15 november, 2012 | Auteur: Vincent Oude Lansink | Beeld: Vincent Oude Lansink | Trefwoord: armenie

Nagorno-Karabach: de geïsoleerde republiek

Eind augustus 2012 werd Ramil Safarov door Hongarije uitgeleverd aan Azerbeidzjan. In 2004 had Safarov in Budapest een Armeense soldaat vermoord met een bijl. Normaal gesproken had de Azerbeidjaan Safarov bij aankomst in Baku rechtstreeks naar de plaatselijke gevangenis gebracht moeten worden. Hij werd echter als held onthaald.

De Azerbeidjaanse president, Ilham Aliev, noemde Safarov een 'held van de natie' en benoemde hem meteen tot majoor in het leger. Hij gaf hem een appartement en gaf hem ook het salaris dat hij de afgelopen acht jaar was 'misgelopen'. Naast president Aliev was er ook een grote menigte, die Safarov een heldenontvangst bezorgden. In Jerevan, de hoofdstad van Armenië, leidde de heldenontvangst tot woedende reacties op straat en in de politiek.

Al sinds eind jaren tachtig zijn de Armeniërs en de Azeri met elkaar in conflict. Tussen 1992 en 1994 vochten ze als kersverse onafhankelijke ex-Sovjet republieken, een oorlog uit om Nagorno-Karabach, een stuk grondgebied in Azerbeidzjan waar toentertijd de bevolking voor ongeveer driekwart uit Armeniërs bestond. Na deze oorlog is het nooit meer goed gekomen tussen beiden.

Stepanakert september 2012, het ‘nationale’ symbool van Nagorno-Karabach,

‘Papik Tatik’ (Wij zijn onze bergen).

Dat werd nog eens duidelijk na de vrijlating van Safarov. De Armeense president Serzh Sargsyan, zelf afkomstig uit Nagorno-Karabach, dreigde met een hernieuwde oorlog als reactie op de vrijlating van Safarov. In de westerse pers werd deze oorlogsdreiging serieus genomen. Zeker omdat zowel Armenië als Azerbeidzjan hun legers constant paraat hebben staan.

Het conflict

De kern van het conflict ligt in Nagorno-Karabach. Tot de val van de Sovjet-Unie was dit een autonome republiek binnen de deelrepubliek Azerbeidzjan. Plusminus driekwart van de bevolking bestond uit Armeniërs, de rest bestond voornamelijk uit Azeri. In 1979 woonden er ongeveer 162.000 mensen. Vandaag de dag zijn er geen betrouwbare cijfers. De meeste schattingen komen uit tussen de 60.000 en 80.000 inwoners. Het is duidelijk dat de oorlog een grote tol heeft geëist van de bergachtige republiek. Voor de oorlog woonden beide bevolkingsgroepen door elkaar, al waren er ook dorpen en steden die door één bevolkingsgroep werden gedomineerd. Ook woonden er significante aantallen Armeniërs in Azerbeidzjan en omgekeerd.

In de jaren tachtig verloor het Kremlin de macht over de Sovjet-Unie. De vele verschillende bevolkingsgroepen vulden het machtsvacuüm vaak op met nationalisme. In een aantal gebieden van de Sovjet-Unie leidde dit zelfs tot geweldadige conflicten. De Armeniërs die het parlement van Nagorno-Karabach domineerden, waren bang dat ze in een onafhankelijk Azerbeidzjan een kwetsbare minderheid zouden worden. Daarom organiseerden de Armeniërs van Karabach zich en pleitten ze voor aansluiting bij Armenië.

In 1988 braken er onlusten uit tussen Armeniërs en Azeri. Er vond een moordpartij van Armeniërs plaats in het Azerbeidjaanse Sumgait en in Armenië werden Azeri vermoord door Armeniërs. Beide bevolkingsgroepen leefden al lang samen in de zuidelijke Kaukasus, maar deze gebeurtenissen leidden ertoe dat in totaal 200.000 Armeniërs Azerbeidzjan ontvluchtten en evenveel Azeri verlieten Armenië.

In 1991 viel de Sovjet-Unie definitief uit elkaar. Armenië en Azerbeidzjan werden onafhankelijke republieken. Nagorno-Karabach riep zijn onafhankelijkheid uit in 1992. Terwijl Moskou in 1991 de macht niet meer had om de onafhankelijkheidsverklaringen tegen te werken, ging de Azerbeidjaanse regering meteen over tot actie. Medio 1992 brak er een oorlog uit tussen Azerbeidzjan en Nagorno-Karabach, dat openlijk werd gesteund door Armenië.

Shusha, september 2012.

Tijdens de oorlog wisselden de partijen elkaar af als de bovenliggende partij. De Azeri verloren eerst de controle van Nagorno-Karabach aan de Armeniërs, waarna ze grote delen van het gebied heroverden. Begin 1993 veroverden de Armeniërs geheel Nagorno-Karabach plus het grondgebied om Nagorno-Karabach heen, waardoor het gebied werd verbonden met de republiek Armenië. De Azeri lanceerden een groot offensief in de winter van 1993-1994, maar nadat dit vastliep wisten de Armeniërs de Azeri definitief te verslaan.

Doordat het evenwicht in de strijd zo vaak verwisselde, werden vele dorpen en steden meerdere malen verwoest. Bovendien werden ze etnisch gezuiverd, doordat de burgers van de onderliggende partij telkens vluchtten voor de soldaten van de bovenliggende partij. Uiteindelijk werd in mei 1994 een staakt-het-vuren ondertekend. Een definitief vredesverdrag kwam er echter nooit. Al jaren proberen Rusland, de VS en diverse EU-lidstaten een oplossing te vinden. Door de zaak Safarov is de relatie tussen beide partijen weer tot het nulpunt gedaald.

De ‘de facto’ onafhankelijke staat

Na de oorlog begon Nagorno-Karabach met het uitbouwen van een staat met een eigen vlag, instituties en grondgebied en werd hierbij geholpen door grote broer Armenië. Geen enkel land heeft Nagorno-Karabach ooit erkend, ook Armenië niet uit angst voor negatieve reacties uit het buitenland. Nagorno-Karabach is dus een ‘de facto’ onafhankelijke staat die economisch volledig afhankelijk is van Armenië. Maar ook geografisch gezien is Nagorno-Karabach afhankelijk van Armenië, omdat de enige manier om Nagorno-Karabach te bereiken is, de weg is van de Armeense stad Jerevan naar de hoofdstad Stepanakert.

Doordat Armenië in oorlog is met Azerbeidzjan en ze geen diplomatieke contacten met de Turken onderhouden (naar aanleiding van de Armeense genocide) zijn beide grenzen gesloten. Hierdoor is Armenië erg geïsoleerd. Het heeft geen kust, een korte grens met Georgië en een korte grens met Iran in een erg onherbergzaam gebied. Dit is één van de belangrijkste hindernissen voor de economische ontwikkeling van Armenië, maar nog meer voor Nagorno-Karabach, dat nog moeilijker te bereiken is.

Vanaf Jerevan is het zes uur rijden met de auto naar een politiepost die de ‘grens’ tussen Armenië en Nagorno-Karabach vormt. De Armeniërs beschouwen dit niet als grens, toch moeten buitenlanders hun paspoort tevoorschijn halen. Vanaf hier is het nog een uur naar Stepanakert. Deze weg tussen Jerevan en Stepanakert is letterlijk de aorta van Nagorno-Karabach, welke in leven wordt gehouden met geld van de Armeense diaspora.

Met een nieuwe door de diaspora betaalde bus is de weg tussen Jerevan en Stepanakert prima te doen, maar in de oude, met tape bij elkaar gehouden Wolga is de terugweg een heel ander verhaal. Zeker als de Wolga er onderweg een aantal maal mee ophoudt.

De Poolse journalist en schrijver Ryszard Kapuscinksi moest begin jaren negentig tijdens de oorlog hemel en aarde bewegen om een plek in een vliegtuig van Jerevan naar Stepanakert te bemachtigen. Nota bene verkleed als piloot, bereikte hij de vallei waar Stepanakert in ligt. Op dat moment van de oorlog waren de Armeniërs van Karabach volledig afgesloten van de buitenwereld. Ze waren omringd door de Azeri waarmee ze in oorlog waren. Kapuscinksi trof er vrouwen, kinderen en ouderen aan in schuilkelders, terwijl de mannen de hoofdstad aan het verdedigen waren. Twintig jaar later is er vrede en gaat het leven gewoon door, maar van het vroegere multiculturele Nagorno-Karabach van voor de oorlog is niets meer over.

Restanten van de oorlog

In Nagorno-Karabach wordt in 2012 het 20-jarig bestaan gevierd. De oorlog is echter nog duidelijk zichtbaar. Hoofdstad Stepanakert is flink opgeknapt, maar de armoede van de bevolking kan niet verbloemd worden. Op ongeveer tien kilometer van de hoofdstad, bovenop een klif, ligt Shusha. Deze stad was ooit één van de grootste steden van de Kaukasus, maar nu is het nog slechts een dorp met ongeveer vierduizend inwoners. Voor de oorlog woonden hier nog vijftienduizend mensen, waarvan plusminus negentig procent Azeri, maar die zijn allen gevlucht. Shusha is nu voor een groot deel een spookdorp, slechts bewoond door Armeniërs. De lege en kapot geschoten huizen, een overgroeide speeltuin en een kapot geschoten moskee herinneren nog aan de tijd van voor de oorlog.

Shusha september 2012. Het twintigjarig bestaan wordt gevierd.

Verder naar het oosten in de buurt van Aghdam, voor de oorlog een stad van 150.000 overwegend Azerische inwoners, domineren kapotte huizen het landschap. Dit wordt slechts afgewisseld door een enkele kapotte tank en een aantal herders die het enige teken van leven in en rond de spookstad vormen. De frontlijn en de grens met Azerbeidzjan zijn hier dichtbij, het kan dan ook gebeuren dat je hier een welkomst-sms’je vanuit Azerbeidzjan ontvangt. Een opvallend teken van leven in het verder voor westerse telefoons onbereikbare Nagorno-Karabach.

In Nagorno-Karabach zijn de banen schaars. Jonge mannen die geluk hebben krijgen een plaats in het leger of bij de politie. De anderen trekken als het mogelijk is richting Armenië of liever nog naar het buitenland. Zowel Nagorno-Karabach als Armenië hebben last van het feit dat veel mensen het land verlaten op zoek naar een betere toekomst in het buitenland. Beide ‘staten’ hebben een negatief migratiesaldo en hebben daardoor een tekort aan jonge mensen.

Doordat vrijwel alles in Nagorno-Karabach vanuit het verre Armenië ingevoerd moet worden is alles duur. In Jerevan kost een kilometer met de taxi 100 Dram, in Stepanakert 150 Dram. Uit eten gaan, een café bezoeken, producten uit de supermarkt, alles is ongeveer anderhalf keer zo duur als ten westen van de Karabachse bergpassen.

Terwijl velen zich nog steeds opwinden over de zaak Safarov, hopen ze in Nagorno-Karabach vooral op een oplossing van hun problemen. Mensen willen erkenning. Pas dan kan er een echte staat, met een eigen functionerende economie worden opgebouwd. Wat vaak vergeten wordt, is dat voor de oorlog, de Azeri en Armeniërs samenleefden in Nagorno-Karabach. In Black Garden, een boek van de Engelse journalist Thomas de Waal, wordt dit aangetoond met verhalen van mensen die vroeger samenleefden, maar nu apart van elkaar leven. Dit was eerder regel dan uitzondering. Al doet het geval Safarov, dat de westerse pers haalde, anders vermoeden. De situatie in Nagorno-Karabach zelf en de mening van haar inwoners, is moeilijk te achterhalen voor Europeanen, die er niet of nauwelijks komen. Al komt dit mede doordat het zo moeilijk te bereiken is.

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.