17 november, 2014 | Auteur: Willemijn de Koning | Trefwoord: marokko

Nederlands Instituut Marokko vreest voortbestaan door subsidiestop

Tussen de witte muren van een modern gebouw in de wijk Hassan van de Marokkaanse hoofdstad Rabat, schalt een Nederlands ‘Goedemorgen’. Hier is het NIMAR, het Nederlands Instituut Marokko, gevestigd dat zich inzet voor internationalisering van het hoger onderwijs, wetenschappelijk onderzoek in Nederland en samenwerking met Marokko. Maar als het aan het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) ligt, sluit het NIMAR volgend jaar haar deuren.

In het kader van het internationaliseringsbeleid van het ministerie, zette Jan Hoogland, verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen, acht jaar geleden het NIMAR op. Dit instituut moest contacten met Marokko aangaan en intensiveren, talentvolle studenten uit Marokko naar Nederland halen en de samenwerking van het hoger onderwijs in Nederland met de Marokkaanse instellingen verbeteren. 

Het NIMAR ontvangt jaarlijks tientallen studenten en onderzoekers. De kwaliteit en relevantie van het NIMAR worden dan ook niet als reden van de subsidiestop genoemd in de kamerbrief van minister Bussemaker en staatssecretaris Dekker. Het is hun gedaalde budget dat de financiering van het NIMAR terug in de armen drijft van penvoerder Radboud Universiteit Nijmegen. Toch kan deze weinig betekenen voor het NIMAR. “De universiteit ziet geen mogelijkheid deze kosten te dragen”, aldus de woordvoerder Martijn Gerritsen.

Naast het NIMAR zijn er nog zeven soortgelijke wetenschappelijke instituten in het buitenland, zoals in Rome en Athene. In de Arabische wereld zijn ze schaars: alleen in Egypte zit na 2015 nog een instituut, maar dat mag vanwege de veiligheid de afgelopen tijd geen studenten ontvangen. Dit betekent dat Nederland zonder het NIMAR geen stabiel onderwijsinstituut heeft in de Arabische wereld.

Dat wil oprichter Jan Hoogland niet laten gebeuren. Hij is met andere hogescholen en universiteiten in gesprek over financiële steun en met een Frans instituut over een eventuele samenwerking. Ook heeft hij een petitie opgezet die inmiddels meer dan 1.200 keer is ondertekend. Toch is er een grote kans dat het NIMAR moet sluiten en dat gaat Nederland merken volgens Hoogland.

Deskundigheid

“Neem de deskundigheid op het gebied van de Arabische cultuur, die komt grotendeels vanuit instituten in de Arabische Wereld. Daar hebben deskundigen zoals Petra Stienen en Joris Luyendijk gestudeerd. Waar ga je zonder het NIMAR de deskundigen van de toekomst vandaan halen?”, vraagt hij, zittend op een Marokkaanse bank in het kleine, maar redelijk luxe pand van de onderwijsinstelling. “Kijk naar de jongeren die vervreemden in Nederland en naar het Midden-Oosten vertrekken. Ik zeg niet dat het NIMAR voor minder jihadisten kan zorgen, maar wel voor deskundigheid over hen.”

Die deskundigheid is niet te halen buiten een Nederlands instituut, legt Hoogland uit. “Je zou dan les krijgen in het Arabisch of Frans en dat is vaak niet te volgen. Daarnaast wordt het onderwijs vanuit Noord-Afrika of het Midden-Oosten niet erkend in Nederland waardoor de student zijn of haar studiepunten niet kan halen.”

Cornelia Looije, ex-studente aan de Universiteit Leiden en oud-student aan het NIMAR, loopt nu stage op het instituut. Zij ervoer dat NIMAR de enige optie is om haar verplichte semester in de Arabische wereld te voldoen. “Ik wilde eigenlijk naar Egypte, maar dat instituut was gesloten. Andere universiteiten in het Midden-Oosten reageerden niet op mijn verzoek, voldeden niet aan de Nederlandse onderwijsnorm of zijn peperduur.”

Praktijkervaring

Zonder instituten om hun leerlingen naartoe te sturen, zullen Arabische opleidingen in Nederland minder waard zijn, zegt Cornelia. “Je mist dan de praktijkervaring, en die heb je nodig. Wij krijgen alleen academisch les, wij vergelijken bijvoorbeeld Arabische gedichten uit verschillende eeuwen met elkaar. In Marokko leer je de taal vloeiend spreken en de cultuur kennen.”

Jorien Janssen, voormalig voorzitter en portefeuillehouder internationalisering bij de Landelijke Studenten Vakbond, is het hiermee eens en heeft daarom de petitie voor behoud van het NIMAR ondertekend. “Door internationale uitwisseling leren studenten zich te redden in een onbekende situatie en om te gaan met andere culturen. Hierdoor worden ze creatief, flexibel en ondernemend. Die eigenschappen zijn onmisbaar op de huidige arbeidsmarkt.” 

Barbara Stadtmann, ook studente aan het NIMAR, beaamt dit. Zij is net begonnen aan haar tweede periode bij het instituut. “Hier leer ik bijvoorbeeld dat dingen altijd anders gaan dan gepland en dus geduld te hebben”, lacht ze. “Zo kan ik beter mensen met roots in het Midden-Oosten of Noord-Afrika begrijpen, waar ik later mee wil werken. Zonder dat begrip zou werken met Nederlanders afkomstig uit deze cultuur geen zin hebben.” Cornelia vult aan. “Er is veel werk in het Arabische veld, maar zonder praktijkervaring kun je bijvoorbeeld geen goede tolk zijn of goed onderzoek doen.”

Onderzoek

Er wordt regelmatig onderzoek gedaan in Marokko en dat wordt vaak gefaciliteerd vanuit het NIMAR. Dit omdat deze onderzoeken, volgens Hoogland, van groot belang zijn voor Nederland. “Vaak heeft Nederland te maken met de gevolgen van problemen in Marokko.” Bij de vraag hoe dat moet als het instituut verdwijnt, zucht hij diep. “Onderzoekers moeten dan hun vergunning aanvragen via de ambassade in plaats van via ons, dat gaat lastiger. Ook wordt er dan niets aan de inkadering van het onderzoek gedaan.”

Hoogland maakt zich druk om het beeld van Nederland naar de Marokkanen toe. Terwijl hij spreekt, gebaart hij druk met zijn handen. “Als je het NIMAR weggooit, geef je aan twee procent van de Nederlandse bevolking het signaal dat je hen niet belangrijk vindt. Ook aan de Marokkaanse overheid trouwens. Het zou de relatie tussen Nederland en Marokko nog meer verslechteren.” Dat zegt ook docent en schrijver Youssef Azghari, die ook de petitie voor behoud van het NIMAR heeft getekend. “Er is nu een stereotype beeld bij de meeste Nederlanders over Marokko en de islam. Het NIMAR helpt hen te leren kijken vanuit een ander perspectief. Daarom vind ik het oliedom van de Nederlandse overheid om het NIMAR weg te bezuinigen.”

Student Barbara neemt een slok van haar Marokkaanse muntthee. “Er zijn hartstikke veel Nederlanders met Marokkaanse komaf en sommigen wrijven vaak nog met de Nederlandse samenleving. Dan is het jammer als je zo’n belangrijk punt van kennis over hen sluit.”

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.