15 april, 2026 | Auteur: Imke Kleingeld | Beeld: Imke Kleingeld | Trefwoord: griekenland

Alle dagen wachten in kamp Mavrovouni op Lesbos

De wind is er al voor de dag begint. Binnen in de krappe tenten en containers van het kamp Mavrovouni blijft het geruis overheersen. Het is hier nooit stil. Witte rijen containeronderkomens, met daartussenin waslijnen behangen met wapperende kleren in allerlei kleuren, vormen en maten, verschaffen onderdak aan een diverse groep mensen, vooral uit landen als Afghanistan, Soedan, Jemen, Somalië, Eritrea en Palestina. De 1000 huidige bewoners van het Mavrovouni kamp op Lesbos wachten hier op de beslissing over een verder verblijf in Europa. 

Een ding heeft iedereen in het kamp gemeen: de plek die voor hen ooit als thuis was, is dat al een hele tijd niet meer. Hetgeen dat de doorslag gaf te migreren, leidde tot een leven in dit kamp. Mavrovouni is een voormalig militair schietterrein, dat in een rap tempo in gebruik werd genomen nadat in 2020 het voormalige kamp Moria door een brand verwoest werd. 

De dagen vloeien hier in elkaar over. Wachten staat centraal.


De ruïnes van Moria liggen op een paar kilometer afstand van kamp Mavrovouni. Bijna alle restanten van het voormalige kamp dat op het drukst bezette punt 20.000 mensen telde, zijn weggevaagd. Alleen een paar grote muren staan nog overeind. Aan de kust van Lesbos, het derde grootste eiland van Griekenland, arriveren al sinds 2015 af en aan rubberboten met veelal mensen die noodgedwongen moesten vluchten.

Storm op komst
Morgen zullen er weer meer mensen aankomen, want er is storm op komst. Hoe slechter het weer, hoe minder actief de kustwacht is op het water, dus hoe groter de kans om per rubberboot de oevers van dit eiland te bereiken. 

Tegen de achtergrond van de onrustige, turquoise blauwe zee, rennen kinderen op hun slippers over de hobbelige ondergrond van keien. Bijna een derde van alle bewoners van dit kamp is kind, ruim 300 minderjarigen. Hun stemmen klinken licht en snel. De taal van de jeugd is hier Turks, want veel gezinnen woonden na hun vertrek uit bijvoorbeeld Afghanistan even in Turkije. Daar gingen de meeste kinderen een tijdje naar school. 

Twee jonge jongens duwen een van roest verkleurde fiets vooruit; het voorwiel ontbreekt. Het kolderieke duo is de onbevangenheid zelve. Om de beurt springen ze op het frame, zichzelf vastklampend aan het zadel, terwijl de ander hartstochtelijk duwt. De jongens lachen ondeugend als ze vallen. Telkens opnieuw. Verderop zit een meisje dromend naar de harde grond te staren. Met haar voetjes begraven onder het grind, tilt ze haar hand op en laat hem langzaam deinen op de wind. 

Wegen
Alle wegen op dit terrein lijken op elkaar. Ze zijn omringd door ofwel een hoge betonnen muur of de zee. De paden buigen onverwacht af of eindigen tegen een rij containers. Sluipweggetjes ontstaan waar veel gelopen wordt. Vanaf de poort bij de ingang duurt het ongeveer een half uur om te voet de andere kant van het kamp te bereiken. Straatnamen bestaan hier niet. Verdwaald raken gebeurt ongemerkt. De enkeling die haast heeft gebruikt de tentnummers voor richting. Deze zijn met blauwe graffiti naast elke deur gespoten. Voor anderen vormt de moskee een herkenningspunt: een groen, roodkleurig bouwwerk in het midden van het kamp, gemaakt van osb-platen en pallets. 

Het dragen van een zonnebril is hier hard nodig. Het wit van de containers en tenten maakt het grind nog witter. Zonlicht weerkaatst van de zee naar de muur waarmee het kamp is omsloten en andersom. Wit wordt samen ultrawit. Ook het opwaaiende stof doet de ogen verblinden, het prikt. Er is hier geen groen; geen boom, geen plant, geen natuurlijke schaduw. Met oogleden samengeknepen tot spleetjes en een voorhoofd in de frons, heeft menig passant een norse uitstraling. 

Wachten
Leven in kamp Mavrovouni is allesbehalve hygiënisch. Verdwaalde etensresten liggen verspreid in het grind. Prullenbakken raken sneller vol dan ze geleegd worden. Die geur went niet. Eén keer per dag in de ochtend staan de bewoners van het kamp in de rij voor hun ontbijt, lunch en avondeten. Verpakt in plastic krijg je de drie maaltijden tegelijk uitgedeeld. In het kamp zijn er geen koelkasten. Wie bederf wil voorkomen, eet alles meteen op. Op verschillende plekken staan rijen toiletten en douches. Uit de kranen komt meestal koud water, als ze het doen. Op veel douches ontbreekt de knop; ze worden losgedraaid en doorgegeven. Nergens zijn douche knoppen van zoveel waarde. Wie er een heeft, kan wachten tot de zon de leidingen heeft verwarmd in de hoop op een paar minuten lauw water. Voor de enkele werkende douche vormt zich een rij, zoals bij zoveel in het kamp. Wachten in een rij is onderdeel van het ritme van de dag. 

Een broekspijp die te drogen hangt, draait rusteloos om zijn as. Alsof hij wil ontsnappen. Dan breekt er plots een lijn. De vrouw die het ziet gebeuren rent zo hard als ze kan achter de fladderende kleding aan. Even later keert ze terug met haar armen vol halfdroge was. Ze schudt het stof eruit en hangt alles weer op in het inmiddels goud gloeiende licht van de zon. De lijn zakt door, maar hij houdt. Haar buurvrouw schenkt thee en knikt de vrouw bemoedigend toe. Nog even en de zon zal ondergaan. Dan zal de blauwe lucht met paars-grijze wolken, donker kleuren. De schaduwen worden langer. De lucht trekt dicht. Morgen zal de dag opnieuw beginnen, even langzaam als hij eindigt.

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.