14 mei, 2019 | Auteur: Ena Hadzimurtezic, Nina Klaassen | Beeld: Ena Hadzimurtezic | Trefwoord: nederland
20 jaar na de burgeroorlog inJoegoslavië: De Servische en de Bosniër
In voormalig Joegoslavië leefden na 1945 drie grote bevolkingsgroepen samen onder de strakke communistische leiding van Josip Broz Tito: katholieke Kroaten, islamitische Bosniakken/Bosniërs en orthodoxe Serviërs. Na de dood van Tito in 1980 ging het snel bergafwaarts en in 1991 begon een burgeroorlog tussen de verschillende groepen, die eindigde in 1999, met duizenden doden, gewonden te betreuren en een verscheurd land als resultaat.
Volgens cijfers van het CBS woonden er in 2018 87.000 mensen met een Joegoslavische achtergrond in Nederland. Hun onderlinge verschillen zijn nog steeds groot, ook al is een groot deel van hen hier geboren. Nina Klaassen en Ena Hadzimurtezic spraken met een aantal jongeren in Nederland met verschillende Joegoslavische achtergronden en belichten in een reeks artikelen hoe zij met elkaar omgaan.
Aflevering 1: Het huwelijk van de Servische Jelena met de Bosniër Senad.
Jelena Djordjevic komt samen met haar zus naar Nederland met de bedoeling om een paar jaar te blijven. Het loopt anders. De oorlog in Joegoslavië breekt uit en haar plannen veranderen. Het is 1993 als de Servische Jelena in Amsterdam haar neef ontmoet. Haar ouders hebben wat van haar spullen naar Nederland gestuurd en samen met haar zus komt ze die ophalen. Haar neef staat haar op te wachten bij het Centraal Station. Het is zoals altijd druk, maar haar ogen vangen de blik van Senad Hodzic, de man die met haar neef is meegekomen. Hij is een Bosnische vluchteling, die als een van de eerste Joegoslaven naar Europa vluchtte tijdens de burgeroorlog. Jelena en Senad worden verliefd en nu, ruim 25 jaar later, hebben ze samen twee, inmiddels volwassen, kinderen.
Stroopwafels
“Wij zaten in het café waar ik in die tijd elke avond ging stappen”, zegt Senad. “Dat was in de straat tegenover mijn huis. Toen hoorden we dat er werd geschoten. Het was voor iedereen eigenlijk een beetje een onbekende situatie. Wat gaat er gebeuren, wat gaat iedereen doen? Het leek uit het niets te komen,” vertelt Senad wanneer hij terugdenkt aan het uitbreken van de oorlog.
Als je de familie Hodzic-Djordjevic nu samen aan tafel ziet zitten, lijkt dit trauma goed verborgen. Jelena schenkt thee en zet een bordje met zes stroopwafels op tafel. In een ander schaaltje heeft ze wat chips gelegd voor later. Dochter Irma (19) schuift meteen aan bij haar ouders, terwijl oudste zoon Dani (21) nog aan het studeren is voor een proefwerk. Het gezin woont tegenwoordig in een rijtjeshuis in Apeldoorn en op het eerste gezicht verraadt niets hun achtergrond. Senad is een rustige man, die met een soort afstand over een moeilijk deel van zijn leven vertelt. Hij vertelt verder:
“In de aanloop naar die gebeurtenissen zelf was er al oorlog in Kroatië. Ik woonde toentertijd dertig kilometer van de grens af. We konden het horen als daar bombardementen waren. Dat ging de hele dag door, elke dag weer. Het was een beetje een rare situatie. Begon de oorlog nou? Het leek wel een film. Vier dagen lang werd er geschoten op straat. Niemand mocht naar buiten. Je zat gewoon opgesloten in je eigen huis.”
“Je zat opgesloten in je eigen huis”
Na die vier dagen moest Senad van het leger gaan werken in een krachtcentrale buiten de stad. “Nadat ik daar een aantal dagen had gewerkt, kreeg ik te horen dat iedereen in mijn stad moest gaan vechten voor het Servische leger”. Een dag later vluchtte Senad het land uit.
Jelena maakt kort oogcontact met haar man voordat ze scherp invalt “Hij moest op moslims schieten”. Senad groeide zelf op als islamitische Bosniër, maar religie speelde geen belangrijke rol in zijn leven. Met de spanningen van de oorlog kwamen er verschillende etnische groepen tegenover elkaar te staan. De katholieke Kroaten, de orthodox-christelijke Serviërs en de islamitische Bosniërs waren plots elkaars vijanden, terwijl ze jaren daarvoor vreedzaam met elkaar leefden.
Senad schudt zijn hoofd. “Ik was ook weggegaan als ik voor de andere kant had moeten vechten. Het gaat er meer om dat ik geen kant kon kiezen. Voor mij bestond er geen Servische kant, maar ook geen Bosnische kant. Ik behoorde bij de Joegoslaven, maar die kant bestond niet meer. Iedereen spande samen als etnische groep. Maar ik voelde me er niet mee verbonden. Wat kon ik doen? Ik ben toen weggegaan.”
Door de oorlog liepen de spanningen tussen de traditionele etnische regios op. Het was niet meer vanzelfsprekend om met iemand een relatie te beginnen die niet uit de eigen etnische groep kwam.
“Ik behoorde bij de Joegoslaven maar die kant bestond niet meer”
Jelena: “Ik was me nergens van bewust. Maar mijn ouders zagen het niet zo zitten dat ik met een Bosniër samen was. Het was een hele rare situatie. Zijn ouders zaten in Bosnië en werden door Serviërs uit hun huizen gezet. Zij zijn toen ook naar Nederland gevlucht. Maar wij hadden persoonlijk helemaal geen last van die verschillen achtergronden.”
“Joegoslavië was een land waar de verschillen werden geaccepteerd. Het was leuk, want je had meer feestjes te vieren. We vierden alles; Suikerfeest, Kerst, de orthodoxe Kerst. Het is onbegrijpelijk dat die verschillende feesten die eerder altijd gevierd werden, nu een reden zijn om niet meer met elkaar om te gaan.”
De behoefte aan een gemeenschap in Nederland had Jelena zeker wel. “Ik wist alleen niet waar ik me bij moest aansluiten. Ik voelde me niet thuis bij de Serviërs, maar ook niet bij de Bosniërs. Ik zag mezelf als Joegoslavische. Maar naar het Joegoslavië waar ik was weggegaan, kan ik niet terug. Dat is nu Servië of Bosnië, of naar Kroatië geworden.”
Zoon Dani komt later bij het gesprek zitten, ook al is hij druk bezig met het studeren voor zijn proefwerk morgen. Dani praat graag over zijn achtergrond en de cultuur. Vorig jaar vertrok hij nog samen met een vriend naar Bosnië om daar een rondreis te maken. Ook Irma ging altijd met haar ouders mee op vakantie, maar gaat nu niet meer elke zomer mee om de familie te bezoeken. Ze zijn allebei geboren in Nederland, maar hebben de cultuur van het land van hun ouders meegekregen. Zij verstaan de taal van hun ouders, dat is belangrijk voor hen. Irma: “Ik kan alles verstaan en ik kan me verstaanbaar maken, maar ik kan het niet vloeiend of foutloos spreken.”
Verschillende talen
Jelena: “Toen ze klein waren sprak ik Servisch met de kinderen. Mijn zoon sprak de eerste paar jaar echt alleen Servisch. Heel vroeg gingen zij al naar de crèche, waar zij Nederlands leerden. Onderling praatten zij dus ook Nederlands. Op den duur praatte ik Servisch tegen hen, terwijl zij altijd in het Nederlands antwoordden.”
Senad lacht: “Dat is nog steeds zo. Als we ruzie maken, dan maken we ruzie in mijn taal, in het Bosnisch. En dan reageren zij in het Nederlands.”
Jelena: “We hebben geprobeerd om veel meer mee te geven. Voor ons zijn films en literatuur heel belangrijk. Films van toen wij opgroeiden. Dat was een beetje moeilijk, want die vonden zij niet heel interessant.
Senad haalt zijn schouders op. “Een gebrek aan interesse. Wij vonden het belangrijk, maar blijkbaar is het niet meer zo belangrijk als vroeger.”
Irma: “Ik voel me wel echt Bosnisch en Servisch. Misschien nog wel meer dan Nederlands. Puur omdat ik daar mee opgegroeid ben, is het meer mijn cultuur dan de Nederlandse cultuur. Ik weet niet of de cultuur per se heel anders is, maar ik heb het gevoel dat die cultuur meer gericht is op het collectief en de Nederlandse cultuur is meer individualistisch. Ik merk dat heel erg als we in Bosnië of Servië zijn. Hier zijn mensen veel meer op zichzelf gericht. Daar gaat het veel meer om familie en om bij elkaar zijn. Iedereen praat met elkaar alsof ze vrienden zijn, ook al ontmoet je elkaar net op straat. Dat is wel echt anders dan hier. Hartelijker.”
Jelena: “Een onderdeel een van onze cultuur is elkaar helpen. Senad is bijvoorbeeld heel erg beledigd als wij iets vragen aan iemand en diegene antwoordt met nee.” Senad lacht een beetje en kijkt naar beneden. Jelena vervolgt: “Terwijl nee zeggen in Nederland heel erg gewaardeerd wordt. Ik had bijvoorbeeld aan de buurvrouw gevraagd of zij de planten water wilde geven, omdat wij een paar dagen weggingen. Mijn buurvrouw antwoordde met ‘Liever niet’. Senad was toen echt heel beledigd. Hij snapte gewoon niet dat iemand die naast ons woont, het een grote moeite vindt om de planten water te geven. Hij is opgevoed om altijd voor de hele gemeenschap klaar te staan.”
Omdat hun ouders niet zijn aangesloten bij een Servische of Bosnische vereniging, hebben ook Dani en Irma weinig contact met andere jongeren uit het voormalig Joegoslavië. Dani: “Hier in de omgeving ken ik wel een aantal mensen uit voormalig Joegoslavië. Maar ik ga mezelf niet dwingen om met iemand om te gaan, alleen vanwege zijn of haar achtergrond. Vrienden vinden, dat gebeurt vanzelf. Als ik toevallig met iemand bevriend raak met dezelfde achtergrond, dan is dat leuk. Maar het is niet dat ik er echt naar op zoek ga of het ga forceren.”
Jelena: “Op vakantie in Bosnië en Servië zei ik altijd tegen de kinderen van ‘ga nou met ze spelen’, maar dat vonden ze altijd heel raar. Ik heb nog wel geprobeerd het te forceren,” zegt ze grappend. Allebei haar kinderen gaan er direct op in en praten door elkaar om hun moeders uitspraak te becommentariëren.
Irma: “Maar juist het forceren werkt niet.”
Dani knikt: “Ik ga niet met iemand om vanwege zijn afkomst.”
Jelena: “Ik denk dat heel veel mensen uit Servië en Bosnië alleen met elkaar omgaan vanwege hun afkomst. Je hebt in Nederland veel minder mensen met dezelfde achtergrond. Als je nog in je geboorteland zou wonen, dan kun je veel beter kiezen wie er bij je past. Soms is het spreken van dezelfde taal dan heel belangrijk bij het sluiten van vriendschappen, en minder of je persoonlijkheid bij elkaar past.”
Dani: “Ik heb ook veel Turkse vrienden. Omdat ik dat stukje samenzijn met vrienden wel fijn vindt. Meer dat collectieve aspect.”
Het gezin gaat sinds 2003 elke zomer nog op vakantie naar Bosnië en Servië. Irma: “Het is wel anders. Hier in Nederland hebben we twee neefjes en een nichtje en daar zijn we heel close mee. Dat is dan in principe de enige familie die we hier hebben naast onze tantes en ooms en oma. Maar in Bosnië en Servië hebben we ook nog heel veel nichtjes en neefjes. Het voelt wel als familie maar het is toch anders dan de familie die we hier hebben, want deze familie zien we regelmatig.”
Sinds de burgeroorlog is het niet meer vanzelfsprekend dat een Bosniër met een Serviër trouwt. Het geloof speelt in dit gezin geen grote rol. Dat is belangrijk om te noemen, aangezien veel ex-Joegoslaven met iemand van hetzelfde geloof trouwen. Jelena: “Dat maakt me echt niks uit. Ik ben niet gelovig opgevoed. Mijn oma is wel orthodox christelijk.”
Senad: “Zolang de kinderen maar gelukkig zijn. Het is natuurlijk hun eigen keuze met wie ze eindigen.”
Jelena: “Ik weet dat dat voor veel mensen een issue is. Maar vroeger zouden we niet eens het onderscheid maken. Dan zouden we niet spreken van een gemengde afkomst, dan kwam je allebei gewoon uit Joegoslavië.”
Jelena: “Maar als wij gelovig waren geweest, dan zou het wel een stuk moeilijker zijn geworden. Als we nu zouden teruggaan, zou ik niet weten waar we zouden moeten wonen. Je bent of katholiek, of islamitisch of orthodox. Je kan bijna niet meer zeggen dat je neutraal bent.”
De namen van de gezinsleden zijn gefingeerd. Niet omdat ze hun verhaal niet durven te vertellen, maar vanwege de reacties die sommige van hun voormalige landgenoten zouden hebben.