24 oktober, 2012 | Auteur: Guido Wassink | Trefwoord: namibie
De cheeta wordt bedreigd door knuffelaars (1)
De cheeta is een echte jager, maar door zijn uiterlijk van een grote huiskat en zijn fraaie gevlekte vacht heeft het dier een hoog knuffelgehalte. Dit is een eigenschap, waarmee de cheeta op steeds grotere schaal uitgebuit wordt. Steeds meer toeristen zoeken tegen betaling contact met een cheeta.
De komende zes maanden belicht onbetaald directeur Guido Wassink van World of Wildlife, in de rubriek Verbeter de Wereld, wat hun verschillende wildlife projecten voor bedreigde diersoorten betekenen. Dit keer samen met Simone Eckhardt van partnerorganisatie Stichting Spots.
De cheeta, of het jachtluipaard, is hét symbool van snelheid en krachtexplosie. Dit snelste landdier loopt de 100 meter in nog geen 6 seconden, terwijl het wereldrecord van de Jamaicaanse sprinter Usain Bolt op 9,58 seconden staat. Alles aan de cheeta is aerodynamisch gebouwd, waardoor een volwassen dier een massa spieren is van net 45 kilo.

Aan het begin van de 20ste eeuw leefden er ruim honderdduizend cheeta’s verspreid over heel Afrika, het Midden-Oosten en delen van Azië. Nu leven er nog maar tussen de 9.000 en 12.000 cheeta’s in het wild. De veelal geïsoleerde populaties in de Afrikaanse landen waar hij nog voorkomt zijn vaak kleiner dan 1.500 cheeta’s, waarmee de kritische grens voor een voortplanting met gezonde genenpool sterk in het gedrang komt. Alleen in Botswana en Namibië leven nog grote populaties, waardoor deze landen een kernfactor spelen in het voortbestaan van de cheeta.
Zoals voor alle grote carnivoren geldt, vormt de mens de voornaamste bedreiging voor de cheeta. Boeren gebruiken steeds meer land om vee te houden en het vlees dat dit opbrengt wordt vooral geëxporteerd naar het rijke Westen. Roofdieren zijn niet gewild op land van mensen en worden eigenlijk alleen getolereerd in afgeschermde gebieden, Nationale Parken. Maar in deze parken leeft de cheeta niet graag. Hier leven namelijk ook andere, sterkere roofdieren, zoals de leeuw en de hyena. De cheeta is niet sterk en ook niet agressief, waardoor de welpen gevaar lopen om gedood te worden en prooien worden afgepakt.
De cheeta wijkt dus uit naar de grond buiten de Nationale Parken. Grond in handen van boeren, die in elk roofdier een gevaar zien voor hun inkomstenbron. Cheeta’s worden daarom vaak preventief gedood.
Boksende orang-oetans en schilderende olifanten
Boksende orang-oetans, schilderende olifanten of gibbons die op je schouder komen zitten. Deze manieren van dierenuitbuiting zijn erg populair onder toeristen. Ook ik moet schoorvoetend toegeven dat ik in deze val ben getrapt. Een aantal jaren geleden heb ik met tijgers geknuffeld in de ‘Tiger Temple’ in Thailand. Boeddhistische monniken die voor tijgers zorgen kunnen toch alleen maar het beste met ze voorhebben?
Vooral in Zuid-Afrika, maar ook in de omringende landen, ontstaat een toenemend aantal knuffelboerderijen. Tegen forse vergoeding kunnen toeristen hier met jonge roofdieren zoals leeuwen en cheeta’s wandelen, met ze op een close-up foto, ze in bad doen of met ze knuffelen. Veel mensen, waaronder ook betrokken reizigers laten zich hiertoe helaas verleiden. Er werken ook vrijwilligers van Westerse vrijwilligersorganisaties tegen betaling van honderden euro’s per maand.

Er wordt altijd een mooi verhaal bij verteld. Bijvoorbeeld dat de welpjes moesten worden opgevangen omdat hun moeder was gedood of dat deze dieren onderdeel zijn van een fokprogramma en later worden uitgezet in het wild. Meestal is dit niet waar. De knuffelboerderijen hebben altijd jonge dieren voorhanden en plaatsen zelden dieren in het wild. De vraag is dan ook wat er met de welpjes gebeurt als ze niet langer jong en knuffelbaar zijn. Afrika is bekend om zijn schimmige jachtindustrie en het komt met regelmaat voor dat deze welpjes later worden ingezet als jachtobject.
Uitzetten van de (half)tamme dieren heeft namelijk geen zin. Ten eerste hebben ze nooit geleerd om voor zichzelf te zorgen. Ze kunnen niet jagen en dus niet overleven in het wild. Ten tweede komt er veel inteelt bij fokkerijen voor en dit maakt de dieren genetisch zwak. Als de cheeta’s van de fokkerijen paren met wilde cheeta’s maakt dat de totale genenpopulatie zwakker. Helaas zijn knuffelfarms booming business. Nietsvermoedende toeristen en vrijwilligers denken te handelen uit naam van natuurbescherming, maar houden ongewild de industrie in stand.
Cheetah Conservation Project
Een alternatief voor de knuffelfarm is een bezoek aan het Cheetah Conservation Fund. Het Cheetah Conservation Project (CCF) uit Namibië van dé cheetabeschermingsicoon Laurie Marker, is één van de best georganiseerde cheetabeschermingsprojecten ter wereld. Dit project kan bezocht worden, maar het belang van de cheeta staat er centraal. Middels het geboden ecotoerismeprogramma worden de beschermings- en lobbyactiviteiten deels bekostigd. Ook bij het CCF kunnen bezoekers overigens op de foto met een cheeta, maar onder heel andere condities dan bij de knuffelfarms.
Het CCF vangt vooral cheeta’s op die in het wild (tijdelijk) niet voor zichzelf kunnen zorgen, zoals wees geworden cheetawelpen of gewonde, of uit hun leefgebied verdreven cheeta’s. Waar mogelijk worden ze voorbereid op een rehabilitatie in het wild. Waar niet mogelijk wordt de cheeta een fijne en uitdagende plek geboden om een goed rest van het leven te leiden.
Een goed alternatief
Het is van belang voor het voortbestaan van de cheeta om meer tolerantie te creëren bij de boeren. Cheeta’s leven nu eenmaal vooral op hun land, dus moet de oplossing ook daar gezocht worden. Het CCF is vooral baanbrekend, doordat zij de boeren een alternatief bieden. Zo is er een project opgezet waarbij specifieke hondenrassen (Kangals en Anatolische herders) worden geplaatst bij het vee van boeren. Als een roofdier zoals de cheeta, de veestapel te dicht nadert, zal de hond de cheeta afschrikken. Een roofdier wil graag een gemakkelijke prooi. Een cheeta met een gewicht van 45 kilo, gaat zeker niet vechten met een hond van 90 kilo. Er zijn al vele honden bij boeren geplaatst en hierdoor zijn de levens van vele cheeta’s bespaard gebleven. Dit is een echte win-win situatie, want ook boeren schieten niet graag cheeta’s dood.
World of Wildlife neemt het op voor dieren in het wild en maakt het mogelijk dat donateurs wereldwijd direct projecten kunnen steunen voor bescherming en opvang van bedreigde dieren. Het unieke aan de vrijwilligersorganisatie World of Wildlife is dat 100 procent van de donaties voor de projecten ook daadwerkelijk naar de gesteunde projecten gaat. Dit betekent helderheid over de besteding van een donatie.
Organisaties zoals World of Wildlife en Stichting SPOTS verdiepen zich grondig in de projecten die via organisaties als CCF gesteund kunnen worden. Zo kan een donateur ervan op aan dat zijn of haar steun op een maatschappelijk verantwoorde manier bijdraagt aan het beschermen van bijvoorbeeld de cheeta.