6 maart, 2013 | Auteur: Marijke Boessenkool | Beeld: Marijke Boessenkool | Trefwoord: bolivia
Hoogtse tijd om het geweld tegen vrouwen in Bolivia in te dammen
|
Celia Cuti Coyo. 18 jaar. Verkracht. Gewurgd. El Alto, Bolivia. |
Lizeth Maqui Choque. 24 jaar. Drie maanden zwanger. Verkracht. Gestikt. Cochabamba, Bolivia. |
|
Virginia Mamani Quispe. Neergestoken door haar echtgenoot. Gevangenis van San Pedro, La Paz, Bolivia. |
Sarah Hochstatter. 24 jaar. Neergestoken en gewurgd door echtgenoot. Op het lichaam sporen van brandwonden door sigaretten en steekwonden. Sucre, Bolivia. |
Een kleine greep uit de lijst met 43 vrouwenmoorden gedurende juli tot en met oktober van het afgelopen jaar. Gemiddeld wordt er in Bolivia per dag 299 keer melding gemaakt van geweld tegen vrouwen. Dit zijn slechts het aantal meldingen van de tien grootste steden in Bolivia. Over het geweld tegen vrouwen in de rurale gebieden zijn geen gegevens, hoewel de verwachting is dat het aantal gevallen daar nog hoger ligt.
Bolivia staat in Latijns Amerika op nummer één als het gaat om fysiek geweld tegen vrouwen. Na Haïti is Bolivia ook het land met het hoogste aantal gevallen van seksueel geweld. Magaly Achá Tarqui, advocate en werkzaam bij het CIDEM (Centrum voor Informatie en Ontwikkeling van de Vrouw) legt uit dat het geweld tegen vrouwen een structureel probleem is. “Er zijn meerdere, onderling met elkaar verbonden oorzaken. Dat maakt het tot een heel lastige kwestie om aan te pakken.”
De aandacht voor dit onderwerp nam de afgelopen weken snel toe vanwege de moord op journaliste Hanalí Huaycho op 11 februari. Met vijftien messteken werd zij beroofd van het leven door haar ex-man. Al vijf jaar vóór de moord, had Hanalí melding gemaakt van misbruik door haar man. Ondanks haar pogingen de situatie bekend te maken bij de autoriteiten, bleef straffeloosheid het hoogtij vieren. Advocate Magaly van het CIDEM: “Wij strijden al dertig jaar voor meer aandacht voor dit onderwerp. Ik vind het vreselijk dat er blijkbaar een moord nodig is om het echt op de agenda te zetten”.
Psychologe Rosario Chuquimia legt uit hoe het geweld tegen vrouwen verbonden is met veel aspecten uit de Boliviaanse cultuur. “Bolivia kent een echte machismo cultuur. Er heerst een traditionele gedachte over de rolverdeling tussen mannen en vrouwen. Ook al werkt ze, de vrouw kookt, ze maakt schoon en zorgt voor de kinderen. Daarnaast is er een cultuur van zwijgen. Veel vrouwen die mishandeld worden door hun man ervaren het als hun eigen schuld. ‘Er is vast een goede reden waarom hij me slaat’. Bovendien voelen veel vrouwen zich emotioneel van hun man afhankelijk. ‘Wat ben ik zonder hem’ en ‘Mijn kinderen hebben een vader nodig’. Daarnaast willen zij voor het oog van de omgeving een traditioneel en goed gezin vormen. De schaamte als blijkt dat zij als gezin niet kunnen functioneren, weerhoudt hen ervan het misbruik bekend te maken. En dus heeft zwijgen de voorkeur.”
“Eenmaal in een cyclus van geweld, blijft het geweld doorgaan, van generatie op generatie”, gaat Rosario verder. “In een gezin waar geweld aan de orde van de dag is, wordt het geweld aan liefde gekoppeld. Het hoort erbij. Het is normaal. De gedachte is ‘Hoewel hij me slaat, houdt hij toch van me’. Of ‘Hoewel hij me slaat, vraagt hij altijd weer om vergeving en geeft hij me cadeaus om het goed te maken’. Anderzijds ontwikkelen mannen die opgroeien in een gezin waar geweld normaal is en mede gevoed door de omgeving gedachten als ‘Ik ben de man, ik ben de baas, ik mag mijn vrouw controleren’.”
Maar hoewel een dergelijk patroon misschien door opvoeding en omgeving beïnvloed is, is dit volgens Rosario geen excuus voor het geweld: “Ik ben ervan overtuigd dat ook deze mannen wéten dat geweld niet goed is. Maar in het oude patroon blijven is makkelijker dan veranderen. Daders zijn vaak dubbelgangers. In hun omgeving zijn ze erg geliefd, een leuke collega, een goede vriend. Maar hun eigen vrouw, zij kent hem van een andere kant.”
De Boliviaanse regering heeft woensdag 20 februari ingestemd met een nieuw wetsvoorstel dat zowel de straffeloosheid van daders als de langdurige procedures moet aanpakken. De nieuwe, zogenaamde integrale wet, moet Boliviaanse vrouwen vrijstellen van geweld op verschillende vlakken in het leven. Toch vreest advocate Magaly dat de nieuwe wet in theorie een goed initiatief is, maar in de praktijk veel gebreken zal vertonen. “Er zijn niet voldoende middelen om de wet praktisch uitvoerbaar te maken. Ook ontbreekt het aan capaciteit om rechtspraak volgens de nieuwe wet toe te passen en om alle meldingen serieus te kunnen nemen zonder dat deze in de archieven verdwijnen. Op dit moment is er in El Alto slechts één dokter die alle meldingen moet controleren. Dat kan gewoonweg niet.”
Bovendien vraagt Magaly zich af in hoeverre dit nieuwe wetsvoorstel te maken heeft met de aankomende verkiezingen. “Omdat Hanalí een journaliste was, hebben veel van haar collega’s het schandaal bekend gemaakt in de media. Dat zorgt voor een slechte reputatie voor de overheid. Maar Hanalí is één van de duizenden slachtoffers. Omdat er over hen gezwegen is, hield de overheid zich ook stil.”
Of de nieuwe wet, waarvan de details nog moeten worden vastgesteld, veel zal opleveren, blijft dus nog de vraag. Psychologe Rosario: “Het geweld tegen vrouwen in Bolivia is een structureel probleem, het moet bij de wortels worden aangepakt. Dat begint al op de peuterschool. Het Boliviaanse onderwijssysteem moet meer aandacht schenken aan issues als gender, conflictoplossing en mensenrechten. In het geval van mensenrechten bestaat er zowel het verbod op schending daarvan, als de verplichting van bescherming. Met onze organisatie proberen we programma’s op te zetten ter voorkoming van geweld tegen vrouwen. Ook hebben we speciale trainingen voor meisjes om al in de eerste fase van hun relatie gewelddadig gedrag van hun vriendje te leren herkennen, er dus mee te breken voordat het te laat is.”
Naast de preventie van geweld tegen vrouwen richt CIDEM zich ook de lobby voor meer aandacht omtrent het geweld tegen vrouwen en bieden zij begeleiding en juridisch advies voor vrouwen die het slachtoffer zijn van geweld. Zowel Magaly als Rosario hopen dat zowel door organisaties als CIDEM, maar ook door de nieuwe wet een beweging tegen het geweld tegen vrouwen in Bolivia in gang kan worden gezet. Magaly: “Hoewel het een langzaam proces zal zijn en het niet makkelijk is om aloude structuren te doorbreken, blijven wij goede hoop houden en ons inzetten voor een Bolivia waar geweld tegen vrouwen niet vanzelfsprekend is”.