11 september, 2020 | Auteur: Irene Hollebrandse | Beeld: Irene Hollebrandse | Trefwoord: bosnie-herzegovina
Ontruiming kamp Vucjak Bosnië: 'Aan slachtoffers geen gebrek'
Na internationale kritiek is op 10 december 2019 het tentenkamp Vucjak in Bosnië gesloten. Het kamp had een tijdelijke oplossing moeten zijn van de wanhopige lokale politici. Nu het kamp is ontruimd zijn de spanningen in het politiek verdeelde land, maar vooral in de noordwestelijke regio dat grenst aan Kroatië, enorm toegenomen. De burgemeester daar voelt zich aan zijn lot overgelaten door de regering, zijn stadsgenoten zijn de eindeloze stroom van vluchtelingen zat en humanitaire organisaties zoals IOM kunnen niet snel handelen door de trage besluitvorming vanuit de overheid.
Op de smalle kronkelende weg richting Vucjak kamp worden we tegengehouden door de politie. Het is spannend of we worden doorgelaten, want tijdens de ontruiming van het tentenkamp twee dagen geleden waren journalisten niet welkom. Wanneer de agenten horen dat we eerder deze week al bij de burgemeester zijn langs geweest laten ze ons zonder problemen doorrijden. Het is al bijna donker en ontzettend koud als we uitstappen en het bizarre tafereel op ons laten inwerken. Helemaal opgeruimd, zoals de burgemeester beloofde,‘AAN SLACHTOFFERS GEEN GEBREK’ is het totaal niet. Het terrein ligt bezaaid met achtergelaten spullen en verwoeste tenten van de ruim 700 mensen die hier tot eergisteren verbleven. De grens van Kroatië is dichtbij, maar de gure wind en de vallende avond maken de bergen tot donkere dreigende silhouetten. En terwijl ik het steeds kouder krijg en rondstruin over het terrein doet de geur mij vermoeden dat ik in het ‘toiletgebouw’ beland ben, door de regen van de afgelopen dagen is het niet helemaal duidelijk of ik nu tot aan mijn enkels in de modder of in de menselijke uitwerpselen sta. Wanneer ik mij omdraai zie ik vanuit het enige vervallen gebouwtje op het terrein een rookpluimpje komen. Daar aangekomen sta ik voor de neus van Jasir(18), Hamid(17) en Fareed(24), die mij verrast aankijken. Vanmorgen zijn ze door de Kroatische politie teruggeduwd, vertellen ze. Terug in Bosnië nadat ze ruim 10 dagen al lopend door de bossen en bergen Italië probeerden te bereiken. Tot hun grote verbazing treffen ze bij terugkomst een verlaten Vucjak aan.

Tussen alle achtergelaten spullen vinden ze nog wat eten en ze bieden mij een kopje warme thee aan. Het plan? Morgen gaan ze lopend naar Bihac, de dichtstbijzijnde stad 10 kilometer ten westen van het verlaten kamp. Ze hopen op een plekje in een van de overvolle kampen in de omgeving. Daar willen ze aansterken en zich klaar maken voor een volgende poging om West-Europa te bereiken. Maar nu drinken we thee en vertellen de jongens over hun telefoon die is afgepakt door de Kroatische grenspolitie, de koude nachten in de bergen en waarom niet ze niet in Bosnië willen blijven.
53.236 migranten
In de afgelopen twee jaar zijn er volgens UNHCR 53.236 migranten, asielzoekers en vluchtelingen gearriveerd in Bosnië. Het grootste deel van deze groep komt het land binnen door illegaal de grens over te steken vanuit Servië. Maar vertrekt ook weer. Op dit moment verblijven er 8.000 mensen in Bosnië die afhankelijk van zijn van humanitaire hulp. Voor ruim 3.000 van deze mensen is er geen plek in de kampen, die worden gerund door International Organization for Migration (IOM) in opdracht van de Bosnische regering. Uit nood verblijven veel van de doorreizende vluchtelingen en migranten in verlaten gebouwen en parken. En tot voor kort ook in het onofficiële kamp Vucjak, vlakbij de stad Bihac en nog geen 5 kilometer bij grens met Kroatië vandaan. Vucjak was het basiskamp van de ‘the game’, zoals de migranten en vluchtelingen het noemen, de start van de vaak zware tocht richting Trieste in Italië.
Sinds 2015 heeft Hongarije op haar zuidelijke grens een muur gebouwd van ruim 500 kilometer lang. Deze muur sluit de grens met Servië, Kroatië en Slovenië hermetisch af en daardoor lijkt de route door Bosnië de enige route met de grootste kans van slagen. Ondanks dat de meesten het niet in een keer redden en vaak te maken krijgen met gewelddadige Kroatische grenspolitie, blijven de migranten en vluchtelingen komen. De stad Bihac is daarom sinds twee jaar een belangrijk verzamelpunt voor veel doorreizende migranten en vluchtelingen geworden omdat vanaf daar de route door Kroatië het kortste is.
De inwoners van Bihac hebben veel last van alle doortrekkende reizigers. Omdat ze niet van plan zijn om in Bosnië te blijven, komen ze alleen in de stad om spullen en eten in te slaan voordat ze door Kroatië trekken. Op straat probeer ik in gesprek te komen met de lokale bewoners, bijna niemand wil mij te woord staan. Een aantal mensen vertelt dat ze bang zijn vanwege ervaringen of verhalen over diefstal en geweld door vluchtelingen. En in veel restaurants en winkels zijn de reizigers niet welkom. ‘No immigrants’ hangt er op de deur. Eén restaurant in de stad verwelkomt wel vluchtelingen, maar dan in een aparte ruimte, omdat anders de lokale inwoners wegblijven en dat zou het einde van dit restaurant betekenen.

Mijnenvelden
Om de druk op de stad en haar inwoners te verlichten verzocht burgemeester Suhret Fazlic de politie om iedereen naar Vucjak te brengen. Tot twintig jaar geleden was deze plek een stortplaats voor afval en de locatie wordt omgeven door mijnenvelden uit de burgeroorlog die nog geen dertig jaar geleden ten einde kwam. Vanwege de slechte condities, die werden verergerd door heftig winters weer, werd er aan de bel getrokken door NGO’s en kwam er Europese druk waardoor het kamp op 10 december werd gesloten. Burgemeester Fazlic heeft geen goed woord over voor de Europese Commissie en haar oproep om Vucjak te sluiten. Hij vindt de locatie van het kamp prima. “Het is hypocriet en alleen maar symboolpolitiek. Mijnenvelden heb je overal in Bosnië, het is al twintig jaar geen vuilstort meer, dus dan blijft alleen de reden over dat het te dicht bij de grens met Kroatië is. Zonder Vucjak hebben we migranten voor ons stadskantoor, voor de moskee, op begraafplaatsen en in parken. Want dat was de situatie een jaar geleden.” Ik spreek de burgemeester een dag na de sluiting van Vucjak en hij is er zeker van dat binnen korte tijd de helft van de 750 mensen weer terug zal zijn in Bihac. Alledrie de kampen in de omgeving van de stad zitten vol, dus wanneer er meer mensen arriveren in zijn stad zal hij de politie opnieuw opdragen om ze naar Vucjak te brengen.
Wanneer ik een dag later op het station van Sarajevo sta te wachten op mijn trein naar Bihac zie ik een groep doorreizende Afghanen. Hun uitrusting verraadt dat het noorden van Bosnië niet hun eindbestemming is. In de trein blijkt de voorste coupé bestemd te zijn voor alle migranten en vluchtelingen op doorreis. Ik spreek met mannen uit Marokko, Algerije, Pakistan en Afghanistan. Tijdens de acht uur durende treinreis worden bij elke stop nieuwe migranten en vluchtelingen doorgestuurd naar de eerste coupé. En waar ik bij elke stop een luchtje mag scheppen en uitgelachen wordt door de conducteurs wanneer ik stukje hardloop over het perron, wordt het onze medepassagiers uit de eerste coupe verboden om naar buiten te gaan. Op mijn vragen over de situatie halen de conducteurs hun schouders op. Wanneer een van hen mij eindelijk te woord staat geeft hij aan dat de inwoners van Bosnië niet in een coupe met migranten willen zitten. ‘Ze maken veel lawaai, kleden zich om en dat vinden mensen niet prettig.’ Ook weet hij mij te vertellen dat ze hoogstwaarschijnlijk voor aankomst in Bihac door de politie uit de trein worden gehaald. ‘Ik weet niet waarom ze in Sarajevo treinkaartjes aan hen verkopen, want de kampen in de regio van Bihac zitten vol. Dus de politie haalt ze al bij een eerder treinstation uit de trein om ze vervolgens weer 800 kilometer zuidwaarts naar Sarajevo te sturen.’
De conducteur krijgt gelijk. Op een klein station in een ogenschijnlijk uitgestorven dorpje worden ze uit de trein gehaald. Een medewerker van het Deense Rode Kruis vangt ze op met flesjes water en een snack voordat ze in een politiebus worden afgevoerd. Niemand wil vertellen waar ze naartoe worden gebracht.
Trage politieke besluitvorming
Net voordat hij op zijn vrije zaterdag met zijn dochter op stap gaat wil Peter Van der Auweraert, coördinator van IOM Bosnië Herzegovina, ons bij de ingang van zijn hotel te woord staan. Ondanks zijn drukke week oogt hij ontspannen. IOM runt in opdracht van de regering alle kampen in het land, maar dat is vanwege het verdeelde politieke klimaat geen gemakkelijke taak. ‘De politieke besluitvorming hier is ontzettend traag. Dat is de samenvatting van de situatie hier in Bosnië. Sinds januari 2019 pleiten wij voor betere condities en meer accommodaties.’ Volgens Van der Auweraert is het voor niemand een verrassing dat er nu niet voldoende capaciteit is om iedereen op te vangen. Al sinds het voorjaar van 2019 zijn er dagelijks gemiddeld 7000 migranten in het land en vanwege het winterse weer is het te gevaarlijk om de bergen op de grens met de Kroatië te doorkruisen en wachten nu veel mensen tot de winter voorbij is. ‘De Europese Unie heeft begin dit jaar al gezegd dat er geld beschikbaar is om nieuwe locaties op te zetten’, zegt hij.
In november 2019 kreeg IOM twee locaties toegewezen om nieuwe kampen in te richten. Maar na inspectie door het technische team van IOM bleek op een van de locaties nog niet geëxplodeerde mijnen in de grond te zitten. ‘Volgens experts duurt het vier tot vijf weken om die mijnen te verwijderen. Maar we zijn in Bosnië, dus dat duurt hoogstwaarschijnlijk twee tot drie maanden.’ De andere toegewezen locatie is een oude militaire barak in Blažuj, net buiten Sarajevo. Omdat er na toewijzing van deze plek nog lang gewacht moest worden op vergunningen om te kunnen verbouwen is deze locatie nog niet gereed. Na de sluiting van Vucjak zijn er uit nood alvast 250 mannen naar Blažuj gebracht, maar er zijn nog onvoldoende faciliteiten. In de toekomst moet er in de oude barak 1.000 mensen kunnen verblijven. ‘En dat is geen oplossing voor de mensen die we nu moeten verplaatsen vanuit het verschrikkelijke tentenkamp Vucjak in de heuvels van Bihac’, volgens Van der Auweraert.
Burgemeester Suhret Fazlic wil ook graag praten over zijn ‘favoriete onderwerp’ de Kroatische grenspolitie. Vucjak is het resultaat van de houding van Europese Unie, maar dat is niet het enige probleem volgens hem. ‘Tijdens mijn jachttrips ben ik al een keer een groep Iraniërs tegen gekomen. Hun mobiele telefoons waren afgepakt en ze waren geslagen door de Kroatische politie voordat ze werden teruggestuurd naar Bosnië. Ik ben zelfs gewapende Kroatische politie tegen gekomen diep op Bosnisch grondgebied. Wat kan ik doen om dit op te lossen? Ik ben hier niet verantwoordelijk voor.’

‘Beleid vanuit Brussel’
Zijn beschuldigingen aan het adres van de Kroatische politie worden ondersteund door internationale organisaties zoals Amnesty International. In een rapport dat de organisatie begin 2019 uitbracht spreken ze van “systematische, onrechtmatige en vaak gewelddadige pushbacks” en stelt het de EU mede verantwoordelijk. Ook het Border Violence Monitoring netwerk documenteert en publiceert al jaren over politiegeweld langs de buitengrenzen van de EU in de westelijke Balkan. Hun netwerk bestaat uit vrijwilligers en verschillende organisaties die zich bezigheden met vluchtelingen in Zuidoost-Europa. De BBC sprak in de zomer van 2019 met een Kroatische politieagent die zegt aan de zogeheten ‘pushbacks’ te hebben deelgenomen. Maar tot nu toe is er geen actie ondernomen en lijkt het geweld alleen maar toe te nemen. “Vanuit Bihac hebben we al heel lang gewaarschuwd over dit probleem. Maar als burgemeester heb ik hier niks over te zeggen. Er is geen goede samenwerking tussen de verschillende regio’s en landelijke overheid komt niet met een plan. IOM werkt in opdracht van de overheid en wij hebben uit noodzaak Vucjak gerealiseerd en gefinancierd. Het enige wat ik nu kan doen is er naar kijken en huilen. Dit is niet alleen de houding van Kroatië, dit is beleid vanuit Brussel’, sluit hij af.

De ochtend na mijn bezoek aan Vucjak is het buiten wit, de eerste sneeuw voor deze winter is neergedaald. Ik besluit nog een keer terug te gaan in de hoop Jasir, Hamid en Fareed te kunnen spreken voordat ze hun reis vervolgen. De taxichauffeur is verbaasd dat ik naar het kamp wil en noemt de plek hoofdschuddend het Srebrenica van deze regio. ‘De situatie is niet eerlijk voor ons. Heel Europa weet wat hier in de oorlog is gebeurd en nu laten ze ons in de steek. Ik geloof niet meer in het politieke systeem. Ik stem nog wel, maar dezelfde mensen winnen elke keer weer. Daarom ben ik gestopt met het geloven in verandering.’ Tot mijn verbazing blijken de jongens bij aankomst nog te slapen. Met alle achtergebleven spullen is het ze gelukt om toch een warm plekje te maken op deze ijzige plek. Ik wacht tot ze wakker zijn en ben onder de indruk van hun daadkracht. Na tien dagen lopen was de grens met Slovenië bijna in zicht, maar de Kroatische politie was ze dit keer te slim af. Ze willen terug naar Sarajevo om te overwinteren, zodra de sneeuw weg is en het weer beter is gaan ze het nogmaals proberen.
De burgemeester van Bihac voelt zich in de steek gelaten en vindt dat zijn inwoners de slachtoffers zijn van slecht beleid. ‘Ik ben niet degene die een plan moet hebben, het ministerie moet een plan hebben.’ Humanitaire organisaties zoals het IOM missen ook een visie van zowel de lokale als nationale overheid en kunnen, ondanks het beschikbare geld vanuit de Europese Unie, door slome politieke besluitvorming niet voldoende accommodaties in gereedheid brengen. Of dat de bewering van burgemeester Suhret Fazlic klopt over dat de locatie van het kamp, dicht bij de grens van Kroatië, de hoofdreden is van de evacuatie van Vucjak, zal de Europese Unie nooit bevestigen. Tijdens een bezoek aan Bosnië in november 2019 liet het hoofd van de delegatie van de Europese Unie Johan Sattler weten dat hij in gesprek met de burgemeester, premier, leden van de regering en de commissaris van politie nogmaals heeft gevraagd om de sluiting van Vucjak. ‘De locatie heeft geen faciliteiten en is onaanvaardbaar als het gaat om hygiëne, om nog maar te zwijgen over de omliggende gebieden waar nog mijnen liggen’, aldus Johan Sattler.