10 juni, 2019 | Auteur: Ena Hadzimurtezic, Nina Klaassen | Beeld: Ena Hadzimurtezic | Trefwoord: nederland

20 jaar na de burgeroorlog in Joegoslavië: De Drie  

In voormalig Joegoslavië leefden na 1945 drie grote bevolkingsgroepen samen onder de strakke communistische leiding van Josip Broz Tito: katholieke Kroaten, islamitische Bosniakken/Bosniërs en orthodoxe Serviërs. Na de dood van Tito in 1980 ging het snel bergafwaarts en in 1991 begon een burgeroorlog tussen de verschillende groepen, die eindigde in 1999, met duizenden doden, gewonden en een verscheurd land als resultaat.

Volgens cijfers van het CBS woonden er in 2018 87.000 mensen met een Joegoslavische achtergrond in Nederland. Hun onderlinge verschillen zijn nog steeds groot, ook al is een groot deel van hen hier geboren. Nina Klaassen en Ena Hadzimurtezic spraken met een aantal jongeren en belichten in een reeks artikelen hoe ze met elkaar omgaan.

Aflevering 2: De Drie

De ouders van Aldina Jahovic (22) komen uit Bosnië, die van Stefan Milosevic (21) uit Servië en de ouders van Melanie Rebic (22) zijn afkomstig uit Kroatië. Alle drie zijn het kinderen van vluchtelingen uit voormalig Joegoslavië. Ondanks dat zij hier in Nederland geboren en opgegroeid zijn voelen zij zich niet helemaal Nederlands. De burgeroorlog in Joegoslavië heeft sporen achtergelaten, niet alleen bij hun ouders die de oorlog van dichtbij hebben meegemaakt, maar ook bij hen. Aan de burgeroorlog is twintig jaar geleden een einde gekomen, toch worden ze er nog steeds door achtervolgd.

Tijdens een tafelgesprek spreken ze over hun etnische verschillen en overeenkomsten, veroorzaakt door een conflict waar zij zelf niet bij betrokken waren.

Uit elkaar gedreven groepen

Aldina wacht thuis op Stefan en Melanie en wordt gaandeweg een beetje zenuwachtig. Ze realiseert zich dat er twintig jaar geleden een einde is gekomen aan de burgeroorlog in Joegoslavië. De tijd vliegt. Ze weet niet wat zij van het gesprek van vandaag moet verwachten. Hoe diep zit het? Komt er ruzie? Gaan er mensen huilen? Zijn ze het juist met elkaar eens? Ze weet het niet. Dan gaat de deurbel. Aldina doet open en Stefan en Melanie lopen naar binnen. Eenmaal binnen biedt Aldina hun wat te drinken aan. “Ga maar alvast zitten. Ik ga nog even naar de wc,” zegt Aldina.

Daar zitten ze dan. Ze spreken dezelfde taal, luisteren naar dezelfde ‘Joego’ muziek, hebben haast dezelfde gewoontes en mentaliteit. Alleen hebben zij niet hetzelfde geloof. De Kroatische Melanie is katholiek. De Servische Stefan is orthodox en Aldina is een islamitische Bosniër. Hoe is het mogelijk dat het geloof deze drie groepen zo erg uit elkaar heeft gedreven?

“Eigenlijk is geloof niet de reden waarom wij uit elkaar zijn gedreven. Politici hebben dit gedaan. Na de dood van Tito zijn er mensen aan de macht gekomen die nooit aan de macht hadden mogen komen,” zegt Aldina.

Stefan: “Ik ben het eens met Aldina. Kijk, Joegoslavië werd in de tijd van Tito megasterk. Maar ik denk niet dat alleen de politici in Joegoslavië hebben gezorgd voor de val van dit land. De NAVO heeft hier ook zeker een grote rol in gespeeld.”

Het Westen heeft Joegoslavië verwoest

Het excuus van ‘het Westen heeft Joegoslavië verwoest’ komt ter tafel. Voordat Aldina Stefan de vraag kan stellen wat hij hiermee bedoelt, geeft hij al antwoord: “Kijk, Joegoslavië was een land waarin iedereen het goed had, iedereen werkte, het onderwijs was gratis, de economie was top. Joegoslavië streed zelfs tegen racisme. Dus nee, geloof is echt niet de reden waarom dit land uit elkaar is gevallen. Maar de westerse landen konden het niet hebben dat Joegoslavië zo succesvol aan het worden was.”

Melanie: “Ja dat is zo. Maar wij waren ook dom om te geloven dat we het zonder elkaar beter zouden hebben. Kijk hoe de mensen daar nu leven. Het is echt te triest voor woorden. Als we gewoon met zijn allen sterk waren blijven staan dan kon het Westen niet tegen ons op.”

Stefan lacht en zegt cynisch: “Moet jij nodig zeggen, Kroatië was na Slovenië het eerste land dat de onafhankelijkheid wilde uitroepen.”

Melanie: “Heel grappig, maar ja klopt. Dom.” Aan haar gezicht is te zien dat ze de opmerking niet waardeert, ook al was het een grapje.

Op de vraag of zij zich echte Joegoslaven voelen blijft het lang stil.  Aldina denkt na. Het getik van de klok op de achtergrond leidt haar af. Stefan is haar voor met antwoorden. Hij zegt weifelend “Ja”.

Aldina twijfelt of zij de vraag eerlijk kan beantwoorden, want negen van de tien keer voelt zij zich geen Joegoslaaf: “Het ligt aan het moment, maar toch voel ik me vaker gewoon Bosnisch. Als ik bijvoorbeeld zie dat een orthodoxe voetballer die uitkomt voor het Bosnische voetbalelftal een tattoo zet met het hoofd van de grootste oorlogsmisdadiger, die duizenden islamitische Bosniërs heeft vermoord, dan word ik wel echt boos. Ik vind dan ook dat hij uit het elftal moet. Ik kan me dan niet één voelen met zo’n persoon, ondanks dat ik weet dat duizenden orthodoxe Serviërs dat ook niet goedkeuren.“

Stefan: “Maar dat is toch iemands persoonlijke keuze? Als ik Hitler op mijn arm wil tatoeëren dan doe ik dat toch ook lekker. ”

Dit antwoord had Aldina niet verwacht. Ze kijkt hem boos aan en zegt: “Nee. Dat heet provoceren.”

Voordat Stefan kan reageren op Aldina, reageert Melanie: “Ik snap Aldina wel. Het is inderdaad provoceren, want het is echt onnodig om fan te zijn van iemand die zoveel mensen heeft vermoord. Maar om terug te komen of ik mij Joegoslaaf voel. Ik wil me graag Joegoslaaf voelen, want het Bosnisch, Kroatisch of Servisch zijn, zegt gelijk of je islamitisch, katholiek of orthodox bent en dat vind ik eigenlijk best naar. Je hebt moslims uit Servië die zeggen dat zij Bosnisch zijn, omdat zij anders direct als orthodox worden gezien. Dat is toch gek? De afkomst ‘Joegoslaaf’ wordt tenminste niet echt verbonden aan een geloof.”

Opvoeding in Nederland

Aldina neemt een slok van haar thee en vraagt zonder erbij na te denken of zij zich ook kunnen vinden in de Nederlandse cultuur. Ze zijn tenslotte alle drie in Nederland geboren.

Melanie: “Ja, de Kroatische cultuur is zeker een deel van mij, maar de Nederlandse cultuur ook. Ik plan bijvoorbeeld graag dingen van tevoren, dat doen ze in Kroatië echt niet.”

Stefan lacht: “Ja klopt. Heb ook het idee dat ze in de ex-Joegoslavische landen veel luier zijn. Ze hebben geen werk, maar wel geld om drie keer per dag koffie te gaan drinken.”

Aldina lacht: “Ja erg is dat, hè? Ze denken ook dat wij hier in Nederland een fontein in onze tuin hebben staan, waar geld in plaats van water uitkomt. Ze beseffen gewoon niet dat wij hard werken voor de dingen die wij bezitten.”

Stefan: “Klopt, maar als je echt naar cultuur kijkt, ben ik door mijn ouders meer Servisch opgevoed dan Nederlands. Bij ons thuis wordt er nog steeds alleen Servisch gepraat. Ik en mijn zus praten onderling wel veel Nederlands, maar met onze ouders praten we alleen Servisch. Ook vieren wij niet de katholieke kerst zoals in Nederland, maar gewoon de orthodoxe. Door de jaren heen hebben mijn ouders wel gezien dat ik een mix ben van twee culturen, daar hebben zij verder nooit problemen mee gehad.”

“Mijn ouders hebben mij ook totaal niet Nederlands opgevoed, ze hebben zelfs geprobeerd te voorkomen dat ik de Nederlandse cultuur aantrekkelijker zou vinden”, zegt Aldina. “Thuis spreken wij ook alleen Bosnisch. We eten Bosnische gerechten. Ik mocht op mijn achttiende niet uit, terwijl mijn Nederlandse vriendinnen dat wel mochten. Vriendjes hebben voor mijn achttiende was ook een no go. Wat ik wel echt mooi vind aan de Bosnische, Kroatische en Servische cultuur, is dat we veel geven om familie. Terwijl de meeste Nederlandse mensen hun achterneven niet eens kennen, kennen wij zelfs onze achter-achter-achterneven.”

Stefan: “Nederlanders zijn veel individualistischer dan wij. Bij ons is het een schaamte om je moeder uiteindelijk naar een bejaardenhuis te sturen. Je hoort haar bij jou in te laten wonen en zelf te verzorgen. Ik vind dat wel mooi.”

 

“Als je voor je zesentwintigste niet getrouwd bent, denken mensen dat er iets mis is met je”

Terwijl Stefan naar de wc gaat, blijft Aldina alleen over met Melanie. “Ga jij veel om met voormalig Joegoslavische jongeren? Of meer met Nederlanders?” vraagt Melanie. Aldina kijkt naar het vriendschapsbandje om haar pols en antwoordt met een glimlach: “Mijn beste vriendin is ook Bosnisch. Eigenlijk is zij de enige persoon met dezelfde cultuur waar ik mee om ga. Wij dragen samen dit armbandje. Verder ga ik om met een Turkse en een Armeense meid. En jij?”

Melanie: “Mijn vriendinnen zijn voornamelijk Nederlands. Ik heb inderdaad ook een Turkse vriendin, maar ik heb geen Kroatische, Bosnische of Servische vriendinnen. Vroeger wel, alleen vind ik dat er te veel gedoe bij komt kijken. Ik heb het idee dat al die meiden onderling het elkaar heel erg misgunnen, dus heb ik besloten afstand te nemen van mijn voormalige Joegoslavische vriendinnen.”

“Ik begrijp je wel. Ik heb om die reden ook de vriendschappen tussen mij en mijn andere Bosnische vriendinnen verbroken,” antwoordt Aldina.

Stefan komt terug en mengt zich gelijk in het gesprek: “Dat misgunnen is zeker een vrouwending. Ik heb dat nooit gemerkt bij mijn Servische en Bosnische vrienden.”

Melanie: “Dat denk ik ook, ze maken vaak ruzie over jongens. Iedereen wil trouwen met iemand van hun eigen afkomst, waardoor de keuze in jongens in Nederland beperkt is. Ik denk echt dat daar de ruzies door ontstaan. Plus, meiden van rond de tweeëntwintig vinden dat hun ‘klok’ tikt en dat ze zo snel mogelijk iemand moeten vinden om een toekomst mee te kunnen beginnen. Bah, verschrikkelijk.”

Aldina bevestigt wat Melanie zegt: “Je hebt echt gelijk. Er hangt een grote druk van trouwen op ons. Als je voor je zesentwintigste niet getrouwd bent, denken mensen dat er iets mis is met je. Maar als een Bosnische man op zijn zesentwintigste gaat trouwen dan wordt dat weer gezien als ‘te jong’.”

Melanie: “Ja, dat is zo naar! Maar verwachten jullie ouders ook dat jullie met iemand gaan trouwen van je eigen afkomst? Dus Aldina jij met een Bosnische man en Stefan met een Servische vrouw?”

Zonder na te denken geeft Stefan meteen antwoord: “Nee, bij mij thuis is dat geen issue. Ik mag trouwen met wie ik wil. Tuurlijk hebben mijn ouders altijd gezegd dat het verstandiger is om te trouwen met iemand van je eigen etnische groep. Maar daar luister ik echt niet naar. Ik heb een lange tijd een Bosnisch meisje leuk gevonden, maar zij wilde het nooit proberen met mij, omdat ik Servisch ben. Dus ja er zijn genoeg mensen die wel graag met iemand willen trouwen van hun eigen etnische groep.”

Stefans antwoord raakt Aldina, omdat zij iemand is die graag wil trouwen met iemand van haar eigen etnische groep. “Ik ben één van die mensen. Ik wil graag trouwen met iemand van mijn eigen etnische groep,” antwoordt zij.

Stefan: “Dan ben je echt gewoon te conservatief man.”

Aldina slaat met haar hand op tafel. Niet heel hard, maar ze lijkt er zelf van te schrikken: “Hoezo? Ik heb genoeg gemengde huwelijken in mijn familie die in het begin perfect leken totdat deze stelletjes kinderen kregen. Genoeg bewijzen dat het mooi is als het werkt, maar negen van de tien keer werkt het niet.”

Stefan: “Nee, dat is iets wat je vanuit huis hebt meegekregen.”

Stefan lijkt overal een weerwoord op te hebben. Het is heel moeilijk om de waarheid op tafel te gooien, maar toch doet Aldina het: “Ja, misschien ook wel. Kijk, in mijn familie zijn doden gevallen tijdens de oorlog. Ik zou het niet over mijn hart krijgen om met iemand van de ‘andere kant’ te trouwen, wetende wat mijn familie heeft doorstaan. Ik kan mijn ouders dat niet aan doen.”

Melanie begint te snikken. Aldina kijkt haar aan en vraagt haar of het wel goed gaat. “Ja,”

Stefan zegt lachend: “Waarom rollen er dan tranen over je gezicht?”

“Omdat ik het eens ben met Aldina. Ik trouw liever ook met een Kroaat. Het zit allemaal nog wel diep en dat raakt mij. Wij zijn een generatie die tijdens de oorlog geboren is, maar niets hebben meegemaakt en toch laten we ons zo erg beïnvloeden door alles wat er gebeurd is. Net hadden we het erover hoe erg onze culturen op elkaar lijken en nu komen we erachter dat we niet met elkaars etnische groep zouden willen trouwen,” zegt Melanie met een snik in haar stem.

Stefan rolt met zijn ogen: “Spreek voor jezelf, ik zou wel kunnen trouwen met iemand van jullie etnische groep. Het ligt aan de sterkte van je karakter, als je een open-minded mens bent dan kan alles. Als je in dat conservatieve wereldje van jullie blijft hangen, dan kan het inderdaad niet.”

Geschiedenis en toekomst

De spanningen lopen op tijdens het gesprek over gemengde huwelijken. De sfeer is killer.

Een goed moment voor een ander onderwerp: De geschiedenis van de oorlog.

“Hebben jullie eigenlijk ooit wat geleerd over de oorlog op school?” vraagt Aldina.

Stefan: “Nee, eigenlijk niet. Het is dat ik in de klas zat, toen mijn naam werd opgenoemd tijdens de aanwezigheidscontrole. Toen heeft de docent mij vragen gesteld en de klas globaal uitgelegd wat er gebeurd is. Maar alles wat ik erover weet heb ik zelf opgezocht of gehoord van mijn vader.”

Melanie sluit zich aan bij zijn antwoord: “Voor mij geldt precies hetzelfde. Omdat ik een achternaam heb die op –ic eindigt wist mijn geschiedenisdocent dat ik uit voormalig Joegoslavië kom. Hij heeft toen inderdaad ook in het kort uitgelegd wat er is gebeurd tijdens die oorlog.”

Aldina kan zich vinden in hun antwoorden. Zij heeft  op de middelbare school namelijk ook niks geleerd over de oorlog: “Denken jullie dat we dit wel horen te leren hier?”

Weer antwoordt Stefan als eerste. Het lijkt wel alsof hij al zijn antwoorden voorbereid heeft. “Ja tuurlijk. Het is een oorlog die zo vlakbij heeft plaats gevonden, maar de details van de oorlog hoeven we niet persé te leren. Zoals wie voor de Serviërs oorlogsmisdadigers zijn en wie voor de Bosniërs of Kroaten. Bosniërs, Serviërs en Kroaten zijn het toch niet eens over feiten van de oorlog,” zegt hij.

“Ik ben het niet eens met je antwoord. Tuurlijk moeten de mensen weten wie de oorlogsmisdadigers zijn. Oorlogsmisdadiger Ratko Mladic is veroordeeld tot levenslang dus ik vind wel dat hij in de geschiedenisboeken terug moet komen als oorlogsmisdadiger,” zegt Aldina.

Melanie blijft stil.

Stefan lacht weer: “Dit bedoel ik dus. Dat hij in jouw ogen een oorlogsmisdadiger is, betekent niet dat hij dat ook in mijn ogen is. Ja, hij heeft verschrikkelijke dingen gedaan, maar dat heeft Naser Oric ook gedaan.”

Melanie is er klaar mee en zegt al snel: “Zullen we het gewoon niet over de oorlog en over al die negatieve dingen hebben. We hebben zoveel meer overeenkomsten. Het is gewoon zonde dat die overeenkomsten vervagen door een gebeurtenis die zo overbodig was. Wie is er nou uiteindelijk beter van geworden? Kroatië niet. Bosnië niet en Servië ook niet.”

De namen van drie personen zijn gefingeerd. Niet omdat ze hun verhaal niet durven te vertellen, maar vanwege de reacties die sommige van hun voormalige landgenoten zouden hebben.

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.