30 oktober, 2010 | Auteur: Anne Burgers | Beeld: Alex Wolf | Trefwoord: rusland
Tolstoj 100 jaar dood; Waarheid en vrede
Graaf Leo Tolstoj wordt vaak gezien als een van de grootste, meest invloedrijke Russische auteurs. Hij schreef veelgeprezen werken als Oorlog en vrede en Anna Karenina. Maar hij leed onder zijn rusteloze geweten en zijn zoektocht naar de Waarheid. Honderd jaar na zijn dood schetst VersPers zijn opvallende bestaan.
Als Leo Tolstoj op 9 september 1828 in een prominente familie geboren wordt, valt niet te voorspellen dat ondanks zijn uiterst succesvolle schrijverschap iets anders dan literatuur het grootste deel van zijn leven zal vullen. Zijn ouders, die al vroeg sterven, behoren tot een van de oudste adellijke takken van het tsaristische Rusland. Zijn familie heeft al geruime tijd grote invloed in het wereldrijk. Zo werkt diplomaat Peter Tolstoj aan het begin van de achttiende eeuw nauw samen met Peter de Grote en wordt Dmitri Tolstoj in de tweede helft van de negentiende eeuw door Alexander II benoemd tot minister van Onderwijs en, later, van Binnenlandse Zaken.
Leo Tolstoj brengt het grootste deel van zijn leven door op Jasnaja Poljana, het landgoed van zijn familie dat honderd kilometer ten zuiden van Moskou ligt. Na de dood van zijn ouders wordt hij opgevoed door familie: met name een tante speelt hierin een grote rol. Tolstoj ziet haar dan ook als een tweede moeder. Op zestienjarige leeftijd vertrekt de jonge graaf naar Kazan in Rusland om oosterse talen en rechten te studeren.
Op de universiteit is hij een vreemde eend in de bijt. Hij sluit vriendschap met een arme student, wat ongewoon is voor iemand met een aristocratische achtergrond. En zijn docenten zijn niet over Tolstoj te spreken: ze noemen hem lui en ongemotiveerd. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Tolstoj in 1847 zonder diploma de universiteit verlaat. In de periode die hier op volgt brengt Tolstoj zijn tijd gokkend en drinkend door in Jasnaja Poljana, Sint-Petersburg en Moskou. Hier maakt Tolstoj zich schuldig aan een houding die hij later sterk zal afkeuren en veroordelen.
Het is echter in deze tijd dat hij begint te schrijven: eerst dagboeken, later – wanneer hij mee vecht in de Krimoorlog – Kindertijd, het eerste deel van een autobiografisch drieluik. Tolstoj is op zoek naar volmaaktheid. Hij is streng voor zichzelf, schrijft zijn dochter Tatjana in haar herinneringen aan haar vader, maar hij heeft ook een onuitputtelijk positieve instelling. Uitspraken als “Kiespijn doet gezondheid waarderen” en “Mijn pijnen hebben mij groot moreel voordeel gebracht, ik ben God dan ook dankbaar dat Hij ze mij heeft gegeven” illustreren dit optimisme in Tolstojs dagboeken.
Aan zichzelf en aan anderen stelt Tolstoj uiterst hoge eisen. Hij neemt veel taken op zich, aldus zijn dochter. Zo wil hij in een week tijd Romeins recht, Engels en Latijn studeren. Daarnaast wil hij ook strenge leefregels opstellen. Omdat hij al die taken nooit in zo'n korte tijd kan vervullen, is Tolstoj ontevreden over zichzelf. In zijn wil om het goede te doen, stuit Tolstoj op verzet dat hij niet begrijpt. In Mijn biecht (1881) blikt hij terug: “Van ganser harte wilde ik goed zijn, maar ik was jong, had hartstochten, was alleen, absoluut alleen toen ik op zoek was naar het goede. Telkens als ik uiting gaf aan mijn diepste wens – in moreel opzicht goed te zijn – stuitte ik op minachting en spotternij. Maar zodra ik mij door kwade hartstochten liet meeslepen, werd ik geprezen en aangemoedigd.”
Het gokken en drinken dat in die tijd kenmerkend is voor de levensstijl van de hoge adel, keurt de schrijver steeds meer af. Hij vindt het een leeg bestaan, dat oppervlakkig en lichtzinnig is. Een opvallende houding die afwijkt van de algemene opinie is dan al kenmerkend voor Tolstoj. Tussen 1857 en 1861 reist Tolstoj twee keer door Europa. Deze reizen zijn teleurstellend voor de schrijver. Voor eens en voor altijd heeft hij genoeg van “de zelfvoldaanheid en het materialisme”, dat in zijn ogen Europa in de ban heeft. Ook een terechtstelling die hij ziet in Parijs maakt diepe indruk.
Liefde
Bij thuiskomst in Jasnaja Poljana wordt Tolstoj verliefd. De achttienjarige Sofia Behrs – dochter van een arts die werkzaam is aan het hof – verovert zijn hart. "Ik ben zo verliefd, ik wist niet dat je dat zo erg kon zijn", schrijft hij in zijn dagboek. Een huwelijk volgt; een mijlpaal in Tolstojs leven. De liefde tussen Tolstoj en de jonge Sofia is groot, blijkt uit de dagboeken die zij bijhielden. Zij ziet hem als haar meerdere op intellectueel niveau en doet daarom haar best meer op hem te lijken. Hij beschouwt haar als zuiver en intens goed.
In de jaren hierna leidt het jonge gezin een gelukkig, rustig leven met als resultaat de uitgave van Oorlog en vrede (1869) en Anna Karenina (1877), waarbij Sofia haar man met raad en daad bijstaat. De echtverbintenis brengt ook dertien kinderen voort, van wie er vijf op jonge leeftijd overlijden.
Langzamerhand worden Tolstojs opvattingen radicaler. Het schrijven van romans beantwoordt zijn vragen over morele en religieuze dilemma’s niet en hij raakt in een geloofscrisis. "Ik voelde momenten van twijfel in mijn leven; ik wist niet meer hoe ik verder moest", schrijft hij jaren later. Na een lange zoektocht vindt Tolstoj heil in het christendom. De kern van zijn geloof wordt gevormd door vergevingsgezindheid en geweldloosheid, waar hij later Mahatma Gandhi mee zou inspireren. Bezittingen worden Tolstoj een last. Hij voelt het als een zonde en hij begint geld weg te geven. Zijn vrouw is het daar niet mee eens. "Maar hij blijft koppig het Evangelie citeren: geef aan wie erom vraagt", schrijft Sofia in haar memoires.
De oudere Tolstoj wordt steeds extremer in zijn geloof. Hij zondert zich af op Jasnaja Poljana en verzamelt enkele leerlingen om zich heen, voor wie Tolstoj als een profeet is. Maar ook kweekt hij met zijn inmiddels anarchistische overtuigingen veel onbegrip bij zijn vrouw. De spanningen lopen hoog op en wanneer Tolstoj besluit afstand te doen van al zijn bezittingen, met als doel de christelijke volmaaktheid te bereiken, barst de bom. Eind 1910 vlucht Tolstoj weg uit Jasnaja Poljana, weg van zijn vrouw. Na een rusteloze reis overlijdt hij op 20 november in het gehucht Astapowo, in het huisje van de stationschef.
Tolstojs leven stond voor het grootste deel in teken van de zoektocht naar volmaaktheid. Terwijl de andere Russische edelen in weelde en rijkdom leefden en zich weinig aantrokken van de armoede van het volk, probeerde Tolstoj – misschien op het obsessieve af – het goede te doen voor zijn naasten en anderen en zichzelf met immateriële zaken te verrijken. Maar verblind door zijn religieuze, morele reis, raakte Tolstoj steeds verder verwijderd van Sofia. Ondanks de gelukkige beginjaren van hun huwelijk, waarbij zij elkaars steun en toeverlaat waren, was zij niet aanwezig toen Tolstoj, in totale overgave aan God, het leven liet.