9 december, 2013 | Auteur: Sharon Usai | Beeld: Sharon Usai | Trefwoord: china

Gelukzoekers op Wenxueguan Road

Guang'an Dufa is een van de vele bouwbedrijven in Beijing. Een van hun bouwprojecten bevindt zich aan Wenxueguan Road, waar een heel dorp omheen is gebouwd voor de werknemers van het bedrijf, een zogenaamde compound. Deze migranten werken hard, voor weinig geld, omdat zij niet dezelfde rechten als ‘echte’ stedelingen hebben.

In 1950 bedacht Mao Zedong het hukou regisratiesysteem. Volgens sinoloog Jan van der Putten wordt dit tot de dag van vandaag in stand gehouden. Het houdt in de praktijk in dat stedelingen andere rechten hebben dan dorpelingen, die vaak illegaal in de grote steden verblijven. De migranten, vaak boeren, hebben in de stad bijvoorbeeld geen recht op onderwijs, gezondheidszorg en volkshuisvesting. Daarbij werken ze voor weinig geld en vaak onder barre omstandigheden.

Het registratiesysteem was ooit bedoeld om mensen uit de stad te houden ten tijden van de geplande industrialisatie; het moest de overbevolking van de grote steden en het voedseltekort tegengaan. Zo moest de vorming van slums worden voorkomen. Dit politieke beleid mislukte, waardoor de Chinese economie pas in de jaren tachtig op gang kwam door de opendeurpolitiek van Deng Xiaoping. Veel migranten verkochten hun stukje land en trokken daarna naar de grote stad in de hoop een beter bestaan voor zichzelf te vinden. De liudong renkou, stromende bevolking, worden ze ook wel genoemd. Dit gebeurt nog steeds en is door de sterke economische groei van de afgelopen dertig jaar alleen maar toegenomen.

Chung is zo’n migrant. Hij is een van de vele beveiligers op de compound aan Wenxueguan Road. Hij komt uit de Chinese provincie Gansu, ten noordwesten van China, waar hij een baantje had als bouwvakker. Daar verdiende hij 800 yuan (98 euro) per maand. Als beveiliger verdient hij zo’n 2.000 yuan (244 euro) per maand. Hij heeft zijn geboorteplaats verlaten, omdat hij het geld hard nodig heeft; hij kon de medische zorg voor zijn jongste kind, zijn dochtertje van vijf jaar, anders niet bekostigen. Over de ziekte wil hij niet veel kwijt, maar hij vertelt wel dat de conditie van zijn jongste kind langzaam vooruit gaat.

Hoewel het meisje een speciale plek in het gezin inneemt, blijft zijn zoon toch het belangrijkste kind van het gezin. Dat blijkt als hij even later zegt dat de hele familie aan zijn opleiding op de college meebetaalt. Zijn zoon houdt er naast zijn studie een transportbedrijf op na, vertelt Chung trots.

Zijn oudste dochter werkt al zeven jaar. Zij heeft zelfs deze baan voor hem geregeld. “Er zijn genoeg mensen die op een baan als deze neer zullen kijken, maar het maakt mij weinig uit wat mensen vinden. Ik doe dit werk met een reden”, zegt hij. De angst voor gezichtsverlies is een veel voorkomend fenomeen in China, iets wat Chinezen vaak op elke mogelijke manier proberen te voorkomen. Maar aan eergevoel komt Chung niet tekort. Hij zet zijn pet op, om vervolgens trots te poseren voor de camera.

Te midden van de compound staat een geïmproviseerd winkeltje met levensmiddelen. Het winkeltje is bedoeld om de bouwvakkers op de compound te voorzien van levensmiddelen. Door het zware werk en de lange uren die zij maken, hebben zij vaak geen tijd om hun boodschappen buiten de compound te doen. Achter de toonbank staat de vriendelijke mevrouw Yang. Zij is samen met haar man uit Hebei gekomen, op zoek naar een beter bestaan in de grote stad. Haar man werkt op het terrein en behoort tot de vele bouwvakkers van de compound.

De vrouw lijkt op het eerste gezicht wat schuchter, maar opent zich beetje bij beetje tijdens het theedrinken, iets wat voor veel Chinezen een ritueel is. Ze vertelt weemoedig over haar 'kleine jongen’ die ze thuis heeft moeten laten bij haar schoonmoeder. In China trekken steeds meer plattelandsbewoners naar steden zoals Beijing of Shanghai om op zoek te gaan naar ander werk. Daarbij laten zij hun kinderen meestal bij hun ouders of schoonfamilie achter.

Hoewel ze haar zoontje mist en zij hem maar twee keer per jaar kan zien, wil ze niet terug naar huis: “We hebben daar niks. Het land dat we hadden, hebben we weggedaan.” Ze is tevreden met haar werk hier. “Ik vind het leuk om te doen. De spullen die ik verkoop zijn even duur als elders, maar ik verdien hier meer dan thuis”, zegt ze. Haar maandsalaris bedraagt samen met dat van haar man zo’n 5.000 a 6.000 yuan (610 tot 732 euro) per maand. Het geld dat zij verdient, gaat voor een groot deel op aan de zorg voor haar zoontje en schoonmoeder. Van het geld dat het koppel overhoudt, kunnen zij zich krap aan onderhouden.

De kosten op de compound vallen gelukkig mee, legt mevrouw Yang uit. “De huur op de compound is maar 500 yuan (61 euro)”, zegt ze, terwijl ze naar het doek wijst dat de haar onderkomen van het winkeltje scheidt.

Boven in een van de andere vertrekken op de compound is de kamer van het echtpaar Huang. De ruimte is stoffig en rommelig; overal liggen spullen op de grond. Het wordt al gauw duidelijk dat het vertrek als woon- en slaapkamer dient. Bij de deuropening staat een bak met cement en gebruikte werkhandschoenen, de stof die is achtergebleven verraadt dat de spullen die middag nog gebruikt zijn.

Meneer Huang is een goedlachse man van vijftig. Hij zit op een plastic krukje en hoewel hij een jonge uitstraling heeft, oogt hij een stuk ouder door zijn vermoeide blik. Hij legt uit dat hij de kamer samen met zijn vrouw en een ander koppel deelt. Ze komen zelf uit de provincie Sicuan. Het onderwijs is daar volgens meneer Huang vrij slecht. Daarom maakt hij zich zorgen over de toekomst van zijn dochtertje. Het stel is naar Beijing getrokken om meer geld te verdienen, dat voor een groot deel aan het thuisfront opgaat.

Hij werkte voorheen in een fabriek, maar de omstandigheden zijn er niet beter op geworden, geeft hij toe. In de fabriek verdiende hij 100 tot 180 yuan (12 tot 22 euro) per maand voor een werkweek van 11 uur per dag. Hij heeft verschillende dromen. “Ik hoop dat mijn zoon in de toekomst naar een universiteit in Guangzhon en Hainan kan. En”, zegt hij later na enig aarzelen, “Dat ik morgen de beste bouwvakker ben in het buitenland. Daar verdien je veel geld en zijn de condities van de arbeiders niet zo slecht." Toch blijft hij stellig over China: “We zijn trots op de opendeurpolitiek van Deng Xiaoping. Hij heeft ons een kans gegeven en ons uit de provincie gehaald. Mijn droom vandaag is om een film te kijken.” Hij doelt op de Kungfufilm die vanavond voor de werkers op de binnenplaats van de compound wordt afgespeeld.

De centrale overheid van China is van plan om de hukou te versoepelen, zodat de arbeiders die in de toekomst naar de stad trekken dezelfde rechten zullen hebben als de stedelingen. De aanleiding voor het aanpassen van het politieke beleid is een experiment van de universiteit van Beijing. Voor het experiment willen zij tien miljoen plattelandsbewoners een hukou geven. Door deze groep te registreren en te monitoren zouden er op lange termijn steeds meer boeren in aanmerking kunnen komen voor een hukou voor stedelingen.

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.