29 december, 2013 | Auteur: Steven Piek | Beeld: Johannes De Bruycker | Trefwoord: china

Excuseer me als ik af en toe wegkijk

Op de hoek van de straat in Peking, tussen het luid toeterende verkeer en alle andere straatverkopers in, staan meneer en mevrouw Ding. Iedere dag verkopen zij in de avond ergens in de stad gefrituurde tofu. Zij vrezen de Chengguan, de beruchte stadswachten die de illegale straatverkoop moeten reguleren en zomaar de Dings hun handel kunnen opdoeken.

Het is vijf uur in de avond en de zaak draait op volle toeren. Bordjes met gefrituurde tofu, een sausje en wat groente vliegen voor vier Yuan (zo’n 50 eurocent) over de ‘toonbank’ van het karretje waar het echtpaar al vier jaar mee door Peking rijdt. Steeds op zoek naar een plekje waar ze ongestoord hun zelfgemaakte waar kunnen verkopen.

“De Chengguan zijn vanavond nog niet langs geweest, dus excuseer me als ik af en toe even wegkijk”, zegt mevrouw Ding. Het zou de zevende keer dit jaar worden dat de stadswachten hun driewieler met laadbak in beslag nemen. De vorige keren mochten ze hem terugkopen voor 200 yuan. Dat bedrag hakt er flink in. Het echtpaar verdient zo’n 2.000 Yuan (±240 euro) per maand.

Illegaal

De reden dat de ongeorganiseerde straatverkoop in China illegaal is heeft te maken met talloze incidenten met slechte waar. Schandalen rond voedselveiligheid in de Chinese straten zijn er in overvloed. Een groot deel van de straatverkopers doet er alles aan om zo veel mogelijk winst te maken.

Hygiëne komt niet zo nauw. Zo mengde een Pekinese straatverkoper een kartonpapje met chemicaliën door het varkensvlees dat hij in broodjes verkocht op straat. Andere voorbeelden zijn de straatverkopers die besparen op hun satévlees door er ratten-, honden- of kattenvlees aan te rijgen.

Of het voedsel dat meneer en mevrouw Ding verkopen veilig is? “Nou we eten het zelf ook, dus ga er maar vanuit dat er niks mis mee is.”

De Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties deed recentelijk in grote delen van China onderzoek naar de straatverkoop. Zo had ruim zestig procent van de onderzochte straatverkopers geen toegang tot schoon water en voldeden er bijna evenveel eettentjes op straat niet aan de hygiëneregels. Minder dan de helft van het voedsel was veilig genoeg om te eten. Omdat de regering deze praktijk wil tegengaan, probeert ze de straatverkopers van de straten te weren. Het punt is alleen dat de arme, ongeschoolde immigranten niet veel keus hebben en toch de straat op gaan om daar hun waar te verkopen. De Chengguan heeft de taak die straathandel tegen te werken met hartverscheurende taferelen als gevolg.

Een Chengguan officier verderop in de stad verklaart desgevraagd de tweestrijd in zijn werk: “Ik vind het altijd heel pijnlijk om straatverkopers hun handeltje te af te nemen. Aan de andere kant handhaaf ik ook maar gewoon de wet. Het kat- en muisspel waar ik deel van uit maak is vaak tragisch. Maar ik moet ook maar gewoon mijn brood verdienen.” De diender van 36 jaar, die zijn naam liever niet vermeldt, laat weten dat hij zelf  3.600 yuan per maand verdient, wat meer dan de opbrengst van een gemiddeld straathandeltje.

Agressie

De Chengguan agenten die de straatverkoop moeten reguleren, staan bekend om hun beruchte manier van werken. De meesten van hen zijn bijzonder gewelddadig in hun omgang met de straatverkopers. Zo zijn er talloze verslagen van geweldsincidenten tussen Chengguan agenten en de venters. Volgens een rapport van Human Rights Watch uit 2012, zijn er tussen het jaar 2000 en 2010 18 doden gevallen door geweldsmisbruik van de Chengguan agenten. Tussen juli 2010 en maart 2012 deden zich ook al honderden geweldsincidenten voor. In hetzelfde rapport zijn ruim 150 officiële verslagen opgenomen van geweld tegen straatverkopers.

Bij het echtpaar Ding ging het in het verleden ook niet helemaal zonder slag of stoot. Zo kreeg meneer Ding een paar stompen toen hij in protest kwam tegen de inbeslagname van hun handel. “We zijn vaak uitgescholden, maar daar zitten we niet zo mee”, aldus mevrouw Ding.

Thuisfront

“We wonen hier nu al bijna 5 jaar, ver weg van onze twee zoons van 24 en 19 jaar die nog steeds in het zuiden op het platteland wonen”, zegt mevrouw Ding, terwijl ze een nieuwe schep tofu in de olie gooit. “Deze situatie is voor een moeder haast ondraaglijk, maar het kan gewoon niet anders, onze jongens zitten daar op de middelbare school.” Wanneer de kinderen in Peking naar school zouden willen, zou dat een fortuin kosten. Door het ontbreken van een zogenaamde hukou voor Peking, het document dat sociale rechten (zoals gratis onderwijs) verleend in de plaats van herkomst van de houder komen de Dings niet zomaar met de hele familie verhuizen. Dus zijn alleen de ouders vertrokken naar de grote stad.

“We zijn nou eenmaal verhuisd uit noodzaak”, vertelt mevrouw Ding. “De landbouw leverde in ons dorp uiteindelijk te weinig op en om ongeschoold toch een inkomen te vergaren zijn we naar de stad getrokken.” Het echtpaar is één van de talloze straatverkopers in Peking die illegaal zijn gaan werken.

Ontwikkeling

Het bezit van het karretje dat het echtpaar Ding nu gebruikt was onvoorstelbaar toen ze hier net arriveerden. Met zijn hoofd naar beneden gericht vertelt meneer Ding dat ze in het begin ook vuilnis verzamelden. “We schamen ons ervoor, maar we konden we niet anders. Vanaf zes uur ’s ochtends liepen we over straat om het afval van de dag ervoor te verzamelen en dat vervolgens per kilo te verkopen op de stortplaats.”

Met trots vervolgt hij: “Toen we na een jaar genoeg hadden gespaard voor een driewieler en dus deze zaak konden opzetten was het daar eindelijk mee afgelopen. Nu hebben we zelfs een klein appartement hier in de stad!” Dit is uitzonderlijk omdat Pekinezen zonder hukou geen recht hebben op goedkope woningen en daardoor veel meer moeten betalen.

Taxi’s zetten mensen af en rijden luid toeterend weg, verkeer raast voorbij de stoep en studenten lopen luid pratend over straat. De straatverkopers gaan onverstoorbaar door. Iedereen in deze straat is bang voor de inbeslagname door de Chengguan en brult daarom ook zo hard mogelijk “Ze zijn er, ze zijn er!”, zodra de agenten met de witte helmen zijn gesignaleerd. Iedereen slaat vervolgens op de vlucht. Blijkbaar komt het deze avond niet zo ver, de Chengguan komt niet langs en de verkoop kan gewoon doorgaan.

De klanten komen en gaan, het echtpaar Ding blijft trouw op hun post. Hoe lang nog? Is de vraag. “We blijven hier mee doorgaan tot we er bij neervallen. We hebben nou eenmaal geen keus. Als onze zoons hier konden zijn, dan zouden we het een stuk langer uithouden”

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.