veel gemeenschappen een plek gevonden in de kerkgebouwen van Nederlandse kerkelijke gemeenten. Nu die markt verzadigd is probeert het steunpunt andere oplossingen te zoeken, onder meer door in gesprek te gaan met makelaars en de gemeente Den Haag.