28 december, 2015 | Auteur: Michiel van Herpen | Beeld: Geesje van Haren | Trefwoord: belgie
Bedreigd en ondergedoken vanwege Dutroux
"Niemand zag in 1995 het verband tussen de ontvoeringen van de pas acht jaar oude Julie en Melissa en die van de Vlaamse meisjes An en Eefje", vertelt Caspar Naber. Jarenlang was hij misdaadjournalist in België en werkte hij samen met zijn vriendin bij de Standaard. "Mijn vriendin sprak met een daderprofielexpert die concludeerde dat er een seriemoordenaar aan het werk was. Pas daarna schrok België wakker en waren de vermissingen nieuws."
Naber kwam op een opmerkelijke manier terecht bij de Standaard. Hij begon zijn carrière bij een auteursrechtbureau na zijn studie rechten. Zijn scriptiebegeleider bracht hem op het idee een postacademische journalistieke opleiding te volgen en zonder dat hij het zelf verwachtte werd hij toegelaten tot de opleiding. Aan het eind van zijn stage kwam er een vacature vrij voor rechtbankverslaggever bij de Standaard. Naber kreeg de baan.
Midden jaren negentig stond België aan de vooravond van het opentrekken van een beerput die de burgers brutaal wakker schudde. De corruptie en blunders bij Belgische justitie en politieke wereld werden ontbloot. Hetgeen tot grote verslagenheid, ongenoegen en woede bij burgers leidde. “Ik kwam in de gouden periode van de Belgische journalistiek terecht. Dat was een periode met louter schandalen”, vertelt Naber. Hij had al snel door dat hij in een spannend jongensboek terecht was gekomen.
Het was 1994 en hij kreeg als verslaggever onder andere te maken met de nasleep van de Bende van Nijvel (een groep misdadigers die in de jaren tachtig een reeks moorden en overvallen pleegde en die tot de dag van vandaag niet ontmaskerd is). Verder deed hij verslag van het Agusta-proces over corrupte politici en de moord op de Waalse minister Cools en de moord op de veearts Van Noppen die een eenzame strijd vocht tegen de hormonenmaffia.
De beginnende verslaggever kreeg de taak om het Waalse nieuws te verslaan omdat er vanuit de Vlaamse journalistiek geen interesse bestond voor wat er bij de Franstalige buren gebeurde.
Dutroux
Naber kreeg samen met zijn vriendin de opdracht om de zaak Dutroux te volgen. Zijn vriendin onderzocht het milieu van de medeverdachte van Dutroux, de Brusselse zakenman Nihoul. Hij verdiepte zich in het autozwendelmilieu van Charleroi, de contreien waar Dutroux ook woonde.
De Belgische Rijkswacht kon de bescherming van de twee journalisten niet garanderen. “De Rijkswacht waarschuwde ons dat we wat vaker in onze achteruitkijkspiegel van onze auto moesten kijken.” Maar daar bleef het niet bij. “Vanuit ons afgelegen huis op het Waalse platteland zagen we dat er mensen in struiken lagen en foto’s van ons huis maakten. ’s Nachts reden er auto’s rond ons huis en hoorden we geweerschoten, alsof er met een machinegeweer werd geschoten. De volgende dag vonden we vlakbij ons huis kogels op de grond.”
Onveilig
“Ik wist dat ik niet meer in dat huis wilde blijven. Het werd te gevaarlijk en ik werd bang.” De lokale politie kon niet veel betekenen voor Naber en zijn vriendin. “Het enige wat ze deden is extra patrouille rondjes maken. “We hebben nog een periode in Nederland ondergedoken gezeten.”
“Ze wilden ons ook bang maken door op onze voicemail doodsbedreigingen in te spreken. Aan het einde van de boodschap hoorde je het nummer A Whiter Shade of Pale. Op deze manier waarschuwde ze ons waarschijnlijk dat we lijkbleek zouden eindigen.”
Naber en zijn vriendin spraken niet met hun collega’s over wat ze meemaakten. “We durfden alleen met onze chef over onze ervaringen te spreken, omdat we geen risico’s wilden nemen. Elke ochtend voordat we op pad gingen, spraken we een memorecorder in zodat achterhaald kon worden waar we mee bezig waren voor het geval dat er iets ergs zou gebeuren.”
Ze waren niet de enige journalisten die in die tijd bedreigd werden. Naber vertelt dat een auto van een ander journalistenkoppel werd gesaboteerd waardoor er een wiel af rolde terwijl ze aan het rijden waren. “Ze hadden geluk dat ze op een landweg reden. Als ze op de snelweg gezeten hadden, waren ze misschien wel verongelukt.”
Ongepubliceerde schandalen
“Er speelden allerlei schandalen die naar buiten gebracht moesten worden”, vertelt de journalist. “Zo werd Dutroux aan de Italiaanse maffia gelinkt en gingen er verhalen rond over kinderen die uit psychiatrische inrichtingen verdwenen en in een prostitutie netwerk terecht kwamen.” Aanhoudende bedreigingen hebben Naber er echter van weerhouden om hierover te publiceren.
In augustus 1996 werden, op aanwijzingen van Dutroux, de lichamen van de twee vermiste meisjes Julie en Melissa opgegraven. De precieze doodsoorzaak van de twee meisjes staat nog steeds niet vast. Waarschijnlijk kwamen zij om door honger en dorst. De vrouw van Dutroux, Michelle Martin, verklaarde dat ze de kinderen tijdens de detentie van Dutroux niet te eten gaf waardoor ze uiteindelijk verhongerden. Volgens experts is het echter onmogelijk dat twee meisjes van acht jaar oud, die al verzwakt zijn door vijf maanden opsluiting, nog eens vier maanden konden overleven zonder eten of drinken.
“Van een lijkschouwer vernam ik dat uit lichamelijk onderzoek bleek dat beide meisjes, vlak voor hun dood, regelmatig door meerdere mensen tegelijk zijn misbruikt. De vraag blijft wie dit gedaan zou hebben. Dutroux zat namelijk vast.” Wie kon er nog meer in de kelder van Dutroux zijn geweest? “Een bron vertelde me dat er autoslopers in de kelder waren geweest en dat zij zich, in ruil voor geld, mochten vergrijpen aan de meisjes. Michelle Martin noch Dutroux heeft hier ooit iets over gezegd. Ik vond het belangrijk om het netwerk rond Dutroux bloot te leggen, maar de Belgische justitie vond dit maar een randzaak en wilde zich hier niet op concentreren.”
De beruchtste crimineel van België is ruim tien jaar geleden weliswaar veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf, maar de grootste zaak die Naber versloeg is nooit helemaal opgelost.
Naber is inmiddels niet meer als misdaadverslaggever in België werkzaam. Hij woont, na wat omzwervingen in Afrika, al weer een aantal jaar in Nederland en werkt als freelance journalist. Een boek over zijn woelige tijd komt er voorlopig nog niet; “daar heb ik de tijd en rust niet voor”.
Enerzijds heeft Naber gouden tijden als journalist in België gekend. Anderzijds vindt hij het ‘onbevredigend’ en ‘frustrerend’ dat er nog steeds- vooral in de zaak Dutroux- veel losse eindjes zijn die niet opgelost zijn. “Door de angst kies je toch voor jezelf, je eigen veiligheid gaat voor een publicatie.”