3 mei, 2013 | Auteur: Meike Plant | Beeld: Meike Plant | Trefwoord: oeganda

Homoseksualiteit in Oeganda: een Westers idee?

Oeganda staat de laatste jaren bekend om haar strenge anti-homo beleid. In 2009 kwam de politicus David Bahati met een voorstel voor een anti-homo-wet. Hoewel homoseksualiteit al illegaal is in Oeganda, moet de nieuwe wet ervoor zorgen dat homoseksuelen zelfs de doodstraf kunnen krijgen voor hun ‘misdaad’. Internationaal is er veel protest geweest, wat er indirect voor gezorgd heeft dat president Museveni de plannen voorlopig op de plank heeft gelegd.

Ongeveer 95 procent van de Oegandese bevolking keurt homoseksualiteit af. Bij navraag blijkt dat veel mensen -van taxichauffeurs tot journalisten- ervan overtuigd zijn dat het fenomeen vóór de Britse kolonisatie niet bestond. “De blanken hebben Oeganda opgezadeld met homoseksualiteit”, vertelt Simon, een taxichauffeur in Kampala. De meesten spreken uit dat de doodstraf hen te ver gaat, maar dat homoseksuelen zeker gestraft mogen worden. Opvallend is de onwetendheid bij veel Oegandezen wat betreft het verschil tussen pedofilie en homoseksualiteit. Wanneer het onderwerp homoseksualiteit aangesneden wordt gaat het al gauw over oudere mannen die seks hebben met jonge jongens.

Er wordt in de Westerse media vaak met afkeer geschreven over het homobeleid in Afrika. Maar er wordt zelden stilgestaan bij de oorsprong en de instandhouding van deze homohaat in Afrikaanse landen, zoals Oeganda.

De Oegandese feministe Sylvia Tamale schrijft veel over homoseksualiteit in Afrika en met name over het fenomeen in haar eigen land. Ze is onder andere advocate, decaan aan de rechtenfaculteit van de Makarere universiteit in Kampala en oprichter en coördinator van het ‘Law, gender and sexuality research project’. Ook schreef ze het boek Homosexuality: perspectives of Uganda (2007). Zij weerlegt de mening van de meeste Oegandezen dat homoseksualiteit een Westers idee is. Ze stelt dat homoseksualiteit een heel oud fenomeen is in Afrika. Historisch en antropologisch onderzoek zou dit uitwijzen. Bovendien zijn er grottekeningen gevonden van de San People (bosjesmannen) in Gureye, Zimbabwe, waaruit de aanwezigheid van mannenliefde in Afrika blijkt. De grottekeningen zijn duizenden jaren oud. Toen bestond zowel mannen- als vrouwenliefde, maar er was geen seksuele ‘norm’ en van de term ‘homoseksualiteit’ had nog niemand gehoord.

"De Engelsen introduceerden homofobie" Marc Epprecht, een Amerikaanse expert op het gebied van seksualiteit in Afrika, benadrukt dat in Engeland tot de 19e eeuw nog de doodstraf op homoseksualiteit stond. Rond 1850 kwamen de eerste Engelsen naar Oeganda.

Tamale en Epprecht stellen dat de heteroseksuele norm door de Westerse kolonisator is doorgevoerd in Afrika. Sinds de komst van de kolonisator kent Afrika het woord ‘homoseksueel’ en daarmee direct het woord ‘homofobie’. De Engelsen hebben dus niet homoseksualiteit, zoals veel Oegandezen denken, maar juist homofobie geïntroduceerd in Oeganda. Alles wat afweek van de dominante blanke heteroseksuele man, werd de kop ingedrukt. Homoseksualiteit past volgens Tamale daarmee in het rijtje van racisme en vrouwenonderdrukking.

Ironisch genoeg zijn het juist de landen die homofobie ooit hebben ingevoerd in Afrika die de anti-homo-wet nu verafschuwen, meent Tamale. Zo ook Oeganda’s voormalige kolonisator Engeland. Na dekolonisatie zijn veel Westerse landen een democratiseringsproces ingegaan. Hieronder viel ook de democratisering van seksualiteit. Veel Afrikaanse landen zijn net pas begonnen met het democratiseringsproces. Bovendien moet niet worden vergeten dat homoseksuelen ook in de Westerse wereld nog altijd geen volledig gelijkwaardige positie hebben verworven.

Instandhouding van denkbeelden

Meerdere Westerse donoren dreigden met ontwikkelingsgeld te stoppen als de regering een anti-homo-wet doorvoert. Hierdoor wordt er volgens Tamale onder de Oegandese bevolking alleen maar bevestigd dat homoseksualiteit een Westers idee is, een machtsmiddel, en niet een seksuele geaardheid die bij elk mens kan voorkomen.

De opvatting onder de Oegandese bevolking dat homoseksualiteit nooit heeft bestaan voordat de westerlingen kwamen, en homoseksualiteit dus iets on-Afrikaans is, wordt versterkt doordat Oegandese jongens zeggen geld te ontvangen van Westerse mannen om homoseksueel te zijn. In de politiek wordt dit als een belangrijk argument aangedragen om de wet door te voeren. Daar gebruiken ze de term ‘recruitment’. Volgens Bahati zou de anti-homo-wet de jeugd beschermen tegen dergelijke ronseling. De vraag is in hoeverre de uitspraken van de jonge jongens serieus genomen moeten worden. Tamale geeft als voorbeeld dat er tijdens de extreem rechtse conferentie ‘The family life network’ jongens werden uitgenodigd die vertelden dat Westerse mensen hen betaalden homo te zijn. Enkele weken later gaf een van die jongens toe dat hij juist geld kreeg van een religieuze Oegandese leider om dat te zeggen.

De gemiddelde Oegandese burger kijkt niet naar de geschiedenis, maar gelooft wat er in hun sociale kring en door de overheid gezegd wordt. De meeste Oegandese media hebben het beleid dat ze geen aandacht moeten schenken aan homoseksualiteit. Volgens Andrew Mwenda, oprichter en hoofdredacteur van de vooraanstaande wekelijkse krant The Independent en Dennis Dibele, fotojournalist bij de staatskrant New Vision is dat beleid er om te voorkomen dat homoseksuelen een platform krijgen. De media motiveren de burgers dus niet om kritischer na te denken over homoseksualiteit, waardoor weinig ontwikkeling in het denkbeeld over mannenliefde zal plaatsvinden.

Tamale en Mwenda, weliswaar beiden tegen de wet, vinden dat Oeganda in Westerse media wordt neergezet als een onbeschaafde, grove en achtergebleven samenleving wanneer het gaat over de anti-homo-wet in het land. Terwijl het idee voor de wet is gegroeid uit het destijds geplante homofobe zaadje door datzelfde Westen. Ze zouden beiden graag zien dat de Westerse media zich minder arrogant en progressief opstellen en meedenken over hoe de Oegandese burger aan het twijfelen kan worden gebracht in hun conservatieve gedachte over homoseksualiteit. Want zolang 95 procent van de bevolking de wet steunt, staat Bahati sterk in het debat.

The Rolling Stone

In 2010 waren de voorpagina’s van de krant The Rolling Stone, waarin 100 homoseksuelen aan de schandpaal werden genageld, wereldnieuws in het Westen. De krant was opgericht door een vierdejaars journalistiek student, Giles Muhame, die naam wilde maken in het medialandschap. “De oplage was zeker niet meer dan 200 stuks”, vertelt Haggai Matsiko, medeoprichter van The Rolling Stone, maar nu werkzaam bij The Independent. De kopieën waren volgens Mwenda en Matsiko enkel bij Westerse journalisten, correspondenten en media terecht gekomen. Zowel burgers op straat als veel Oegandese journalisten blijken nog nooit van The Rolling Stone te hebben gehoord, laat staan dat ze hem ooit in handen hebben gehad. Zelfs Mwenda kent de krant alleen van beelden op CNN.

Ondanks dat het vertonen van de namen van de homoseksuelen niet goed te praten valt, is het opvallend hoe iets kleins binnen Oeganda uitgroeit tot voorpaginanieuws in Westerse landen. Terwijl, wil er iets veranderen, er juist bínnen Oeganda een kritische discussie moet ontstaan over homoseksualiteit.

Volgens Tamale en Mwenda probeert Oeganda, net als andere Afrikaanse landen, een eigen vorm van democratie te ontwikkelen en de strijd om seksuele gelijkheid is daar een intrinsiek onderdeel van. Het heeft geen zin als Westerse media met een enigszins veroordelende en paternalistisch toon over homoseksualiteit in Oeganda berichten. Daar wordt de mondiale strijd tegen homofobie niet door gewonnen.

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.