18 januari, 2012 | Auteur: Anthea van den Berg – Koopman | Trefwoord: japan
Aardbeving en tsunami in Japan; een terugblik (1)
Vrijdagmorgen, 11 maart 2011. Nederland start de dag op. Het is nog vroeg als de nieuwsbulletins op de radio berichten dat er een aardbeving is in Japan. Niet zomaar een aardbeving, maar een enorme aardbeving. Als je werkt bij een ontwikkelingsorganisatie als World Vision word je extra alert bij dit soort berichten. Onmiddellijk gaat de televisie aan.
Anthea van den Berg-Koopman werkt voor World Vision en vertelt in de rubriek Verbeter de Wereld
Wat de televisie laat zien aan beelden is afgrijselijk. Een dikke stroom overspoelt het vaste land van Japan. Het zijn niet de enorme golven, zoals we die hebben gezien bij de tsunami in Thailand, maar het is een enorme trage stroom, waarin je huizen kopje onder ziet gaan. Auto's drijven ertussendoor. Heel, heel veel troep. Een schip dat in slow motion tegen een brug aan knalt alsof het niets is. Kijkend naar de beelden weet je 'Dit is mis'. Dit gaat niet alleen om materiaal. Hier moeten ook mensen en kinderen tussen zitten, gevangen in de stroom van huizen, auto's en ander materiaal. Dit is enorm.
En dan komen de cijfers binnen bij World Vision. Het gaat om een aardbeving van 9.0 op de schaal van Richter. Het is de grootste aardbeving ooit voor Japan en de vijfde grootste aardbeving ooit op deze aarde. Er werken 75 mensen bij World Vision in Japan. En natuurlijk wil je als collega weten of het goed met de anderen gaat. Verlossend bericht: het gaat goed met ze. Er zijn geen slachtoffers onder de directe collega's. Dat is een eerste opluchting, want je weet dat ze een zware tijd gaan krijgen.
World Vision is een ontwikkelingsorganisatie met drie belangrijke speerpunten. Naast duurzame ontwikkelingshulp en beleidsbeïnvloeding (advocacy) zijn we experts op het gebied van noodhulp. Alleen al in 2010 was World Vision aanwezig bij tachtig rampen, waar we hulp hebben kunnen geven aan vijftienmiljoen mensen. Het is voor ons niet eens een vráág of we hulp gaan bieden. Wel is het een belangrijke vraag hoe en waar we hulp gaan bieden. Hoe kunnen we er vooral zijn voor de kinderen? Zij zijn onze belangrijkste prioriteit in rampen als deze.
Opperste staat van paraatheid
Binnen enkele uren komen de eerste berichten binnen bij ons op het kantoor in Amersfoort via Geoff Sheppard. Hij is directeur Noodhulp voor de regio Azië-Pacific. Ze onderzoeken de situatie en komen zo snel mogelijk met een plan van aanpak. Niet alleen Japan, maar ook Indonesië en de Filippijnen kunnen getroffen worden door een tsunami. Iedereen is in de opperste staat van paraatheid. Later blijkt gelukkig dat het tsunami alarm voor de omliggende landen wordt ingetrokken.
Door de aardbeving en de daaropvolgende tsunami zijn de Japanse wegen onbegaanbaar, treinen rijden niet (het spoorwegnetwerk is vernield) en vliegvelden zijn niet bereikbaar. Dat maakt de inventarisatie van de hulp voor de eerste nacht moeilijk. Communicatiemiddelen als telefoon en internet zijn uit de lucht. En er zijn ook nog steeds naschokken die een gevaar op zichzelf zijn. Ook de afgesloten elektriciteit maakt het niet makkelijker om nog voor de nacht een goede inventarisatie te maken van de hulp die nodig is.

Gelukkig is de Japanse overheid goed georganiseerd en bezig met het mobiliseren van reddingsteams. De medewerkers van World Vision Japan werken de komende 24 uur door, onafgebroken, om met een goed plan van aanpak te komen, zodat er zo veel mogelijk mensen bereikt worden die de hulp het hardst nodig hebben.
Wachten voelt tegenstrijdig
Hier in Nederland houden we onze internationale intranetsite van World Vision goed in de gaten. Het is een raar moment als Nederlands team. We weten dat er werk aan zit te komen en toch moeten we wachten. Wachten op de eerste rapportage van de situatie. Wachten op de eerste foto's. Wachten op de cijfers van de hoeveelheid slachtoffers. Wachten op de vraag voor geld vanuit World Vision Japan. Wachten op het plan van aanpak. En wachten op wat er precies met het geld moet gaan gebeuren, want we willen verantwoording af kunnen leggen aan onze giftgevers. Ook is er contact tussen de directeuren van de Samenwerkende Hulp Organisaties (SHO). Moet giro 555 geopend worden? Moet er een nationale actie op touw gezet worden? Het is vreemd, want je ziet de beelden op het Journaal en toch moet je als Nederlandse organisatie wachten. Dit voelt heel tegenstrijdig.
Het enige wat we kunnen doen is bidden. Hand in hand staan we als Nederlands team bij elkaar. We bidden voor de slachtoffers en voor onze collega's. En we bidden dat de mensen de eerste nacht na de ramp goed doorkomen. We doen dit samen, zowel in Nederland als samen met onze collega's in Japan.