29 november, 2013 | Auteur: Sanne van Grafhorst | Beeld: Sanne van Grafhorst | Trefwoord: filipijnen
Blinden op de Filipijnse arbeidsmarkt
In de Filipijnen is het leven niet gemakkelijk voor mensen met een lichamelijke handicap. Goede zorg en een propere opleiding zijn er vaak niet bij. Toch zijn er organisaties die alles in het werk stellen om gehandicapten een stem en een toekomst te geven. Opdat bijvoorbeeld blindheid niet langer een beperking hoeft te zijn.
Gehandicapte kinderen lopen meer risico op een armoedig bestaan dan leeftijdgenoten. Ze hebben minder kans op goed onderwijs en gezondheidszorg en staan het meest bloot aan geweld, misbruik, uitbuiting en verwaarlozing. Deze harde conclusies staan in het rapport The State Of The World’s Children van Unicef. Ook in een land als de Filipijnen is het leven voor een lichamelijk beperkt persoon zwaar.
Op de archipel heerst een sociaal stigma over gehandicapten. Ze worden vaak verwaarloosd en uitgebuit. Weinig mensen willen tijd en energie in hen steken, omdat ze toch niks zouden opleveren. Bovendien is het voor beperkte kinderen erg moeilijk om goed onderwijs te volgen. En zonder goed onderwijs is het inderdaad nogal lastig om ‘waardevol te zijn’ voor de maatschappij.
“Negentig procent van de kinderen met een beperking is niet in staat om basisonderwijs te genieten. Uit de 380.000 scholen van ons land, zijn er maar 381 scholen gespecialiseerd in onderwijs voor gehandicapte kinderen”, zegt Lauro Purcil van de Convention on the Rights of Persons with Disabilities (CRPD) van de Verenigde Naties. Lauro Purcil is zelf blind. Als voorzitter van de Filipijnse afdeling van de CRPD én als werknemer bij de tak van het ministerie van Onderwijs dat zich richt op Special Education zet hij zich al jaren in om het onderwijsstelsel voor gehandicapten te verbeteren.
Op dit moment zijn de zogenaamde Special Education schools (of: SPED schools) niet in staat om alle gehandicapte kinderen uit het land adequaat educatie te geven. Veel kinderen missen daardoor een kans op een leven waarin ze zichzelf kunnen voorzien. “Momenteel wordt er hard gewerkt aan de uitbreiding van het aantal scholen in landelijke gebieden”, vertelt Purcil. Maar echt schot in de zaak zit er niet.
Volgens Purcils is betere wetgeving nodig omtrent het thema: “Hoewel de Filipijnen heel goed zijn in beleid schrijven, zijn ze zwak in implementeren.” In 2008 hebben de Filipijnen de CRPD ondertekend en daarmee goedgekeurd. Het heeft helaas nog niet tot veel resultaat geleid, geeft Purcill aan.
Purcil vertelt dat hij geluk gehad heeft met een begripvolle en zorgzame familie. “Mijn familie is trots op me, zelfs al heb ik een handicap.” Naast dat hij slechtziend is heeft Lauro Purcil een spraakgebrek. Daarom vertaalt Teresita Mindoza zijn zinnen bij gesprekken en vergaderingen. Ook zij heeft een beperking. Het tweetal is naar eigen zeggen een ‘product van discriminatie’. “Ik was de enige slechtziende op de middelbare school. Er was geen enkel materiaal voor blinden of slechtzienden, geen speciale leraar, niets. Je kunt je voorstellen dat het dan moeilijk is om te studeren. Maar mijn familie heeft keihard gewerkt om me te brengen waar ik nu ben. Wij zijn echte uitzonderingen”, vertelt Mindoza.
In het dagelijks leven maken de twee gebruik van allerlei faciliteiten voor blinden en slechtzienden. Zoals spraakcomputers; Purcils pc leest alle berichten voor die hij opent of zelf typt. Mindoza heeft een pratende telefoon, zodat ze weet wat ze intoetst. Hun huizen zijn ook aangepast op hun handicap, waardoor ze net zo goed als ieder ander de weg weten, maar voor buitenshuis heeft Purcil een persoonlijke assistent. “Hij wijst mij de weg.”
Voor iemand op een toppositie is een persoonlijke assistent minder moeilijk te regelen dan voor een student. Toch maakte Purcil ook tijdens zijn studietijd al gebruik van een assistent die het lesmateriaal voorlas op een recorder. “Later luisterde ik de opnames af. Zo leerde ik de stof.” Om voor de diensten van die assistent te kunnen betalen, gaf hij in zijn vrije tijd massages. Een heel gangbare baan voor blinden in de Filipijnen. “De overheid biedt massagetrainingen voor blinden. Zodat ze daarna als masseurs aan de slag kunnen. Veel gehandicapten hebben hierdoor een eigen inkomen.”
Werk
Zo ook de 26-jarige Angelo. Als blinde masseur werkt hij al negen jaar lang in een van de terminals van de haven van Cebu. Met een team van negen mensen verzorgt hij dagelijks passagiers die in de hal wachten op hun boot. “Voordat ik deze baan kreeg, had ik geen werk. Ik was elke dag thuis. Als blinde kon ik nergens aan de bak komen. Nu ziet mijn leven er totaal anders uit.” Hoewel het zware dagen zijn – soms werkt Angelo wel twaalf uur op een dag – is hij erg blij met zijn huidige leven.
Angelo werd opgeleid door het Area Vocational Rehabilitation Center (AVRC), een tak van het Filipijnse ministerie van Sociale Zaken en Ontwikkeling. Het AVRC verleent diensten aan gehandicapten en andere speciale groepen op het gebied van beroeps- en sociale revalidatie. De trainingen zijn erop gericht om mensen sociaaleconomisch onafhankelijk te maken. Wat Angelo betreft is dat gelukt: “Ik ben getrouwd en heb een zoon. Met deze baan heb ik een inkomen waar ik mijn familie van kan onderhouden. Soms is het lastig, omdat we de klanten in het team verdelen. Wij worden dus niet via een werkgever, maar direct door de klanten uitbetaald. Als we een dag weinig klanten hebben betekent dat weinig inkomsten voor ons.”
Blinden worden in de Filipijnen over het algemeen opgeleid om therapeutische massages te geven. Hoewel Angelo pas vorig jaar geslaagd is, mocht hij al een aantal jaar massages uitvoeren. Bij wijze van werkervaring. Maar hoe gaat masseren in z’n werk als je niets kan zien? Simpel, geeft Angelo mee. Bij masseren zijn juist andere zintuigen van belang: “Masseren draait puur om voelen en aanraken. Ik ben erin getraind om de spieren in iemands lichaam te voelen en te behandelen. Dat kan een blinde net zo goed doen als iemand met volledig zicht.”
Toch kunnen de meeste mensen met een beperking niet volledig in hun onderhoud voorzien. Iets wat op den duur verandert, als het aan Lauro Purcil ligt. “Wij gehandicapten zullen de handen ineen moeten slaan. Zodat wij, net als andere mensen, meedoen in de samenleving.”